Brieven aan mama #10

Mijn mama en ik in 1985

Mama,

In juli schreef ik mijn laatste brief aan jou. Na die triestige verjaardag wist ik niet zeker of ik mijn brieven aan jou wel moest verderzetten. Blijkbaar voel ik een onzekerheid over hoe lang mijn verdriet mag duren en hoe open ik erover mag zijn. Terwijl je me tegen iemand anders nooit iets anders zal horen zeggen dan dat verdriet voor altijd duurt en dat je je er nooit hoeft voor te schamen. Er zijn nog altijd duizend-en-één dingen die ik aan jou wil vertellen. Er zijn nog altijd duizend-en-één momenten waarop ik je mis.

Solden

Nu zijn het bijvoorbeeld weer solden. Mijn enige jeansbroek en winterjas waren kapot, dus ik móest gaan winkelen, hoewel ik het haat. Sinds jij ze niet meer voor me kon inleggen, had ik geen enkele broek meer gekocht. Of hoe zelfs jeansbroeken een enorme emotionele symboliek kunnen hebben. Ik kocht er twee die meteen goed waren van lengte, zodat ik niet de emotionele beproeving door moest van iemand anders zoeken die broeken korter voor me maakt.

Wanneer ik ga winkelen, zie ik overal moeders met dochters. Dat doet pijn, misschien al iets minder dan vorig jaar, maar toch doet het nog pijn. Nu moet ik mijn telefoon bovenhalen om uit te rekenen hoeveel dertig procent van 79 euro is, terwijl ik dat vroeger gewoon aan mijn mama vroeg, die een soort van human calculator was. Bovendien moet ik nu al mijn kleren zelf kopen en is er geen mama meer die met een knipoog zegt: ‘kom, pak dat gauw mee, je staat er zo mooi mee. Als jij het niet koopt, koop ik het voor jou.’

De scherpste kantjes

Een tijdje geleden viel het besef me ineens te binnen dat ik er stilaan gewend aan ben, dat je er niet meer bent. Ik merkte het aan het gemak waarmee ik tegenwoordig beslissingen neem. Zonder raad aan iemand te vragen, weeg ik nu zelf pro’s en cons af, en dan beslis ik. Gewoon. Alsof ik een besluitvaardig iemand ben. Nadat ik dat besefte, wilde ik graag naar je bellen om je dat te vertellen. ‘Kijk mama, hoe goed ik nu zelf mijn beslissingen neem.’ Ik verander binnenkort voor het eerst van job zonder dat ik daar eerst uitvoerig met jou over gepraat heb.

Ik besefte ook dat ik al een tijdje niet meer om je gehuild heb. Dat de scherpste kantjes eraf zijn, heet dat. Niet dat ik je minder mis, dat niet. Nu en dan hoor ik je stem in mijn hoofd. Ik haal een pot kokend water van het vuur, en ik hoor: ‘oef, kokende chaud’. ‘Dag mama,’ wil ik dan zeggen, omdat ik zelf niet eens door had dat je in mijn gedachten was. Vorige week stond ik in de Panos. Voor me stond een grote, slanke vrouw met kort haar en een bril. Ze zag iemand die ze kende, en sprak hem met een West-Vlaams accent aan. Iets in haar manier van zijn en van praten, deed me aan jou denken. De scherpste kantjes mogen er dan wel af zijn, maar toen stond ik wel mooi met tranen in mijn ogen een brood te bestellen in de Panos.

Verjaardag

Mijn tweede verjaardag zonder jou, mijn derde zonder dat ik om middernacht een bericht van je kreeg, en het blijft gek om niet samen in ongeloof te kunnen hoofdschudden, of ik nu echt al 32 ben, of jij nu echt al 32 jaar moeder van mij bent. De kerstboom blijft hier staan tot na mijn verjaardag, net zoals vroeger. Dit jaar kreeg ik het schoonste cadeau ooit voor mijn verjaardag. Ik mag meter worden van het kindje van A. Je zou geglunderd hebben van trots en blijdschap. Je hebt mijn vriendschap met A. altijd zo gekoesterd. Elke keer dat ik met haar afsprak, was je blij dat we nog altijd vriendinnen waren.

De lijm

Met jou is ook de lijm tussen ons en de rest van de familie gestorven. Ook dat doet pijn. Als ik nonkels of tantes wil zien, moet ik ze gaan opzoeken. Maar ik ben dat niet gewoon, om daar te gaan aanbellen en te zeggen: ‘ik passeerde en dacht, ik spring eens binnen.’ Bovendien woon ik te ver om eender waar toevallig te passeren. Als ik naar West-Vlaanderen ga, gaan we bij papa langs, bij Julie en Mattias en soms als het lukt bij C. of S. Om ook nog bij nonkels en tantes langs te gaan, dat komt er gewoon niet van. Dat vind ik jammer, want uitgerekend zij zouden me over jou kunnen vertellen. Uitgerekend zij missen jou ook.

Mama, je vroeg zo vaak ‘wa goan junder toh doen, akik der niemèr zien’. Wat gaan jullie toch doen als ik er niet meer ben. Dit dus. Ons plan trekken. Beslissingen nemen. Oplossingen vinden. Volwassen zijn. En elke dag wensen dat het niet nodig was.

Ik mis je, mama.

PS: Over de kindjes moet ik je zo veel vertellen dat ik het in een aparte brief zal doen

As we speak #3

Een rubriekje geïnspireerd door Tales from the crib, waarin ik vertel over wat me ‘as we speak’ bezighoudt.

Kijken

Na 32 jaren in dit leven besloot ik dat het tijd was om nog eens een gigantisch gat in mijn cultuur te vullen. Ik kon de Bijbel lezen, maar het moest ook nog een beetje leuk blijven. Dus we keken naar Star Wars. En oh my god, hoe kon ik dit niet eerder gezien hebben? Ik snapte niets van popcultuur, ooit, tot nu toe! Dit was een véél groter gat in mijn cultuur dan ik kon vermoeden. Nu moet ik alles opnieuw bekijken wat ik ooit heb gezien: Friends (Rachel als prinses Leia), The Big Bang Theory (Sheldon ís blijkbaar een robot), How I Met Your Mother (‘Like, first of all, how do they understand that walking bear they hang around with all the time?’). Ook moet ik Wonder van R.J. Palacio opnieuw lezen nu ik tenminste weet wie Jango en Boba Fett zijn. Ik geef toe dat ik enkele keren in slaap viel, maar dat overkomt me met de beste series/films (Breaking Bad en Game of Thrones, ik heb het over jullie). Wat telt, is dat ik de volgende dag goesting had om terug te spoelen en wakker te blijven tijdens de herkansing. Ik heb een kleine crush ontwikkeld op Han Solo. En dan prinses Leia … Was Carrie Fisher twee weken vroeger gestorven, ik had niet eens geweten wie ze was. Maar nu stierf ze enkele dagen nadat ik kennismaakte met Prinses Leia en vond ik het verschrikkelijk jammer dat ze dood is, want Wat Een Vrouw (zowel Leia als de actrice).

Is het heel raar dat ik jullie vanalles zit uit te leggen over films die WERKELIJK IEDEREEN al jaren geleden zag? Ah well, it’s my blog so …

Eten

Ongeveer drie keer per week: wortelpuree. Met dank aan een dochter die preventief bij alles wat voedsel maar geen wortel is, zegt: ‘ik lust dat niet’. (Behalve wanneer ik voorlees dat bij het proviand van Rat die Kikker redt ook pindakaas zit. Dan zegt ze: ‘Pindakaas? Ik lust pindakaas.’)

Ze heeft zichzelf ook bevorderd tot koekjescontroleur. Met een belerend vingertje in de lucht vraagt ze: ‘Mama, waarom heb jij alle koekjes opgegeten? Die waren toch niet alleen voor jou?‘ Oeps, betrapt. Ze hebben me door. Dat Thomas zijn langste woord chocoladetaart (‘koekoelataat‘) is, zal ook niet toevallig zijn zeker?

Verder hebben we ont-zet-tend slecht gegeten voor ons negenjarig jubileum slash mijn verjaardag. We gingen naar een restaurantje met goede recensies en waar ik zelf al eens lekker gegeten had, maar het viel serieus tegen. We kregen dim sum van kippenhartjes. Zoiets kan lekker of degoutant zijn, en het was helaas het tweede. De hapjes bij het aperitief waren betalend. Ik bestelde ‘makreeltjes’ van 6,5 euro en kreeg letterlijk zo’n blikje makreelfilets op olie dat in de supermarkt nog geen euro kost. Schaamteloos vond ik dat, al zal er wellicht één of ander hip idee achter zitten. Het was er koud, en we moesten lang wachten op ons eten. We wilden achteraf nog naar de cinema gaan, maar mijn voeten waren ijsklompen geworden in dat restaurant en ik wilde de kou geen twee keer moeten trotseren. Dus we gingen naar huis om … Star Wars te zien. Lekker in de warmte. Ondanks het niet zo lekkere eten, was het toch gezellig, met ons tweeën.

Schrijven

Ik moest een verhaal schrijven over een rampzalig feest. Daar heb ik mee geworsteld. Ideeën genoeg, maar een coherent verhaal schrijven, is toch nog iets anders. Ik leer er wel ontzettend veel van, van die opdrachten. Hoe moeilijk het is om geloofwaardige personages te creëren. Hoe moeilijk het is om subtiel dingen in een tekst te stoppen, waarvan je wil dat de lezer ze er zeker uit haalt. Dat het al moeilijk is om de chaos in mijn hoofd te bedwingen om een verhaal van drie bladzijden te schrijven en dat ik dus nog veel ga moeten oefenen wil ik ooit een roman schrijven. Ik ben zo blij met mijn avondlessen literaire creatie, ge kunt dat niet geloven. Bovendien heb ik nu een geheim wapen tegen mensen die gemeen tegen me zijn: pas maar op of ik schrijf u op!

Lezen

Te weinig, zoals altijd. Al is het ’s avonds soms moeilijk om Elena Ferrante aan de kant te leggen en te gaan slapen. Vannacht bijvoorbeeld werd mijn slaap gered doordat de batterij van mijn Kobo plat was.

Klein geluk #5 – de kerstvakantie

img_20170107_130123_211

It’s the most wonderful time of the year. Wat hebben we van de kerstvakantie genoten. Twee weken van heerlijk rustig samenzijn, zonder al te veel verplichtingen. De kindjes sliepen lang. Wij sliepen lang. We startten de dagen traag. We deden rustig aan. We schilderden samen, speelden met de plasticine en met de Duplo. Ik ging met mijn kinderen in bad, ze goten water over mijn hoofd en lachten zich een breuk. We gingen op vakantie, wat druk maar reuzegezellig was. We deden kleine uitstapjes, naar het Rivierenhof, naar ‘Niet drummen’ in De Studio en naar China Lights in de Zoo. We gingen niet naar het Dinomuseum, hoewel we dat van plan waren. Er kwam een vriendinnetje spelen voor Martha.

Van alle dagen om China Lights te bezoeken, kozen wij natuurlijk een dag tijdens de ‘winterprik’, toen je je zelfs te voet niet veilig kon voortbewegen, laat staan met de fiets of de auto. We gleden met het openbaar vervoer naar de Zoo. We kwamen er aan op een uur dat het eigenlijk al bedtijd was voor de kinderen. Het was koud en ik kon mezelf wel voor de kop slaan omdat ik altijd allerlei dingen wil gaan ‘beleven’ met die kinderen, in plaats van ze gewoon op tijd in hun bed te steken. Het was koud en gevaarlijk om te wandelen. Thomas zat in de draagzak op mijn buik en ik was bang dat ik op hem zou vallen. Maar uiteindelijk vonden ze het ondanks de kou en de vermoeidheid allebei erg mooi. Thomas wees, riep ‘kijk es’ en ‘pesje‘ (visje) en ‘pape, naan’ naar een aap met een banaan, en ‘peepwa‘ naar een zebra. Vooral de pinguïns konden natuurlijk op zijn bewondering rekenen. Dat zijn zijn lievelingsdieren. Die liefde leek vorige zomer tot een vroegtijdig einde te zijn gekomen, toen hij in Planckendael een pinguïn wilde aaien en dat beest zijn bek met weerhaakjes in het kleine vingertje van mijn zoon vastbeet. Het enthousiaste ‘pimi!’ werd een droevige ‘pimi‘ de dagen nadien, met pruillipje en al. Maar al snel werd het zijn eerste stoere verhaal:
– Thomas, wie heeft er in je vinger gebeten?
Trots glunderend: ‘Pimi!!’

Martha speelde met haar vriendinnetje. Ze verkleedden zich in Sint en Piet en spraken elkaar consequent met Sinterklaas en Zwarte Piet aan. Ze keken samen in het grootste boek dat ze konden vinden, en ‘lazen voor’ wie een cadeautje verdient. Ze zochten in de verkleedbak een ‘cape’, want Sinterklaas draagt toch een cape. Ze schilderden samen. Ze kleurden samen. Ze discussieerden over wie Elsa was en wie Anna.

Met Martha maakte ik plasticine ‘koekjes’. We maakten vormpjes en ze ging ze spontaan in het oventje van haar speelkeuken leggen. Vervolgens kwam ze de koekjes aan mij geven om op te eten, want ik was jarig. Ze maakte een lange Duplotrein, en zette alle mannetjes die ze kon verzamelen achter elkaar op die trein. Ze legde de Duplomannetjes te slapen. Thomas keek ernaar. Een half uurtje later – toen Martha al lang met iets anders speelde – legde hij dezelfde poppetjes op hetzelfde plekje te slapen. Hij zei: ‘plaapèl‘ en gaf ze smakzoentjes. Wanneer ik een blokje op het bedje van zijn poppetjes wilde zetten, zei hij: ‘weg!’.

Dankzij een give-away van Femma konden we met zijn vieren naar ‘Niet drummen’ in De Studio. Ze vonden het de max. Thomas begon spontaan te dansen, want that’s what he does (overal, altijd). Martha danste mee.

Heerlijk was het, die kerstvakantie. Maandag deed het extra veel pijn om vroeg te moeten opstaan en mijn kindjes een héle dag te moeten missen.

Blogjaar 2016

De bedoeling was dat ik als eerste post van het jaar nog eens terugblikte op mijn blogjaar 2016. Maar op oudejaarsavond wees iemand me op het essay van Bart Eeckhout in De Morgen en toen voelde ik een grote urgentie om daar op nieuwjaarsochtend een reactie op te schrijven, terwijl het merendeel van de tien kinderen met wie we op vakantie waren naar Frozen zat te kijken. Bij deze dus alsnog een overzicht.

Op mijn vijf best gelezen posts van vorig jaar ben ik best trots

Constructiefout in het onderwijs en de samenleving: die reportage in Pano over zindelijkheid in de kleuterklas had me echt geraakt, en mij niet alleen blijkbaar. Mijn post over de constructiefout kwam recht uit het hart, en werd veel gelezen en gedeeld.
Ode aan Watou: mijn ode aan de schoonste zomers van mijn leven.
Bandwerkbaby’s: over die keer dat Thomas uit zijn bed viel in de crèche en dat niet de schuld was van de kinderverzorgster maar van het systeem. Het is een onderwerp dat me nog steeds bezighoudt.
Meggie: een heel persoonlijk verhaal en de belangrijkste post die ik dit jaar schreef. Ik heb op de twintigste verjaardag van het overlijden van mijn beste vriendinnetje het gevoel gehad dat ik haar voor heel even weer levend heb gemaakt, doordat zoveel mensen die haar niet kenden over haar hebben gelezen, en doordat oude klasgenoten mee herinneringen aan haar ophaalden. Het was hartverwarmend om te zien hoeveel mensen nog aan Meggie en Wendy denken.
8 jaar ongelukkig op het werk: ik had wel verwacht dat veel mensen dit herkenbaar zouden vinden, maar vond het toch spannend om te posten. Op werkvlak is er goed nieuws. Over twee maanden krijg ik een nieuwe kans om niet meer ongelukkig te zijn op het werk.

Verder schreef ik enkele posts die minder werden gedeeld en gelezen, maar die ik zelf belangrijk vond of graag heb geschreven.
Zondermoederdag: over de eerste moederdag zonder mama.
– Verjaardagsbrieven: de brieven aan mijn jarige kinderen (hier en hier)
Het waarommeisje: de waaromfase was een klein beetje weggeëbd, maar is sinds een paar weken in full force terug.
Brieven aan mama – Eén jaar zonder jou: over een heel jaar mijn moeder missen.
Paaslelies in januari: over de lievelingsbloem van mijn mama.

Terwijl ik zelf aan het herlezen en herbekijken was wat ik dit jaar zoal bij elkaar heb geschreven, zag ik vaak de avatar van Jaike passeren die altijd trouw mijn posts las en likete, tot we dit slechte nieuws kregen. Ik heb Jaike nooit ontmoet, maar ze was een prachtige, positieve, sterke, empathische en altruïstische dame, en ze wordt enorm gemist in de blogcommunity.

Stuurt de vrouwenbeweging vrouwen terug naar de haard?

In De Morgen van 31 december word ik als ‘gezinsblogster’ geciteerd door Bart Eeckhout. Dat ik in de gazet sta, vind ik wel behoorlijk cool, maar ik ben het niet helemaal eens met de stelling die hij inneemt in zijn essay over de vrouwenbeweging. Hij zegt namelijk dat we een verkeerde strijd gekozen hebben door in te zetten op collectieve arbeidsduurvermindering. Hij beweert ook dat de vrouwenbeweging de strijd om het glazen plafond te doorbreken heeft opgegeven. Dat is natuurlijk niet waar.

De strijd tegen het glazen plafond en voor collectieve arbeidsduurvermindering sluiten elkaar niet uit, integendeel. Collectieve arbeidsduurvermindering is één van de middelen om het glazen plafond te doorbreken. Als we een nieuwe voltijdse norm krijgen, wordt het voor vrouwen veel gemakkelijker om voltijds te blijven werken. Alleen als je voltijds werkt, word je serieus genomen om promotie te maken. Collectieve arbeidsduurvermindering is met andere woorden goed voor het recht op zelfontplooiing én het evenwicht tussen werk en gezin. Het één wordt niet vervangen door het ander. We willen een voltijds waarbij je je gezin niet hóeft op te offeren om het glazen plafond te kunnen doorbreken.

Hij zegt dat arbeidsduurvermindering en het basisinkomen in hetzelfde bedje ziek zijn, namelijk dat vooral vrouwen er warm voor lopen. Beide voorstellen zijn volgens Eeckhout utopisch want onbetaalbaar. De vraag is natuurlijk welk soort maatschappij we willen. Eentje waarin iedereen zichzelf voorbijholt en veel mensen ten prooi vallen aan burn-out, of eentje waarin we welzijn hoger achter dan winst. Maar zijn vergelijking met het basisinkomen loopt ook mank. Het basisinkomen is één maatregel, die volgens mij bestaande rolpatronen alleen zal bevestigen of zelfs versterken. De collectieve arbeidsduurvermindering van Femma maakt deel uit van een visie die veel breder gaat dan de dertigurenweek alleen. In de maatschappijvisie van Femma is ook een belangrijke rol voorbehouden voor betere ouderschapsverloven, waarbij beide ouders verantwoordelijkheid voor de kinderzorg moeten opnemen. Het vaderschapsverlof is met andere woorden al een prioriteit van de vrouwenbeweging. Daarnaast zetten vrouwenorganisaties sterk in op komaf maken met genderstereotypes, al van kleinsaf. Het is niet toevallig dat het initiatief Vrij Spel – Kinderen Kiezen Wel door vrouwenorganisaties (Furia, VIVA-SVV, Ella, Femma, Vrouwenraad, RoSa) en çavaria werd opgericht. Net door in te zetten op al die aspecten streeft de vrouwenbeweging ernaar om de onbetaalde arbeid (zorg) beter te verdelen tussen mannen en vrouwen, waarbij beide partners voltijds (want dertig uur) kunnen werken en de puzzel voor gezinnen gewoon eenvoudiger te leggen is.

Eeckhout vindt dat de vrouwenbeweging een ommekeer maakt in haar standpunt over kinderopvang, naar aanleiding van de opinie van Riet Ory over het kindperspectief. Ook hier gaat hij weer te kort door de bocht. Aandacht hebben voor het kindperspectief is niet hetzelfde als het belang van kwaliteitsvolle kinderopvang in vraag stellen. Dat kinderopvang belangrijk is, staat buiten kijf. Of het een goed idee is om kinderen al op drie maanden naar de crèche te sturen, is een andere vraag. Het is niet omdat kinderopvang op jonge leeftijd haar belang heeft gehad voor de emancipatie van de vrouw op de arbeidsmarkt, dat we daar nu niet kritisch over mogen zijn. Ik ben het met Riet eens dat het niet in het belang van onze kinderen is om ze al zo jong naar de kinderopvang te sturen. Bovendien komt de vrouwenbeweging, ook Femma, nog steeds op voor kwaliteitsvolle kinderopvang. Helaas laat de kinderopvang door de economische logica momenteel vaak te wensen over. Ook dat moet aangekaart worden, en iemand moet het doen. Waarom zou dat niet de vrouwenbeweging mogen zijn?

Dat vandaag vooral vrouwen oren hebben naar het ‘anders gaan leven’, klopt waarschijnlijk. Het is een bedenking die ik me al vaker gemaakt heb. Toen het stuk van llse Ceulemans op Charlie Mag intussen twee jaar geleden viraal ging, was de vaakst gehoorde kritiek erop dat ze zich alleen naar de moeders richtte. Een terechte kritiek, daar niet van, maar het viel me ook op dat het artikel massaal gedeeld werd door moeders, en veel minder door vaders, omdat het momenteel gewoon zo is dat vrouwen de grootste last dragen van het feit dat onze maatschappij niet aangepast is aan gezinnen. Net daarom dat we beter vandaag dan morgen zorgen voor een collectieve arbeidsduurvermindering. Zodat jonge vrouwen niet de keuze hoeven te maken om minder te gaan werken.

Naar mijn gevoel geeft het stuk van Bart Eeckhout een nogal eenzijdige kijk op het hedendaagse feminisme, terwijl we net een zeer brede strijd voeren: tegen het glazen plafond, tegen rolpatronen, voor betere kinderopvang én voor een betere combinatie die zowel ouders als kinderen ten goede komt. Ook in 2017 timmer ik alvast mee aan die weg. Jij ook?

(En uiteraard: gelukkig nieuwjaar iedereen!)

Uitgelezen in 2016

boeken-2016

Mijn goodreads challenge heb ik dit jaar niet gehaald. Ik ben not even close: ik strandde op 24 van de 30 boeken. Maar ik heb dit jaar wel some pretty damn good books achter de kiezen, dat is veel belangrijker. Handig ook, want één van de challenges die ik mezelf had opgelegd was meer echt goede boeken lezen.

Daar ben ik met glans in geslaagd. Ik heb dit jaar steengoede boeken gelezen. Met stip op één – ik beweer niet dat het een originele keuze is – staat ‘A little life’ van Hanya Yanagihara. Ik heb bij dat boek harder moeten huilen dan op de begrafenis van mijn moeder, en dat is niet eens overdreven. Tranen met tuiten. M. rookte nog toen ik het aan het lezen was. Ik herinner me dat hij binnenkwam na zijn sigaretje en schrok toen hij mij hysterisch zag huilen. Hij was opgelucht toen het ‘maar een boek’ bleek te zijn. ‘Maar een boek’? Hij heeft het duidelijk niet gelezen. Na ‘A little life’ zat ik wel in een lange leesdip, waardoor ik in de tweede helft van het jaar vooral nog Harry Potter heb herlezen. Maar ook die boeken zijn steengoed, dus mij hoor je niet klagen.

In het begin van het jaar las ik enkele ‘rouwboeken’. ‘The long goodbye‘ van Meghan O’Rourke en ‘Levels of life‘ van Julian Barnes waren het juiste boek op het juiste moment. Ik heb aan beide boeken ontzettend veel troost gehad op een moment dat ik in mijn diepste rouw was. Twee citaatjes die me zijn bijgebleven:

“In the months that followed my mother’s death, I managed to look like a normal person. I walked the street; I answered my phone; I brushed my teeth; most of the time. But I was not OK. I was in grief. Nothing seemed important. Daily tasks were exhausting. Dishes piled in the sink, knives crusted with strawberry jam. At one point I did not wash my hair for ten days. I felt that I had abruptly arrived at a terrible, insistent truth about the impermanence of everyday.”
― Meghan O’Rourke, The Long Goodbye

“Early in life, the world divides crudely into those who have had sex and those who haven’t. Later, into those who have known love, and those who haven’t. Later still – at least, if we are lucky (or, on the other hand, unlucky) – it divides into those who have endured grief, and those who haven’t. These divisions are absolute; they are tropics we cross.”
― Julian Barnes, Levels of Life

(Bovenstaande quote verraadt wel keihard dat Barnes geen kinderen heeft, want naar mijn aanvoelen ontbreekt er een zeer belangrijke ‘tropic’ in zijn lijstje.)

Toen duidelijk werd dat ik mijn challenge niet zou halen, kreeg ik de theatertekst van De Wattman (Erik Vlaminck) cadeau van M. Ik las het uit op een uurtje, op een zondagmorgen terwijl mijn kinderen aan het spelen waren. Meteen erna heb ik tickets geboekt voor de voorstelling. Prachtig stuk! Als je nog de kans krijgt om te gaan kijken, zeker doen.

Ik had mezelf opgelegd om minstens de helft non-fictie te lezen. Dat zijn er uiteindelijk maar 6 van de 24 geworden, waaronder 3 rouwboeken.

Over Revue Lanoye schreef ik eerder. Als ik op een dag maar half zo goed kan schrijven als Lanoye zal ik een tevreden vrouw zijn.

In mijn ambitie om minstens de helft vrouwen te lezen ben ik met glans geslaagd. 17 van mijn 24 boeken werden door vrouwen geschreven. Toegegeven, 7 van mijn 24 boeken werden door J.K. Rowling geschreven, maar ze is een vrouw, dus dat telt.

Mijn leesvoornemens voor 2017:
– weer steengoeie boeken lezen
– alles van Chimamanda Ngozi Adichie lezen
– meer opschrijven over de boeken die ik lees

Tijd en geluk in 2016

dscf1975

Het is december. Ik blik tevreden terug op het jaar dat voorbij is. Dit jaar geen lange december – integendeel, de maand is nog maar pas begonnen en straks is hij al voorbij – maar wel redenen genoeg om te geloven dat volgend jaar nóg beter wordt. Op het einde van vorig jaar wenste ik mezelf dit: ‘Mijn grootste wens voor 2016 is dat het een jaar van gelijkmoedigheid wordt. Ik wens geen grote pieken. Ik wens geen diepe dalen. Eenvoud en gelijkmoedigheid. En ook een beetje slaap alstublieft.’

Dat kreeg ik. Het werd een jaar van gelijkmoedigheid, maar het werd ook veel meer dan ik wenste: een jaar van intens en eenvoudig geluk. Ik heb genoten van 2016. Het voorjaar van 2016 was nog moeilijk en donker en zwaar en vermoeiend. Een week voor de paasvakantie zat ik bijvoorbeeld nog wenend bij de dokter, omdat ik niet wist hoe ik twee weken thuis met de kinderen moest overleven. Maar het werd steeds gemakkelijker en lichter. De kinderen sliepen steeds beter. Ik sliep steeds beter. Ik kreeg tijd, tijd om vanalles te doen, en energie die ik zo lang had moeten missen. Doordat ik dit jaar halftijds werkte, had ik tijd voor mijn kinderen én tijd voor mezelf, tijd om te ontdekken wat ik wil doen in het leven en tijd om dingen te proberen die me veel angst inboezemden.

Mijn fiets, mijn vrijheid …

Hoe meer tijd je hebt, hoe trager je je kan voortbewegen. Hoe trager je je voortbeweegt, hoe minder impact op het milieu. Ik ben er niet trots op dat we vorig schooljaar geregeld de auto namen om Martha naar school te brengen of te halen. Sinds ik een zeer goede mamafiets heb en meer dan genoeg vrije tijd om de kinderen overal naartoe te brengen en te halen, staat de auto in de week meestal stil. Ik ben echt heel gelukkig met mijn fiets vol kindjes. Ze zingen en ze babbelen, terwijl ik vlotjes door de straten sjees. Jammer genoeg begint Thomas nu al wat groot te worden voor het stoeltje voorop. Het zou best wel kunnen dat we weldra opnieuw de fietskar moeten inschakelen. Dat Martha dan toch maar zelf gaat moeten leren fietsen, zei ik. ‘Ja, maar mama, dan moet je mij wel laten fietsen hé. Nu moet ik altijd op jouw fiets zitten.’ Die betweterigheid … het bloed kruipt waar het niet gaan kan.

Schrijven

Ik schrijf best veel. Het is niet altijd te merken aan mijn blog, waar vaker dan ik zou willen doodse stiltes vallen. Ach, er is genoeg te lezen op het internet dat niemand op mijn blogs zit te wachten. Ik schreef dit jaar gastblogs voor Femma en Beslist Feminist. Ik schreef mee aan het Femma Magazine en BOTsing van de Gezinsbond. Ik schreef een opinie in Kerk&Leven en een artikel voor Psychologies Magazine. Met deze column werd ik genomineerd voor een de columnwedstrijd van ‘This is how we read’.

Maar ik schreef ook – voor het eerst in mijn leven als je de opstellen vroeger op school niet meerekent – enkele verhalen. In het voorjaar volgde ik een cursus column schrijven bij Wisper. Die beviel me zo hard dat ik in september gestart ben met de driejarige opleiding Literaire Creatie. Zalig is het! Die lessen zijn voor mij wat yoga of pilates voor iemand anders zijn. Pure ontspanning, een avond voor mij en voor mij alleen.

Werk

Eerder dit jaar schreef ik deze post. Dat vond ik best spannend. Ik schreef wel niets negatiefs over mijn huidige werkgever, maar het blijft toch griezelig om letterlijk aan het internet toe te vertrouwen dat je je werk niet graag doet. Maar er is goed nieuws: over twee maanden begin ik aan een nieuw werkavontuur. Het is iets met feminisme en schrijven, behoorlijk ideaal dus …

Mijn kindjes, mijn opperste geluk …

Dat nieuwe werk is wel vier vijfde en in Brussel. Het is afwachten wat de impact hiervan op mijn gezin en mijn eigen welzijn gaat zijn. Ik had dit jaar de onbetaalbare luxe om halftijds te werken. Zaligheid o zaligheid! Geen voor- en nabewaking voor Martha. Geen al te lange dagen in de crèche voor Thomas. Niet al te veel haasten, en veel gewoon relax samenzijn. De kindjes krijgen ‘s ochtends rustig de tijd om wakker te worden met Bumba/Musti, een flesje te drinken terwijl ze de slapers uit hun ogen wrijven, ontbijt te eten met heel veel morsen, en zelfs nu en dan nog een klein beetje te spelen. Ook ’s avonds hebben ze tijd zat om thuis te spelen, voor we samen aan tafel gaan (weliswaar meestal maar met ons drietjes). Het was een onbetaalbare heerlijkheid. Volgend jaar stap ik dus weer een beetje meer in de ratrace, maar we zien wel. Gelukkig hebben we een hulplijn waarvoor we onze beide pollekes mogen kussen.

Een kleuter en een peuter is oneindig veel gemakkelijker dan een peuter en een baby. Ze kleuren samen. Ze dansen samen. Ze spelen samen. Ze maken ruzie en maken het met een natte klapzoen weer goed. Mijn hart stroomt over van liefde wanneer ik zie hoe Martha haar broertje onder haar hoede neemt. Ik smelt wanneer Thomas staat te springen en te dansen wanneer zijn zusje opstaat. Ze zijn bijna even dol op elkaar als ik op hen.

Dat heet dan gelukkig zijn …

Mijn conclusie van 2016 is dat ik eigenlijk best wel immens gelukkig ben. En dat dat iets heel anders is dan wat ik op het einde van 2015 voelde. Ik besef dat mijn geluk erg broos en breekbaar is, zeker als ik buiten mijn eigen verhaal treed en bekijk wat er dit jaar zoal gebeurd is in de wereld. De wereld daarbuiten is grimmig en koud, maar dat is voor mij des te meer reden om met volle teugen te genieten van mijn klein groot geluk.

Mijn plannen voor 2017 zijn simpel: gelukkig blijven. En schrijven, véél schrijven.

Fijne feestdagen allemaal en een gelukkig nieuwjaar!

Over Love actually en Alan Rickman

love-actually-gallery-2

In september ben ik gestart met lessen Literaire Creatie. Ik ben er nog niet uit of ik mijn verhalen zal posten, omdat ik er zelf niet altijd van hou wanneer bloggers plots fictie beginnen schrijven. Maar dit stukje is alvast geen verhaal en bovendien een uitstekend excuus om de lofzang van Alan Rickman te zingen. Eerst moesten we een filmfragment navertellen en vervolgens kregen we de opdracht om dat fragment te becommentariëren (licht, acteerprestaties, camerastandpunten e.d.) op zo’n manier dat je ook het verhaal prijsgeeft. Ik schreef over Love actually. 

Dit soort film is niet bedoeld om kritisch tegen het licht te houden. Belichting, camerastandpunten en het acteerwerk zijn ondergeschikt aan het zeemzoete verhaal. Ik zou niet durven beweren dat de kwaliteit van deze film nog maar in de buurt komt van een Il Postino (wondermooi), Dead Poets Society (een andere lievelingsfilm) of Silence of the Lambs (nooit gezien, want ik vind het leven zelf al griezelig genoeg om geen artificiële stress te moeten opzoeken.) Maar nu ik de scène die ik koos opnieuw bekijk, valt me wel op hoe tenenkrullend sentimenteel het is. Een vrouw verwacht van haar echtgenoot voor kerstmis een gouden ketting te krijgen die ze eerder in zijn jaszak vond, maar krijgt een cd van Joni Mitchell. Alsof het uitstekende acteerwerk van Emma Thompson niet voldoende is om de emoties te vatten die door het personage heen gaan wanneer ze beseft dat dit het einde van haar huwelijk betekent, en dat zij voorlopig de enige is die dat weet, begint er ook nog een melig lied van Mitchell te spelen, terwijl de camera inzoomt op familiefoto’s van het gezin. En voor het geval we het dan nog niet zouden doorhebben, wordt ook de minnares in beeld gebracht terwijl ze glimlachend de ketting om haar hals hangt. Nee, van subtiliteit moet deze film het niet hebben. Waarom is het dan toch één van mijn lievelingsfilms? Ik heb een zwak voor de romantische verhaaltjes, waar toch telkens een scherp kantje aan zit. Het jongetje dat verliefd wordt op een meisje met dezelfde naam als zijn pas overleden moeder, om maar iets te zeggen. Ja, daar schiet ik van vol. Iedereen verwacht dat hij rouwt om zijn moeder, maar hij loopt op wolkjes omdat hij verliefd is. Hij is nog te jong om te begrijpen dat elke verliefdheid een toekomstig verdriet is. En dan de schrijver en de poetsvrouw die zonder elkaar te verstaan verliefd worden. Hij leert Portugees. Zij leert Engels. Ze leefden nog lang en gelukkig. Niet dat ik in het echte leven geloof in dit soort verhaaltjes, maar ik mag er toch graag naar kijken met een pot Ben&Jerry’s op mijn schoot. Love actually is de ultieme feelgoodfilm, en ik moet hem minstens één keer per eindejaarsperiode zien om een beetje in de sfeer te komen. Deze film heeft er niet veel baat bij dat ik hem kapot analyseer. Vooral ik heb daar niet veel baat bij, want ik wil kunnen blijven genieten van mijn guilty pleasure. Maar over het acteerwerk kan ik zonder meer zeggen dat het subliem is. Er doen dan ook niet de minsten in mee. Liam Neeson, Hugh Grant, Colin Firth, Emma Thompson en vooral: Alan Rickman. Die man zijn stem doet me trillen op mijn benen. Het is de mooiste stem die stierf in 2016, nog mooier dan die van Leonard Cohen. Tijdens eenzame winteravonden op kot luisterde ik wel eens naar Shakespeares sonnet 130, voorgelezen door Alan Rickman, om het minder koud te hebben. Ik hou ervan om hem te horen spreken, al weet ik dat muziek nog beter klinkt. Alan Rickman is mijn favoriete acteur, die bovendien mijn favoriete personage in de wereldliteratuur speelde. En al is dat wellicht niet het eerste waar mensen aan denken, ook Severus Snape is eigenlijk een hopeloze romanticus.

Vrij spel – kinderen kiezen wel

Bij ons is de Sint al geweest. Hij kwam in de nacht van vrijdag op zaterdag. Dat was net op tijd, want Martha werd wakker en zei meteen: ‘gaan we beneden eens kijken of Sinterklaas al geweest is?’ Misschien heeft ze iets gehoord, vannacht? Gestommel van een moeder die nog snel overal in het huis cadeaus vanuit goed verborgen hoekjes en kieren tevoorschijn moest toveren en inpakken? (De verstopplaats van de lievevrouwtjes was mijn persoonlijke favoriet: naast de wasmachine in de kelder. Het was een plezier om de was te doen vorige week.)

Hij bracht voor Thomas een autootje en stukken autoweg, een uitbreiding van de Toet Toet Auto’s garage die Martha twee jaar geleden van de Sint kreeg. Martha kreeg plasticine. Dat is haar favoriete speelgoed. Geef dat kind wat plasticine en wat vormpjes en je hoort haar de hele dag niet meer. Ze kregen ook twee sprookjesboeken, want de Sint weet dat hij hier niet welkom is als hij geen boeken mee heeft, en de nieuwe cd van K3. Ze hebben geluk dat de Sint die brengt, want van mij krijgen ze dat niet hoor, zo’n ketelmuziek.

Auto’s voor de zoon en plasticine voor de dochter, als feministe kon dat eigenlijk wel beter, dat geef ik toe. Ik geloof namelijk helemaal niet in ‘meisjes-‘ en ‘jongensspeelgoed’. Ik zie niet in waarom poppen voor meisjes zouden zijn, en auto’s voor jongens. Mannen krijgen toch ook baby’s? Vrouwen rijden toch ook met de auto? Dit filmpje van het mooie initiatief ‘Vrij spel -Kinderen kiezen wel’ illustreert heel mooi hoe kinderen daar zelf over denken: dat alle speelgoed voor meisjes en voor jongens is, en dat ze gewoon content zijn met wat ze krijgen.

 

 

Martha ging zaterdagochtend meteen dolenthousiast met haar nieuwe plasticine aan de slag. Thomas keek niet naar zijn auto’s om. Hij ging bij Martha aan tafel zitten en speelde mee met de plasticine. Wat later wilde Martha die auto’s eens van naderbij bekijken. Ze ging op de grond liggen om een lange autoweg te monteren. Plots vond Thomas de plasticine veel minder interessant en had hij ook oog voor de auto’s. Pas toen zijn grote zus met de auto’s aan het spelen was, konden ze hem ook bekoren. Ja, mijn kinderen kiezen zelf waarmee ze spelen. En Thomas, die wil vooral met zijn grote zus spelen.

play-doh toet-toet

 

Sinterklaas: magie of leugen?

sint2

sint1

Over Sinterklaas is er de afgelopen dagen heel veel over en weer geschreven en geschreeuwd. Ik wil het niet over zwarte piet hebben, wel over het betere bochtenwerk in mijn ouderschap dat die hele Sinterklaas met zich meebrengt. Ik lieg niet graag tegen mijn kinderen, dat is één ding. De pedagogische visie achter het sinterklaasfeest vind ik bovendien fel achterhaald. ‘Je moet braaf zijn om cadeautjes te zijn van een ouwe bisschop’, is een boodschap die totaaaaal niet strookt met wat ik mijn kinderen wil leren. Ten eerste wil ik hen leren dat ze niet al te braaf moeten zijn. Zelf heb ik het ‘flink zijn’ als kind veel te veel ter harte genomen. Nu ben ik volwassen en wou ik dat ik wat stouter durfde te zijn. Zeker in het huidige politieke klimaat kan je maar beter niet te braaf zijn. Ten tweede wil ik niet dat ze iets doen omdat er cadeautjes tegenover staan. Ten derde ben ik opgegroeid in het bisdom Brugge waar Vangheluwe bisschop was en zie ik geen enkele reden om mijn kinderen aan te leren dat een ouwe bisschop een gezagsfiguur is waar ze rekening mee moeten houden.

Bovendien kom ik in de problemen omdat ik mijn story nog niet straight heb. Mijn dochter is nog maar drie, maar ze stelt verdomd kritische vragen. Hoe klimt Sinterklaas op het dak? Hoe gaat hij terug naar buiten? Hoe gaat hij dan naar het volgende huis? Krijgen alle kindjes cadeautjes? Het is toch zijn verjaardag, waarom krijgen wij dan cadeautjes? Pfoe, ik zou eigenlijk het liefste zeggen: ‘Als je denkt dat er iets niet pluis is aan dat verhaaltje, dan heb je gelijk. Het is allemaal verzonnen. Ga nu maar weer spelen. Je cadeautjes krijg je zo ook wel.’

Tot zover mijn bezwaren tegen de Sint. Tot zover de rationele moeder die nadenkt over opvoeden-hoe-en-wat.

En dan is er mijn dochter die ongerust vraagt of we wel een schoorsteen hebben. Ik neem haar mee naar de overkant van de straat zodat ze de schoorsteen kan zien. Zichtbare opluchting op haar gezicht terwijl ze naar boven wijst: ‘O, ja, we hebben er één, en de buren ook. Iedereen heeft een schoorsteen!’ *Haalt opgelucht adem en gaat goedgemutst naar binnen*

En dan is mijn dochter die glundert wanneer ze Sinterklaas (de échte) op tv hoort zeggen dat er géén stoute kinderen zijn dit jaar. (Ik glunderde vooral wanneer ik naar Ramon keek – hoewel die qua stereotypering ook wel niet helemaal koosjer is –  en lag plat met het ‘Ministerie van Binnenlandse Daken’. Het enige moment op het jaar dat ik kan lachen met onze burgemeester is wanneer zijn tekst door Hugo Matthyssen wordt geschreven.)

En dan is er mijn dochter die een tekening naar Sinterklaas mag sturen en die brief in een brievenbus mag gooien en dan allemaal kritische vragen stelt over wat er vervolgens met die brief gebeurt.
– Hoe weet de postbode dan waar de Sint woont?
– Maar niemand mag toch naar het kasteel van Sinterklaas gaan, waarom mag de postbode dat wel?

En dan is er mijn dochter die zich rot amuseert op de expo van de spiekpietjes. (Al had ik me minder geschaamd om het spiekpietjesboek voor te lezen op de tram als die pietjes alleen maar wat roetvegen hadden gehad.) En dan is er een moeder die tegen haar eigen principes de joker van de spiekpietjes inzet om hulp te krijgen bij het opruimen. (Zo fout, maar hé, die andere moeders doen ook maar wat.)

En dan is er mijn dochter die zich afvraagt hoe dat werkt met die schoen zetten, want ‘Ik moet mijn schoenen morgen toch aandoen om naar school te gaan’.

En dan is er mijn dochter die op haar verlanglijst voor Sinterklaas ook dingetjes van Bumba plakt, want ‘Thomas vindt Bumba leuk’.

En dan is er mijn zoon die ‘Kaasje‘ roept wanneer hij de Sint op tv ziet en meedanst en -huppelt als er een Sinterklaasliedje speelt. En dan is er mijn zoon die van blijdschap danst en in zijn handjes klapt wanneer hij picknickjes en mandarijntjes bij zijn schoentje ziet liggen.

En dan is er timehop die me eraan herinnert hoe leuk we de intrede van de Sint in Berchem vorig jaar vonden. Martha had daar zo van genoten dat ze erna op de grond in slaap viel.

Nee, ik wil mijn kinderen de magie van Sinterklaas niet ontnemen. En mezelf ook niet trouwens. Als ik ervoor moet liegen, dan is dat maar zo. Het is tenslotte een kinderfeest.

 

PS: Stiekem wil ik het toch ook een beetje over zwarte piet hebben. Ik heb namelijk een mening over het pietendebat, en als ik de reacties op Facebook en de krantenpagina’s er even op nasla is er vermoedelijk zo’n 95 procent kans dat u het met mij oneens bent. Mijn mening komt ongeveer hierop neer: als iemand zegt, ik voel me gekwetst, dan kan je maar beter zeggen: ‘o, sorry, dat was niet mijn bedoeling, leg me uit waarom en ik zal proberen je niet meer te kwetsen’, dan beginnen roepen dat het niet waar is en dat die persoon zich niet gekwetst mag voelen.  Ja, ik ben politiek correct. Nee, ik denk niet dat de wereld naar de haaien gaat door mensen die politiek correct zijn. De wereld gaat naar de haaien als we niet meer in staat zijn tot empathie.

Verder kon ik me heel erg vinden in wat Dalilla Hermans, Bie Vancraeynest, Maartje Luif en Thomas Smolders schreven. Ook het essay ‘Requiem voor een versleten Piet’ in Revue Lanoye is bijzonder lezenswaardig. Hij haalde mijn kop uit het zand in de pietendiscussie en zorgde ervoor dat ik mijn kop nooit meer terug in het zand kan steken. Om het met de woorden van Tom Lanoye zelf te zeggen: ‘Kennis is als kanker: zodra ze is verworven, vormt ontkenning geen remedie.’