As we speak #4

Dit is mijn vierde As we speak. In dit rubriekje – geïnspireerd door tales from the crib – vertel ik over allerhande dingen die me bezighouden, maar waarmee ik geen volledige post kan vullen.

Lezen

Veel en veel te weinig. Nadat ik Elena Ferrante heb ge-binge-lezen (bestaat dat?), heb ik zes weken over een nochtans uitstekend boek van nog geen 200 blz. gedaan, met name Nutshell van Ian McEwan. Nu zit ik ‘tussen boeken’. Ik twijfel over The Handmaid’s Tale van Margaret Atwood, Purple Hibiscus en Half of a Yellow Sun van Chimamanda Ngozi Adichie, Zout op mijn huid van Benoîte Groult of toch maar die laatste Harry Potter

Schrijven

Door een sinusitis die ongeveer zeven weken heeft aangesleept, zat ik met een letterlijke en figuurlijke writer’s block. Ik schreef wekenlang zo goed als niets. Gelukkig heb ik intussen weer de moed gevonden om enkele blogposts te schrijven en de verjaardagsbrieven aan mijn kindjes.

Kijken

Ik ben begonnen met The Crown op een avond dat ik ongeveer zes wasmanden was te plooien had. Ik kijk toch graag naar kostuumdrama’s, zeker als ze gebaseerd zijn op waargebeurde feiten. Het enige nadeel daarvan is dat ik tijdens het kijken voortdurend op mijn tweede scherm vanalles zit op te zoeken op Wikipedia. MUST. LEARN. ALL. THE. THINGS. Niet echt ontspannende televisie dus voor mij. Dat compenseer ik dan weer door – vertel het niet verder, want mijn imago – naar Blind Getrouwd en Temptation Island te kijken. En daar dan kwaad over te zijn op mezelf, want ik heb toch helemaal geen tijd voor zo’n troep.

En verder …

– Hebben we een ontzettend leuk verjaardagsfeest gehad voor de kinderen die resp. vier en twee zijn geworden. Ze voerden zelfs een show op, Martha, Thomas en nichtje Lore, compleet met bisnummers en al. Het was schitterend.

– Heb ik veel moeten denken aan toen we twee jaar geleden Martha’s tweede verjaardag vierden enkele dagen voor Thomas geboren werd en dat mama daar nog bij was, maar dat het haar laatste maanden waren.

– Hebben we het park opgeruimd dat vier jaar onafgebroken in onze living heeft gestaan. Ons park verging het zoals het alle parken op een gegeven moment vergaat: het werd een opbergbak voor rommel. Heel af en toe zette ik Thomas er nog eens in om in de kelder een was te gaan insteken, maar hij kan stilaan veilig de trap af en vaak zat er toch te veel rommel in het park om er nog een kind bij te zetten. Ik vond het toch een emotioneel moment. Afscheid van de babyperiode. Ik probeer al mijn babygerief zoveel mogelijk uit te lenen, omdat ik er nog niet aan toe ben om er definitief afscheid van te nemen. Het lijkt nog maar gisteren dat ik het verschil niet kende tussen een wieg, een babybed en een park, en vandaag heb ik al die dingen al niet meer nodig. Stop de tijd!

Over die keer dat ik van de trap donderde …

Jolig huppelend verliet ik vrijdagavond mijn bureau. Een uurtje later had ik afgesproken met twee vriendinnen die ik heel graag maar te weinig zie. Het was lente, het was weekend, ik was blij. Ik twijfelde een seconde over de lift, maar de trap nemen is beter voor het milieu en mijn conditie en nog sneller ook. Snel was het zeker deze keer! Ik struikelde of gleed uit op de bovenste trede en een koprol of drie later lag ik beneden met mijn kop tegen de muur en overal pijn. Het anders zo drukke gebouw was bijna verlaten op vrijdag om kwart na vijf. Drie mensen kwamen uit hun bureaus toegesneld. Of ik bij bewustzijn was? Ja, bracht ik aarzelend uit. Ze gaven me een zak bevroren spinazie voor de buil op mijn hoofd en belden naar het ziekenhuis. Ik belde M. die gelukkig ook nog in Brussel was – de eerste keer dat ik het een voordeel vind dat we allebei in Brussel werken.

Terwijl we op hem wachtten, begon ik me zorgen te maken over die gigantische buil en de druk die ik voelde wanneer ik mijn hoofd bewoog. Ik dacht aan mijn tante die na de val met haar fiets alleen nog haar naam zei en daarna nooit meer iets. Ik dacht aan het hersenletsel van mijn moeder. Ik wilde niet hysterisch doen, maar vroeg toch aan één van de lieve mensen bij me om met me mee te wandelen naar het ziekenhuis. Ik ging te voet, op mijn benen vol blauwe plekken en een kapotte schoen. Voor de deur van het ziekenhuis stond M. al op me te wachten. De spoedafdeling was zo goed als verlaten, dus ik verwachtte dat we snel weer buiten zouden zijn. Helaas. We waren om 18 uur in het ziekenhuis. Het duurde tot 21 uur voor ik een dokter te zien kreeg.

We kregen te maken met de TRAAGSTE spoedarts ooit. Hij schreef al zijn bevindingen op papier op om ze vervolgens te gaan uittikken MET 1 VINGER. Maar hij deed zijn werk wel grondig. Hij liet me allerhande proefjes doen die me geruststelden over de staat van mijn hersenen: armen in de lucht, glimlachen, benen in de lucht, neus aanraken … Hij gaf me een brace voor mijn nek. Na zijn onderzoek moest er alleen nog een CT-scan gebeuren. Ik vroeg hem of dat snel kon gaan, want dat we nog een trein moesten halen. Hij verzekerde me dat hij zich zou haasten. Vriendelijk was hij wel. Wat later werd ik met een rolstoel naar de scanner gebracht. Ik zei dat ik wel kon lopen, maar dat mocht niet. Na de scan zei de verpleger dat de resultaten er over een kwartier zouden zijn. Ik hoopte dat we de trein van half elf nog zouden halen en misschien zelfs nog iets oppikken om te eten onderweg. Maar het bleef maar duren. Ik ging nu en dan eens spieken om te zien wat mijnheer doktoor aan het doen was: beelden bekijken. Nog beelden bekijken. Nog beelden bekijken. Doktersbriefje schrijven. Voorschrift schrijven. Attest voor de verzekering schrijven. Dat alles duurde nog tot 23 uur. Hij excuseerde zich voor het lange wachten, zo vriendelijk dat ik onmogelijk kwaad op hem kon zijn. Uiteindelijk waren we om half één thuis.

Ik heb al fijnere vrijdagavonden beleefd, maar ik heb zo veel geluk gehad! Ik had mijn benen of mijn nek kunnen breken. Ik had een hersenschudding- of bloeding kunnen hebben. Maar ik ben er van af gekomen met wat blauwe plekken, wat nekpijn en hoofdpijn. Dankjewel, engelbewaarder!

Jeugdboekenmaand M/Prinses/X

Na mijn eerste werkdag in de vrouwenbeweging kwam ik thuis en vertelde mijn dochter van vier me dat ze op school over ridders en prinsessen had geleerd. ‘Wat heb je dan geleerd,’ vroeg ik. Zij: ‘dat ridders prinsessen redden.’ Ik heb haar verteld dat prinsessen geen ridders nodig hebben om hen te redden, en dat ook meisjes ridders kunnen zijn en ook jongens prinsessen. ‘Dat weet jij niet mama, want je zit niet in mijn klas.’ Dat was twee dagen vóór Internationale Vrouwendag en pal in Jeugdboekenmaand met als thema M/V/X. Op hetzelfde moment ging dit filmpje viraal.

Ik lees enthousiast voor over brandweermannen en -vrouwen en over piloten, en als ik vervolgens vraag wat zij later wil worden, zegt ze overtuigd: ‘prinses’. Voor mij geen probleem. Dat groeit er wel uit. Maar erger vind ik het om te horen dat in haar klas álle meisjes prinsessen zijn en álle jongens ridders, want zo is dat nu eenmaal, mama. Het breekt mijn feministisch hart om te moeten horen dat meisjes van vier al denken dat ze alleen prinses kunnen worden later, omdat er geen andere rolmodellen zijn voor kleine meisjes.

Op Vrouwendag moest ik gaan voorlezen in dat klasje vierjarigen. Nu had ik hoegenaamd geen goesting om rolbevestigende boekjes voor te lezen. Dus ben ik dinsdagavond nog in allerijl naar de bib gefietst om enkele boekjes te gaan halen die me werden aangeraden na een wanhopige oproep op Facebook alsook door Femma en Jeugdboekenmaand.

En zo was mijn eigen kleine actie voor Vrouwendag: vierjarigen vertellen over bange ridders, over prinsessen die met prinsessen trouwen en over honden die ondanks alle vooroordelen uitstekende balletdanseressen kunnen zijn.

Dit zijn onze toppers van deze jeugdboekenmaand:

Prinses Nina

Over een prinses die niet met een prins wil trouwen, maar met een prinses.

Over een hond die denkt dat hij een balletdanseres is.

Prins Assepoets

Over Assepoester maar dan anders. Van dezelfde auteur lazen we ook Prinses Wijsneus, over een prinses die onder geen beding wil trouwen met een prins.

Naar dit boekje ben ik erg benieuwd, maar ik heb het helaas nog niet te pakken gekregen

En ik kan vooral niet wachten tot ze groot genoeg zijn om kennis te maken met mijn absolute heldin van mijn jeugd.

Afbeeldingsresultaat voor matilda boek

Brieven aan mama #11 – Sprakeloos

Op Martha’s verjaardagsfeest, vandaag twee jaar geleden.

Mama, vandaag komt de verfilming van Sprakeloos in de zalen. Ik wil hem zien. Ik wil hem niet zien. Ik moet hem zien.

Je hield niet van Tom Lanoye. Je vond hem een vulgair ventje, het lezen niet waard. Ik was het daar niet mee eens, en dat wist je. Omwille van Lanoye (onder meer) ging ik Germaanse studeren. Ik hoopte misschien dat ik daar zoals hem kon leren schrijven … Ik zong de lof van zijn eloquente pen en jij trok je wenkbrauwen op bij mijn jeugdige dweperij. Al mijn helden vielen in die vier jaar Germaanse. Maar hij niet. Ik bleef fan van Lanoye en jij bleef kritisch voor mijn idool.

Toen je borstkanker kreeg en de moed verloor, wilde ik iets doen voor je. Zorgen zit niet in mijn natuur, dus deed ik wat ik wel kan. Ik koos boeken voor je uit. Ik selecteerde ze uit mijn eigen bibliotheek en plakte er gele briefjes in. Bij Sprakeloos schreef ik dat ik wist dat je niet van Lanoye hield, en dat dit boek niet tot mijn favorieten behoorde – ik hield inmiddels vooral van Lanoyes opiniërend schrijven – maar dat ik een goede reden had om te geloven dat je dit boek wél graag zou lezen. Je las het en je hield ervan. Natuurlijk hield je ervan. Het was een ode aan een moeder en jij die je moeder te vroeg verloor kon alleen maar ontroerd zijn door die prachtige ode van dat vulgaire ventje aan zijn moeder. Hoe ironisch is het dat je in je laatste levensjaren Lanoye hebt leren appreciëren met een boek dat pas enkele jaren later over jou zou blijken te gaan. Dat uitgerekend jij ook je taal verloor. Dat uitgerekend jij ook moest vragen, al was het zonder woorden en al was je nog niet oud: ‘laat dat toch gaan. Laat dat oud menske gaan.’ Nu is er dus die film, mama. En ik vraag me af of ik je had kunnen meesleuren naar de cinema ervoor, en of ik hem überhaupt had willen zien als niet gebeurd was wat gebeurd is. Ja, je zou hem willen zien, maar je zou wel wachten tot hij op tv was en als je hem gezien had, zou je zeggen dat het boek beter was. (Hoeveel keer ben je in je volwassen leven naar de cinema geweest? Misschien alleen die keer dat Julie en ik je verplichtten om een Harry Potter-film – nog zo’n liefde die ik niet aan je verkocht kreeg – uit te zitten, tegen je zin maar uit liefde voor ons.) Nu is er die film, mama. Ik wil hem zien en ik durf niet. Maar ik ben het verplicht aan jou. Ik ben het verplicht aan alle moeders die hun taal verloren. Ik ben het verplicht aan mezelf. Want Sprakeloos is het boek van jou en mij. Ik reserveer je plaats alvast in de cinema.

“Pijn had zij niet, dat is waar, een troostende gedachte kan ik het maar nauwelijks noemen. Uitgerekend zij moest haar spraak verliezen. (…)
Was het twee jaar te laat? (‘Laat dat toch gaan. Laat dat oud menske gaan’) ik weet het nog steeds niet. Ik had de mooie momenten niet graag gemist. Maar nog liever had ik, met terugwerkende kracht, de gruwelijke uren en dagen uitgewist. In de eerste plaats voor haar. Nooit heb ik haar, naar mijn gevoel, meer verknochtheid en respect bewezen dan toen we haar eindelijk toelieten te gaan. Een mens staat maar bij één persoon echt in het krijt. Ik heb die lei toen schoongewreven. Misschien kan liefde maar één ding echt. Uit liefde doden.”

Uit Sprakeloos van Tom Lanoye

Klein geluk #6 – de krokusvakantie

Hij is alweer even achter de rug, maar ik bedacht me deze week dat ik hem toch wilde bewaren. Ik heb zelf maar één dag gewerkt in de krokusvakantie. Op maandag nam ik afscheid van mijn collega’s bij Kluwer. We gingen eten en ze gaven me het perfecte afscheidscadeau: bonnen voor Kobo (om boeken voor mijn e-reader te kopen) en bonnen voor de Arenberg. Een collega wilde me zelfs tickets voor een specifieke voorstelling geven, maar dacht dat ik er misschien al had. En dat klopte. Ik had mijn tickets voor die voorstelling een half jaar geleden al besteld. Ik was danig ontroerd door hoe goed die fijne collega’s me kennen. De job ga ik niet missen, maar de collega’s des te meer.

Daarna zat ik letterlijk ‘between jobs’. Tijd om leuke dingen te doen met de dochter. Het is tenslotte één van haar laatste vakanties alleen. Ik wilde er een Martha-verwenweekje van maken. Als je haar vraagt wat het hoogtepunt van de vakantie was, klinkt het antwoord luid en duidelijk: KAPITEIN WINOKIO. Op woensdagmiddag gingen we naar ‘ABC, kom en zing mee’. Dinsdagavond heb ik nog last minute tickets overgenomen van iemand die ziek was. Voor de kindjes was het een verrassing. Ze wisten niet waar we naartoe fietsten. Maar Martha haar gezichtje straalde toen we binnenkwamen in De Roma en een meneer zei: ‘welkom bij Kapitein Winokio’. Zo blij heb ik haar zelden gezien. Ze heeft alle liedjes van het begin tot het einde meegezongen, en na het concert maakte ze een inventaris van welke letters hij wel en niet zong. Ze heeft er nog dagen over nagepraat. Ook Thomas was enthousiast. Hij probeert ook al om de liedjes mee te zingen (‘aaaaaa’) en danst graag. Maar voor hem was het toch wat luid en lang. In het Openluchttheater vorige zomer kon de kapitein hem meer bekoren. We gingen in de krokusvakantie ook naar Train World en naar de cinema voor Masha en de beer. Daaraan vond ze dan vooral de popcorn leuk. Ook het babybezoekje aan mijn kraakverse en goddelijk mooie metekindje vond ze erg leuk. Maar niets kon tippen aan de kapitein. Het was een leuke vakantie, ideaal om de batterijen op te laden voor het begin aan een nieuw werkend leven.

Op de foto:
– de kapitein
– de kindjes vóór de kapitein
– de kindjes ná de kapitein
– Martha en Thomas in de tuin van opa. Volgens Martha is de lente begonnen. In realiteit was het ijskoud.
– Martha in Train World: ze vertrouwt het niet helemaal
– Martha bij Kind & Gezin in Leuven

Balans van de eerste werkweek

Ik heb er mijn eerste werkweek van vier dagen en in Brussel opzitten sinds de geboorte van Thomas. Ik heb er weken stress over gehad. Hoe zouden we het allemaal doen? De kindjes naar school en naar de crèche brengen, en toch nog op tijd in Brussel zijn om ook op een redelijk uur naar huis te kunnen gaan? Goed nieuws: de eerste week hebben we al overleefd. Nu nog alle volgende weken … Ik maak mijn balans op van de eerste werkweek.

Het lukte, het lukte, ja, yes we did it
Dankzij een goede samenwerking op een moment dat zowel M. als ik niet op ons best zijn, namelijk ’s ochtends, is het gelukt om de kinderen op tijd af te leveren en ook nog een treffelijke trein te halen. Nu moeten we dit alleen nog zien vol te houden. Dat moment dat de wekker voor de vierde keer afgaat en je weet dat je nu echt wel onder je zachte, warme dekens vandaan moet komen, en dat je denkt: ‘vanavond ga ik vroeger slapen’, maar je weet al dat je het niet zal doen, dát moment blijft toch het moeilijkste van de dag.

Ik ben blij dat ik mag thuiswerken
Deze week moest ik vier dagen naar Brussel. Na dag twee was ik stikkapot en vroeg ik in paniek aan vriendinnen via sociale media: ‘HOE DOEN MENSEN DAT?!?’ Pendelen, werken, gezin … Maar vanaf volgende week kan ik één dag thuiswerken. Dat betekent dat ik de kinderen nog drie avonden moet uitbesteden, omdat ik niet op tijd thuis geraak. Dat valt mee. Valt dat mee eigenlijk? Het is in elk geval nog steeds niet mijn ideaalbeeld van hoe een gezinsleven eruit moet zien.

Ik ben moe, zo moe
Ik was al moe toen ik pendelde maar nog geen kinderen had. Ik was al moe toen ik kinderen had maar niet pendelde. Nu heb ik kinderen en pendel ik. Wij pendelaars maken onszelf vanalles wijs: dat we onze tijd op de trein nuttig kunnen besteden door te schrijven of te lezen of te werken. Of door – dat heb ik donderdag gedaan – mijn boodschappen te bestellen onderweg. Maar het is en blijft de rottigste vorm van tijdverlies, overprikkeld zitten wezen in een overvolle trein en dat laatste restantje energie uit je lichaam voelen glijden, terwijl er thuis nog zoveel (onbetaald en ondergewaardeerd) werk op je wacht.

Ik moet mijn weken minder volplannen
Ik moest deze week drie avonden weg. Dat betekent: snel eten, kindjes niet zelf in bed steken, rushen naar mijn afspraak, laat thuiskomen, ’s avonds laat nog boterhammen smeren en kleren klaarleggen, gaan slapen terwijl de living en de keuken nog ontploft zijn. (Al hoop ik op die manier inbrekers af te schrikken, onder het motto: ‘ze zijn hier al geweest’.) Zaterdag had ik de hele dag vergadering en het enige moment dat ik die kon voorbereiden, was vrijdagavond laat op de trein.

Het waren leuke avonden, dat wel. Woensdag in Atlas heb ik op één avond meer verrijkende gesprekken gehad met mensen die ik niet ken dan anders op een week. Vrijdag heb ik meer stukken van Shakespeare gezien dan anders op een decennium. (Aanrader trouwens! Een crash course Shakespeare met een cast van huishoudvoorwerpen. Je kan vandaag nog in het Kaaitheater of volgende week in Gent gaan kijken.)

Al bij al was mijn week zoals het leven moet zijn: een beetje cultuur, een beetje ontmoeting, een beetje leren, een beetje lezen, een beetje schrijven en toch nog voldoende tijd voor mijn kindjes … Maar eigenlijk zou ik in dit nieuwe pendelend bestaan ook elke avond om 22 uur moeten slapen. Daar werken we nog aan.

Last but voorzekerst niet least …

Leve de bomma!
Ik ken geen enkel ander koppel met twee kleine kinderen dat ook met tweeën naar Brussel pendelt. Dat is volgens mij ook gewoon onmogelijk. De enige reden dat wij dat wel kunnen, heeft een naam. Ze heet Julie en ze neemt de helft van onze ouderlijke taken over: kindjes halen van school en crèche, eten en pakken liefde geven, verhaaltjes lezen, in bed steken. Ik kan niet genoeg de lof van die fantastische bomma zingen.

Solidariteit is ons wapen!

Het genootschap van ongebruikte dingen

Het is hier al een maand van Tournee Bacterielle, de ene zieke na de andere, mezelf incluis. Het bloggen is er wat bij ingeschoten. Maar ik heb wel nog een gedicht geschreven (straks krijg ik de smaak nog te pakken zeg). De opdracht voor het examen literaire creatie was: een absurd gedicht over een vingerhoed. Et voilà:

Het genootschap van ongebruikte dingen

De vingerhoed verveelt zich
Hij ligt lamlendig in een la
Hij heeft niets meer om handen
Op het lange wachten na

Soms gaat de la eens open
’t Is nooit voor hem, dat ’t laatje opengaat
Wel voor de naalden, garen, knopen
Maar niemand weet dat hij bestaat

Voor de vingerhoed is er geen werk meer
Hij is daarover gefrustreerd
Zelfs om het zevende knoopsgat aan te naaien
Hebben ze hem volkomen genegeerd

Maar op een dag is ’t wel voor hem
Hij juicht heel diep vanbinnen
’t Is niet om te naaien, nee
Men wil een verzameling beginnen

De vingerhoed verveelt zich nog
Maar heeft plots een idee
‘Samen staan we sterk’, zegt hij
Kom, doe maar allemaal mee

‘We richten een genootschap op voor ongebruikte dingen
En dan gaan we samen heel wat strijdliederen zingen’
De typmachine, de VHS en de encyclopedie staan allemaal versteld
Dat de vingerhoed zo strijdbaar is, had niemand hen verteld

Vanaf dat moment geeft de vingerhoed de bevelen
‘Nu gaan we staken’, zegt hij, ‘want dat is beter dan vervelen’
Ze zingen samen liederen van ‘Wij willen werkbaar werk’
en ‘Samen staan we sterk’

Het genootschap van dingen waar geen mens nog wat aan heeft
Heeft als vakverbond zijn schoonste dagen toen beleefd
Tussen de typmachine, de VHS, de vingerhoed en de encyclopedie
Was het voortaan één en al camaraderie

 

 

(BREAKING: de vingerhoed werd weggesaneerd. Daar wordt ie vast nog strijdbaarder van.)

Gedichtendag: een kyoka

Ter gelegenheid van gedichtendag – en een groep misplaatste meeuwen in mijn straat – heb ik een kyoka geschreven.

Een zwerm meeuwen hier
– volgens mij zijn ze verdwaald.
Meeuw schijt op mijn hoofd.
Het is een volmaakte spat
wit op mijn lichtblauwe helm.

(De kyoka is de aardse, ook ironische, speelse, humoristische of bedrukte tegenvoeter van de tanka. De tanka is een lyrisch gedicht, bestaande uit vijf regels met doorgaans 5-7-5-7-7 lettergrepen, zonder bedoeld rijm of vastgestelde maat. Bron: wikipedia)

Brieven aan mama #10

Mijn mama en ik in 1985

Mama,

In juli schreef ik mijn laatste brief aan jou. Na die triestige verjaardag wist ik niet zeker of ik mijn brieven aan jou wel moest verderzetten. Blijkbaar voel ik een onzekerheid over hoe lang mijn verdriet mag duren en hoe open ik erover mag zijn. Terwijl je me tegen iemand anders nooit iets anders zal horen zeggen dan dat verdriet voor altijd duurt en dat je je er nooit hoeft voor te schamen. Er zijn nog altijd duizend-en-één dingen die ik aan jou wil vertellen. Er zijn nog altijd duizend-en-één momenten waarop ik je mis.

Solden

Nu zijn het bijvoorbeeld weer solden. Mijn enige jeansbroek en winterjas waren kapot, dus ik móest gaan winkelen, hoewel ik het haat. Sinds jij ze niet meer voor me kon inleggen, had ik geen enkele broek meer gekocht. Of hoe zelfs jeansbroeken een enorme emotionele symboliek kunnen hebben. Ik kocht er twee die meteen goed waren van lengte, zodat ik niet de emotionele beproeving door moest van iemand anders zoeken die broeken korter voor me maakt.

Wanneer ik ga winkelen, zie ik overal moeders met dochters. Dat doet pijn, misschien al iets minder dan vorig jaar, maar toch doet het nog pijn. Nu moet ik mijn telefoon bovenhalen om uit te rekenen hoeveel dertig procent van 79 euro is, terwijl ik dat vroeger gewoon aan mijn mama vroeg, die een soort van human calculator was. Bovendien moet ik nu al mijn kleren zelf kopen en is er geen mama meer die met een knipoog zegt: ‘kom, pak dat gauw mee, je staat er zo mooi mee. Als jij het niet koopt, koop ik het voor jou.’

De scherpste kantjes

Een tijdje geleden viel het besef me ineens te binnen dat ik er stilaan gewend aan ben, dat je er niet meer bent. Ik merkte het aan het gemak waarmee ik tegenwoordig beslissingen neem. Zonder raad aan iemand te vragen, weeg ik nu zelf pro’s en cons af, en dan beslis ik. Gewoon. Alsof ik een besluitvaardig iemand ben. Nadat ik dat besefte, wilde ik graag naar je bellen om je dat te vertellen. ‘Kijk mama, hoe goed ik nu zelf mijn beslissingen neem.’ Ik verander binnenkort voor het eerst van job zonder dat ik daar eerst uitvoerig met jou over gepraat heb.

Ik besefte ook dat ik al een tijdje niet meer om je gehuild heb. Dat de scherpste kantjes eraf zijn, heet dat. Niet dat ik je minder mis, dat niet. Nu en dan hoor ik je stem in mijn hoofd. Ik haal een pot kokend water van het vuur, en ik hoor: ‘oef, kokende chaud’. ‘Dag mama,’ wil ik dan zeggen, omdat ik zelf niet eens door had dat je in mijn gedachten was. Vorige week stond ik in de Panos. Voor me stond een grote, slanke vrouw met kort haar en een bril. Ze zag iemand die ze kende, en sprak hem met een West-Vlaams accent aan. Iets in haar manier van zijn en van praten, deed me aan jou denken. De scherpste kantjes mogen er dan wel af zijn, maar toen stond ik wel mooi met tranen in mijn ogen een brood te bestellen in de Panos.

Verjaardag

Mijn tweede verjaardag zonder jou, mijn derde zonder dat ik om middernacht een bericht van je kreeg, en het blijft gek om niet samen in ongeloof te kunnen hoofdschudden, of ik nu echt al 32 ben, of jij nu echt al 32 jaar moeder van mij bent. De kerstboom blijft hier staan tot na mijn verjaardag, net zoals vroeger. Dit jaar kreeg ik het schoonste cadeau ooit voor mijn verjaardag. Ik mag meter worden van het kindje van A. Je zou geglunderd hebben van trots en blijdschap. Je hebt mijn vriendschap met A. altijd zo gekoesterd. Elke keer dat ik met haar afsprak, was je blij dat we nog altijd vriendinnen waren.

De lijm

Met jou is ook de lijm tussen ons en de rest van de familie gestorven. Ook dat doet pijn. Als ik nonkels of tantes wil zien, moet ik ze gaan opzoeken. Maar ik ben dat niet gewoon, om daar te gaan aanbellen en te zeggen: ‘ik passeerde en dacht, ik spring eens binnen.’ Bovendien woon ik te ver om eender waar toevallig te passeren. Als ik naar West-Vlaanderen ga, gaan we bij papa langs, bij Julie en Mattias en soms als het lukt bij C. of S. Om ook nog bij nonkels en tantes langs te gaan, dat komt er gewoon niet van. Dat vind ik jammer, want uitgerekend zij zouden me over jou kunnen vertellen. Uitgerekend zij missen jou ook.

Mama, je vroeg zo vaak ‘wa goan junder toh doen, akik der niemèr zien’. Wat gaan jullie toch doen als ik er niet meer ben. Dit dus. Ons plan trekken. Beslissingen nemen. Oplossingen vinden. Volwassen zijn. En elke dag wensen dat het niet nodig was.

Ik mis je, mama.

PS: Over de kindjes moet ik je zo veel vertellen dat ik het in een aparte brief zal doen

As we speak #3

Een rubriekje geïnspireerd door Tales from the crib, waarin ik vertel over wat me ‘as we speak’ bezighoudt.

Kijken

Na 32 jaren in dit leven besloot ik dat het tijd was om nog eens een gigantisch gat in mijn cultuur te vullen. Ik kon de Bijbel lezen, maar het moest ook nog een beetje leuk blijven. Dus we keken naar Star Wars. En oh my god, hoe kon ik dit niet eerder gezien hebben? Ik snapte niets van popcultuur, ooit, tot nu toe! Dit was een véél groter gat in mijn cultuur dan ik kon vermoeden. Nu moet ik alles opnieuw bekijken wat ik ooit heb gezien: Friends (Rachel als prinses Leia), The Big Bang Theory (Sheldon ís blijkbaar een robot), How I Met Your Mother (‘Like, first of all, how do they understand that walking bear they hang around with all the time?’). Ook moet ik Wonder van R.J. Palacio opnieuw lezen nu ik tenminste weet wie Jango en Boba Fett zijn. Ik geef toe dat ik enkele keren in slaap viel, maar dat overkomt me met de beste series/films (Breaking Bad en Game of Thrones, ik heb het over jullie). Wat telt, is dat ik de volgende dag goesting had om terug te spoelen en wakker te blijven tijdens de herkansing. Ik heb een kleine crush ontwikkeld op Han Solo. En dan prinses Leia … Was Carrie Fisher twee weken vroeger gestorven, ik had niet eens geweten wie ze was. Maar nu stierf ze enkele dagen nadat ik kennismaakte met Prinses Leia en vond ik het verschrikkelijk jammer dat ze dood is, want Wat Een Vrouw (zowel Leia als de actrice).

Is het heel raar dat ik jullie vanalles zit uit te leggen over films die WERKELIJK IEDEREEN al jaren geleden zag? Ah well, it’s my blog so …

Eten

Ongeveer drie keer per week: wortelpuree. Met dank aan een dochter die preventief bij alles wat voedsel maar geen wortel is, zegt: ‘ik lust dat niet’. (Behalve wanneer ik voorlees dat bij het proviand van Rat die Kikker redt ook pindakaas zit. Dan zegt ze: ‘Pindakaas? Ik lust pindakaas.’)

Ze heeft zichzelf ook bevorderd tot koekjescontroleur. Met een belerend vingertje in de lucht vraagt ze: ‘Mama, waarom heb jij alle koekjes opgegeten? Die waren toch niet alleen voor jou?‘ Oeps, betrapt. Ze hebben me door. Dat Thomas zijn langste woord chocoladetaart (‘koekoelataat‘) is, zal ook niet toevallig zijn zeker?

Verder hebben we ont-zet-tend slecht gegeten voor ons negenjarig jubileum slash mijn verjaardag. We gingen naar een restaurantje met goede recensies en waar ik zelf al eens lekker gegeten had, maar het viel serieus tegen. We kregen dim sum van kippenhartjes. Zoiets kan lekker of degoutant zijn, en het was helaas het tweede. De hapjes bij het aperitief waren betalend. Ik bestelde ‘makreeltjes’ van 6,5 euro en kreeg letterlijk zo’n blikje makreelfilets op olie dat in de supermarkt nog geen euro kost. Schaamteloos vond ik dat, al zal er wellicht één of ander hip idee achter zitten. Het was er koud, en we moesten lang wachten op ons eten. We wilden achteraf nog naar de cinema gaan, maar mijn voeten waren ijsklompen geworden in dat restaurant en ik wilde de kou geen twee keer moeten trotseren. Dus we gingen naar huis om … Star Wars te zien. Lekker in de warmte. Ondanks het niet zo lekkere eten, was het toch gezellig, met ons tweeën.

Schrijven

Ik moest een verhaal schrijven over een rampzalig feest. Daar heb ik mee geworsteld. Ideeën genoeg, maar een coherent verhaal schrijven, is toch nog iets anders. Ik leer er wel ontzettend veel van, van die opdrachten. Hoe moeilijk het is om geloofwaardige personages te creëren. Hoe moeilijk het is om subtiel dingen in een tekst te stoppen, waarvan je wil dat de lezer ze er zeker uit haalt. Dat het al moeilijk is om de chaos in mijn hoofd te bedwingen om een verhaal van drie bladzijden te schrijven en dat ik dus nog veel ga moeten oefenen wil ik ooit een roman schrijven. Ik ben zo blij met mijn avondlessen literaire creatie, ge kunt dat niet geloven. Bovendien heb ik nu een geheim wapen tegen mensen die gemeen tegen me zijn: pas maar op of ik schrijf u op!

Lezen

Te weinig, zoals altijd. Al is het ’s avonds soms moeilijk om Elena Ferrante aan de kant te leggen en te gaan slapen. Vannacht bijvoorbeeld werd mijn slaap gered doordat de batterij van mijn Kobo plat was.