Maandelijks archief: november 2012

Eersteklassemensen

Ik heb vastgesteld dat er helemaal niet meer plaats is om te zitten in eerste klasse. De stoelen zijn er breder, maar de mensen zitten er ook breder. Ze vinden dat hun goed recht, want ze hebben ervoor betaald. Ik krijg het vaak claustrofobisch naast die chique meneren in pak die hun schouders breed laten uithangen over de scheidingslijn tussen onze beider stoelen. Zo’n pak is bedoeld om te imponeren, maar een zwangere vrouw geef je toch wat ademruimte, mannen.
Mensen zijn er luider. Terwijl het in tweede klasse heel gemakkelijk is om collega’s en kennissen te ontlopen, zijn er maar enkele eersteklassewagons en zijn er ook maar enkele werkgevers die bereid zijn om voor hun werknemers eerste klasse te betalen. Het zit er dus vol met kletsende collega’s.
Hun gsm’s rinkelen ook luider. Waarschijnlijk krijgen eersteklassemensen belangrijkere telefoons dan tweedeklassemensen. Ze mogen dus het risico niet lopen dat zij – of hun medereizigers aan de andere kant van de wagon – hun telefoon niet horen.
Maar je hebt er wel meer kans op een plaats. En de conducteur kijkt niet na of ik met mijn tweedeklasse-abonnement wel gerechtigd ben op een plaats in eerste klasse. Ik heb nog niemand de omvang van mijn buik zien controleren. Als de trein vol is, kun je als vrouw in de vruchtbare leeftijd dus altijd wel proberen om ongestraft tussen de chique meneren te gaan zitten.

Dingen die leuk zijn aan zwanger zijn …

Tijd voor een positief bericht. Er zijn namelijk ook wel enkele voordelen verbonden aan het hele zwangerschapsgebeuren, met name:

– Ik mag in eerste klasse in de trein.
– Als ik dingen laat vallen, raapt Mehdi ze op.
– Andere mensen moeten zware dingen dragen voor mij.
– Ik mag vloeken als een bootwerker.
– Als ik dingen vergeet, kan ik dat op mijn zwangerschapsdementie steken.
– Als ik te veel snoep, steek ik dat op mijn dochter: die gaat vast een zoetekauw zijn.
– Het beste kindje van de wereld gaat geboren worden.

 

Hoe lang je To-Do-lijst ook moge zijn, je komt er niet toe, dankzij de trein …

Gisterenmiddag had ik voor mezelf de onderstaande To-Do-lijst voor ’s avonds gemaakt:
– Boodschappen doen: eten voor vanavond, fruit voor heel de week
– Een wasmachine insteken
– Snel koken en eten (er is al rijst, alleen nog iets verzinnen voor daarbij dat niet veel werk is)
– Contract poetsbedrijf lezen en ondertekenen
– Dienstencheques aanvragen
– Vergelijkende studie buggy Lieselot / buggy Voorzorg / andere opties Voorzorg
– Wasmachine overladen in droogkas
– Lieselot bellen: geld, schommel, buggy
– Mama bellen
– Droogkas uitladen

Veel, maar haalbaar, leek me. Tot iemand een werfkraan liet vallen op het spoor in Antwerpen-Berchem. Nu heb ik er alle begrip voor dat mensen al eens een steekje laten vallen in de doldrukke eindejaarsperiode, maar een hele kraan? Dat is toch wel straf.

In elk geval heeft dat voorval ertoe geleid dat de avondspits grondig verstoord was en mijn humeur bijgevolg ook. Het begon met een resem afgeschafte treinen. Alleen de Amsterdammer, tegenwoordig beter bekend als de #beneluxtrein, reed, maar hoewel ze die binnen twee weken gaan afschaffen wegens zogenaamd niet rendabel bleven er voor elke deur wel vijf mensen op het perron staan die zichzelf er niet meer bijgepropt kregen. De enige andere trein die nog een beetje in aanmerking kwam, was een stoptrein. Beter een stoptrein dan geen trein, dus namen we plaats in die boemel, samen met alle mensen die naar Bxl-Noord, Vilvoorde, Mechelen, Mechelen-Nekkerspoel, Mortsel of Antwerpen moesten. Toen riep de conducteur af dat de trein uitzonderlijk beperkt was tot Bxl-Noord. Allemaal afstappen! Dat ging goed tot de deuren sloten tussen Mehdi en ik. Hij stond in Bxl-Centraal, ik reed door naar Bxl-Noord, inmiddels helemaal over mijn toeren.

Doorgaans ben ik behoorlijk geduldig voor de nmbs en haar personeel. Vooral omdat die laatsten er toch ook niets aan kunnen doen. Van stakingen heb ik niet veel last omdat ik dan thuis mag werken. Meestal ben ik het zelfs eens met de stakers. Zo gaat het als je lief bij de vakbond werkt. Ook die avond van Pukkelpop 2011 dat ik 3,5 uur vast zat in stilstaande trein zonder boek onderging ik het met de glimlach. Net als mijn medereizigers, trouwens, er was zelfs een collectieve schaterlach toen er in uur drie een trein met auto’s voorbijreed.

Maar nu ben ik me eigenlijk al enkele weken heel erg kwaad aan het maken op de nmbs, met name over die voornoemde afschaffing van de beneluxtrein. Naast de enige betaalbare verbinding tussen Nederland en België is dat in de spits ook een overvolle pendeltrein tussen Antwerpen en Brussel. Op mijn vraag of er een alternatief voorzien wordt voor die reizigers, waartoe ik zelf behoor, kreeg ik een sec antwoord: “Er is helaas één IC-trein minder.” Punt. Op mijn twee volgende vragen daarover: geen antwoord meer.

Nadat ik gisterenochtend al om zeven uur dertig vertrokken was om pas tien na negen op mijn bureau aan te komen, was het gedoe met de kraan en het totale ontbreken van treinen naar huis dus de druppel die mijn emmertje deed overlopen. Het jammere is dat je zo machteloos staat tegen dat incompetente spoor. Want ook vandaag had ik de nmbs weer nodig om van daar naar hier en van hier naar daar te geraken. Van mijn woede ben ikzelf het enige slachtoffer. Jannie Haek eet er geen boterham minder om.

Een positieve noot om te eindigen.
Ik ben teruggekeerd naar Brussel-Centraal. Mehdi stond daar te wachten met chocomelk van de Starbucks. We zijn dan iets gaan eten in Brussel tot het volk weg was. Nu kunnen we dat nog.

Where babies and bomma’s meet

Een vriendin had me er al voor gewaarschuwd dat waar je ook komt met je kind er altijd wel een bomma in de buurt te vinden is die je komt terechtwijzen dat je kindje hetzij te warm, hetzij te koud aangekleed is, dat je kindje vast wel honger heeft en ocharme, het is zo moe. Ze zei ook dat je moet leren om al die als goede raad vermomde kritiek van je te laten afglijden. Vriendelijk glimlachen en je eigen gevoel volgen.
Dit weekend was ik op een feestje met enerzijds een andere vriendin en haar zesmaandertje en anderzijds een heel gamma aan bomma’s. Die vriendin is nu toevallig een moeder aan wie je niets moet uitleggen over het moederschap. Sinds de geboorte van haar eerste heeft ze zich ontpopt tot de moeder die wij allemaal willen maar wellicht nooit zullen worden. She reads her kids like a book. Maar ook voor haar hadden die vrouwen die nog niet noodzakelijk oma waren maar toch al aardig in de buurt kwamen allerhande advies. En wat me nu zo verwonderde: ze leek het niet eens te horen. Ze glimlachte minzaam en deed gewoon voort zoals ze bezig was, omdat ze wist dat het goed was. Respect.
Maar mijn grote probleem is dat ik niet tegen kritiek kan. Als mijn lief me daarop wijst, word ik ongelooflijk kwaad. Wat van de weeromstuit zijn gelijk bewijst. Ik heb op dat vlak dus nog heel veel te leren. Alweer een ‘to do voor ik moeder word’.

wie is er bang van de boze wolf

Duitsland heeft een “huishoudpremie” ingevoerd. Duitsland gidsland … Een premie voor vrouwen aan de haard, een terugkeer naar de jaren dertig. Het zal ongetwijfeld uitstekend zijn voor de werkloosheidscijfers, waarop de zieke man van Europa dan weer luidkeels kan uitschreeuwen dat we allemaal het lichtende voorbeeld van het gidsland moeten volgen. Ik vind het alvast erg griezelig. Wat als onze populairste politicus ook na twee jaar wanbeleid in Antwerpen de glans in zijn veren niet verliest in de ogen van de “modale Vlaming” en hij tot premier van dit landsgedeelte gestemd wordt, wat als hij vervolgens na veel geweeklaag van zijnentwege over de anderen met wie niet valt samen te werken zich toch installeert en naar aloude traditie van zijn strekking het voorbeeld van zijn gidsland volgt, gaan wij dan ook weer aan de haard over enkele jaren? Wordt het activeringsbeleid een beleid van “vrouw, blijf bij uw kroost”? Wordt het ideaal van de hardwerkende tweeverdieners in de rand omgetoverd naar een depressieve-huisvrouwen-beleid? Ik hou mijn hart al vast …

De Manier Waarop Wij Leven

Het vorige bericht neemt trouwens niet weg dat ik een probleem heb met de Manier Waarop Wij Leven. Het hoort niet dat je zo hard moet werken om centen te verdienen om in je levensonderhoud te voorzien en dat je vervolgens wel genoeg centen maar geen tijd hebt om ook nog op een behoorlijke manier in je levensonderhoud te voorzien. We moeten streven naar een evenwichtiger leven. Een leven waarbij ambitie en voldoening elkaar niet in de weg staan. Een leven waarbij het mogelijk is om carrière te maken tot op het niveau dat je zelf nastreeft én gezond te koken én voldoende tijd met familie en vrienden door te brengen.
Mijn lief heeft eens uitgelegd dat het mogelijk moet zijn om massaal vier vijfde te gaan werken met behoud van loon, om op die manier meer jobs te creëren voor mensen die nu niet aan de bak komen. Dat leidt tot meer koopkracht én tot meer vrije tijd, waarin de mensen hun koopkracht kunnen gaan botvieren. Zo is er ruimte voor een vrijetijdsindustrie (opnieuw: meer werkgelegenheid) en hebben mensen tijd om opleiding te volgen (beter voor de kenniseconomie).
Mijn lief is goed met cijfertjes, ik absoluut niet. Maar niemand kan me kwalijk nemen dat ik dit een aanlokkelijk idee vind, hoewel ik het niet zelf nagerekend heb.
Deze mevrouw lijkt te weten waarover ze spreekt, ik geloof haar dus graag:
http://www.julietschor.org/
A Plenitude Economy

Op grootmoeders wijze

Als vrouwen in supermarkten een kant-en-klaar-maaltijd op de band leggen, staat er altijd wel iemand klaar om een opmerking te geven. Hetzij de kassierster, hetzij een bomma vraagt dan beschuldigend: “ah, geen zin om te koken?”. Je ziet die vrouw zich dan in allerlei bochten wringen en excuses verzinnen à la: “het gebeurt niet vaak” en “nee, vandaag niet maar normaal maak ik elke dag verse soep”. Alweer terechtgewezen om haar imperfectie druipt ze af en vol schuldbesef eet ze haar maaltijd die te veel zout en te veel suiker bevat en te weinig artisanaliteit, hoe hard de verpakking ook het tegendeel beweert.
Maar we moeten ons toch niet schuldig voelen! Want met alle respect voor onze grootmoeders: ze hadden wel verdomd veel tijd om alles op grootmoeders wijze te doen. Een bouillon trekken, geen probleem. Daar begin je toch lekker om 7u ’s morgens mee en terwijl je pot op de stoof staat, begin je alvast te poetsen en sokken te stoppen. Wel, om 7u ’s morgens staat de gelukkige huisvrouw van vandaag op een donkergrijs perron koffie van de Panos te nippen, terwijl ze zich staande probeert te houden tussen de massa werkmensen die allemaal een zitplaats willen veroveren op de overvolle trein.
En nee, ik voel me al lang niet meer schuldig als ik, wanneer mijn huisvrouwenbestaan begint, niet om 7u ’s morgens maar om 7u ’s avonds, langs de traiteur fiets om een pot “huisbereide” vol-au-vent te gaan ophalen (de decadente optie) of als ik aan mijn wederhelft vraag tussen Brussel en Mechelen: “Vanavond soep? We hebben nog een broccoli.” (de gezonde optie).

Don’t panic and carry a towel

Het is een paradox. Als ik zeg dat ik panikeer, antwoordt iedereen dat het allemaal zichzelf uitwijst en dat het allemaal wel zal lukken, dat vrouwen er al duizenden jaren in slagen en dat er geen reden is dat het bij mij niet zo zou zijn. Aan de andere kant raadt iedereen me om de haverklap weer een nieuwe pufcursus of een tutorial over borstvoeding aan. “Hier, lees dit boek, daar staat alles in.” “Zou je best niet naar die lessen gaan om te leren hoe je moet ademhalen tijdens de bevalling?” “Volg prenatale oefeningen, je zal zien dat het helpt.” Als het allemaal zo zichzelf uitwijst en als moederschap een instinct is, waarom moet ik dan elke week weer een nieuwe les gaan volgen? Ik ben moe. Doodmoe. Na een lange werkdag lig ik liever in mijn zetel dan dat ik op een harde stoel in het auditorium van het ziekenhuis ga zitten om jarenzeventigfilmpjes over borstvoeding te bekijken. Vooral omdat met die fulltime job ook alle andere voortplantingsgerelateerde zaken in het weekend moeten gebeuren. We moeten nog zo veel. Een auto kopen om het kind in te vervoeren bij stormweer als vandaag, weer leren rijden vóór het externe kind meerijdt, een baby-uitzet kopen zodat het kind kan slapen, eten en verzorgd worden, een geboortelijst samenstellen, geboortekaartjes kiezen en doopsuiker, allerhande administratie, vergelijkende studies van buggy’s, parken en verzorgingstafels, naar goedbedoelde goede raad luisteren en me vervolgens schuldig voelen omdat ik die in de wind sla*, onze badkamer verder inrichten zodat mensen niet meer hoeven te vragen wanneer we dat nu eindelijk gaan doen, afspreken met al mijn vrienden voor wie ik na maart ongetwijfeld geen tijd meer heb, op het werk bewijzen dat ik ook zwanger nog even efficiënt werk en ambitie tonen zodat men me niet als een moeder pur sang gaat beschouwen … Het is best veel en momenteel voelt het als een grote onoverkomelijke massa die elke dag opnieuw op mijn kop valt.
In tussentijd geeft Jan en alleman me complimentjes: dat ik mooi zwanger ben (zelfs de gynaecoloog), dat ik straal, dat ik er heel goed uitzie en wat een mooi kleedje, echt flatterend. Ze hebben gelijk, ik zie het zelf ook. Pregnancy fits me. Mijn lichaam dijt op de ideale wijze uit (voorlopig, hout vasthouden). Daarom nemen mensen aan dat ik zweef op mijn roze wolk en dat ik me zo goed voel als ik eruit zie.

Maar wat mensen niet zien, is dat ik vanbinnen aan het razen en het woelen ben. Ik ben zo … verschrikkelijk … bang. Ik ben nog nooit zo bang geweest in mijn leven. Ik heb ook nog nooit zo’n grote verantwoordelijkheid gehad. Er is niets wat je zo hard kunt verkloten als een kind. Het is onmogelijk om niets fout te doen en we kunnen alleen maar betrachten om niet alles fout te doen. Daarom heb ik ook mijn twijfels bij de talrijke voorbereidingscursussen over de bevalling, borstvoeding en babyverzorging. De eerste prille maanden vergen als je het moet geloven al bijna een universitaire studie, maar daarna begint het pas echt. Als de miserie van tepelkloven en reflux achter de rug is, moet je beginnen opvoeden. En is dat niet het echte werk?

Dus lees ik op weekavonden liever een roman dan een boek over borstvoeding. Nu het nog kan, nu ik nog een gaatje vind om me te verliezen in een boek. Maar tegelijk voel ik me een slechte moeder omdat 1. Die prenatale boeken en lessen bestaan 2. Ik weet dat die dingen bestaan 3. Ik er bewust voor kies om er geen gebruik van te maken. Dan treedt de twijfel weer in: zou ik niet dit of zou ik niet dat? En zo gaan we weer aan het piekeren en laat dat nu net zijn wat ten strengste afgeraden wordt wanneer je zwanger bent.

* Ik luister alleen naar raad van vrouwen die a) minder dan twee jaar geleden zelf een kind gekocht hebben en wier raad ik expliciet vraag of b) mij op de wereld gezet hebben of van c) meisjes die eveneens door b) op de wereld gezet zijn.

Zwangeren (21-11-2012)

De zwangerschapsnieuwsbrief van Kind en Gezin

Vandaag stond er in de zwangerschapsnieuwsbrief van K&G dat het perfect normaal is dat je je op dit moment van de zwangerschap reuzezorgen maakt over bevallen, over het aanstaande moederschap en over de vaderlijke kwaliteiten van je wederhelft. Dit was de eerste keer dat ik iets herkenbaars of bruikbaars in die nieuwsbrief las. De eerste 14 edities gingen voornamelijk over alles wat kon misgaan. Genre: als je veel buikpijn hebt en misselijk bent, kan het ook een buitenbaarmoederlijke zwangerschap zijn. Wat zijn de twee voornaamste symptomen van een doodnormale baarmoederlijke zwangerschap ook weer? Juist ja. Weer een institutioneel opgelegde overbodige paniekaanval.

Vervolgens trad de borstvoedingslobby in werking: les je zijn dorst met de borst (sic)? Paginalange beschrijvingen van de voordelen van borstvoeding met ergens in voetnoot de opmerking dat als het echt niet anders gaat en als het echt echt echt niet lukt, flesvoeding ook een aanvaardbaar alternatief is (al ben je dan onherroepelijk een slechte moeder). Oké, misschien overdrijf ik een beetje, maar toch, zo lijkt het soms. Ik heb genoeg van het borstvoedingsfascisme!

Maar in de nieuwsbrief voor week 24 stond dus zwart op wit te lezen dat iedereen – zelfs ik – ophoudt met uniek te zijn van zodra er hormonen in het spel zijn. Mijn angsten hebben kennelijk niets te maken met mijn persoonlijkheid als eeuwige piekeraar, met de existentiële vraag of mijn twintigjarige zelf het misschien toch niet bij het rechte eind had toen ze uitschreeuwde Nooit Of Te Nimmer kinderen te willen, met het feit dat ik godbetert nooit met poppen gespeeld hebt –wat-zou-ik-dan-een-echte-baby-willen. Nee, puur hormonaal bepaald en dat het wel weer over gaat … Alweer een beslissing van moeder natuur waar ik geen sikkepit van snap. Stress is slecht voor je kind, maar de hormonen zorgen er wel voor dat elke zwangere vrouw op is van de zenuwen.

De info-avond voor “zwangeren”

Omdat ik me graag zo goed mogelijk wil voorbereiden op iets waar niets je voldoende op kan voorbereiden, zijn we eergisteren naar zo’n info-avond voor “zwangeren” geweest in het ziekenhuis. De verzamelterm alleen al doet me gruwelen. Weg unieke persoon, voortaan ben je zoogdier. En dan zit je daar ook daadwerkelijk in een auditorium gevuld met vrouwen van variabele zwangerheid. Of het een band schept? Niet echt nee.
Diverse onderwerpen kwamen aan bod: gaande van de knip tot de postnatale depressie. Iets vrolijks was er evenwel niet bij. Er passeerden geruststellend bedoelde beelden van epidurale verdovingen, diverse bevallingsposities en keizersnedes de revue. Ze hadden een averechts effect. Na elk gedeelte was er de kans tot vragen stellen. Terwijl de vrouwelijke helft lijkbleek naar het scherm bleef staren, bleek de mannelijke helft niet om een vraag verlegen te zitten. Alsof het voor ons nog niet erg genoeg was met de basisinformatie.

De sessie over de postnatale depressie was ook allerminst opbeurend. Het zit namelijk zo. Blijkbaar bevat de placenta allerhande hormonen die euforisch maken. Bij de bevalling stoot je heel die massa euforie in één beweging uit. Bijgevolg word je na je bevalling droevig. Bij sommige vrouwen een babyblues van enkele dagen, bij andere vrouwen een heuse postpartum depressie. Eerlijk gezegd had ik bij dat onderdeel van de sessie wèl een vraag. Als ik me nu al zó voel, terwijl ik nog inclusief placenta ben, hoe zal ik me dan voelen nadat mijn euforiehormonen de buitenwereld hebben opgezocht?

Op het einde kregen we een virtuele rondleiding op de materniteit. Hoewel ik me tot dan toe erg kranig had gehouden, denkende: ik moet er nu toch door, ik kan er maar beter niet te veel aan denken; werd het mij bij de beelden van de uiterst onherbergzame verlos- en arbeidskamer en als kers op de taart de gewone ziekenhuiskamer in onvervalste jarenzeventigstijl droef te moede.

Ik ben hysterisch huilend naar huis gefietst en heb daar afbeeldingen opgezocht van bevallingsstoelen en andere moedermarteltuigen. Ik kwam tot de conclusie dat ik het NIET ZIE ZITTEN en dat ik nog nooit zo hard tegen iets opgekeken heb in mijn leven.

Maar nu las ik dus in die nieuwsbrief van K&G dat al die emoties doodnormaal zijn. Gewoon rustig blijven, zeggen ze …

het komt wel goed

Het allerleukste aan moeder zijn is volgens mij: zwangere vrouwen de details van je eigen pre-, post- of partum in geuren en kleuren laten geworden. Gisterenavond ging het over aambeien met bloedklonters, malse babyhoofdjes en epidurale verdoving die niet intreedt zoals het zou moeten. Haal een bakje, ik moet overgeven. Of flauwvallen. Of beide samen en dan stikken in mijn eigen kots.

Ik ben kleinzerig! Ik hoor niet te bevallen! Had ik daar nu maar aan gedacht vóór ik de lumineuze inval had om te stoppen met de pil. Dat moment moet een van de meest irrationele van mijn leven zijn geweest. Het probleem is dat zo’n gebrek aan luciditeit niet permanent is naderhand. Bij sommige vrouwen wel schijnt het. Die vertoeven dan vanaf het moment van conceptie op de zogenaamde roze wolk. Dat is volgens mij een hardnekkige fabel, uitgevonden door de superieure übermom om vrouwen die wel blijven twijfelen op te zadelen met een vreselijk schuldgevoel. Enfin, het is te laat voor second thoughts. There’s no way back. En blijkbaar is het ook niet gepast om het woord abortus zelfs maar voor de grap uit te spreken wanneer je in zichtbare staat van zwangerschap verkeert. Laat dat een goede raad wezen voor eeuwige twijfelaars die plannen om zich in de nabije of verre toekomst te laten bevruchten.

Je snapt toch niet waarom dat HCG-hormoon niet geleverd wordt met een overdosis zelfvertrouwen.