Maandelijks archief: maart 2016

Verjaardagsbrief: één jaar Thomas

DSCF0167

Lieve Thomas,

je wordt een jaar. 1 jaar. Reikhalzend heb ik naar dit moment uitgekeken. Na het eerste jaar wordt het gemakkelijker, zei iedereen me. Ze hebben gelijk. Het wordt (een beetje) gemakkelijker.

Je slaapt, om te beginnen. Dat is een recente ontwikkeling. Slapen, dat bleef lang het moeilijkste. Bijna elke avond moest je minstens een uur huilen voor het je lukte om de slaap te vatten. Vechten tegen de slaap. Niet willen dat de dag eindigt. We hebben alles geprobeerd. Soms werkte iets en dan plots weer niet.

Maar nu slaap je. Ik kijk naar je. Je ligt op je buik in je bedje. Poep omhoog, armen in spreidstand over je matras. Dit is mijn bed. Hier slaap ik. En je blijft slapen. De eerste 8 maanden van je leven was het ondenkbaar dat je bleef slapen wanneer wij de kamer binnen kwamen. Nu durf ik je een zoen te geven, zonder bang te moeten zijn dat we weer vertrokken zijn voor een eindeloze nacht.

Thomas, man van mijn leven, wat heb je mijn hart veroverd. Jouw eerste levensjaar was een bitterzoet jaar. Overdrijf ik wanneer ik jouw eerste levensjaar het moeilijkste jaar van mijn leven noem? Ik denk het eerlijk gezegd niet.

Dit jaar heb ik veel gevloekt en heel veel gehuild. Geloof me maar als ik zeg dat ik normaal niet zo ben. Tijdens je eerste levensjaar was ik moe, doodmoe, en heel verdrietig. Ik had niet altijd evenveel geduld als je verdiende. Ik heb vaak gedacht: ocharme dat ventje, dat hij op zo’n moeilijk moment in ons leven is gekomen.

Je hebt het niet aan je hart laten komen en dat is maar goed ook. Immer vrolijk kruip en klim je door de dagen. Je lacht altijd (behalve wanneer je honger hebt). Sinds je geboren bent, zing ik vaak spontaan: ‘klein ventje, klein ventje, de weireld mag vergoan, bluf gie mo stoan’. Het past bij je.

Overleven. Dat heeft je mama gedaan in jouw eerste levensjaar. Maar nu ben je een jaar en kan ik er stilaan écht van genieten. Behalve wanneer je bijna slaapt, hou je niet van knuffelen. Stilzitten wanneer er zoveel te ontdekken valt, neen bedankt. Maar je moet me gedogen. Je mama kan het niet laten om je om de haverklap van de grond op te pakken, kusjes te geven en je buik te kietelen. Lachen dat je dan doet. En allerhande acrobatentoeren uithalen om te ontsnappen.

Ik vrees wel dat mijn moederhart het nog zwaar te verduren zal krijgen met jou. In je eerste levensjaar heb ik al twee keer een wekadvies gekregen. Eén keer toen ik van vermoeidheid met jou in mijn armen een grote buiteling maakte en over het bed tegen de kast knalde. Je had een builtje maar verder niets. De tweede keer toen ze je op de crèche uit je bed lieten donderen en je een val van een meter maakte. Ook die keer had je gelukkig niets. Ik kwam aan op spoed en had het gevoel dat het niet de laatste keer zou zijn dat ik daar met jou zou staan. ‘Ondernemend’, noemen ze je in de crèche. Vinnig, snel, behendig … Je motoriek is zo anders dan die van Martha. Je wil alles kunnen en liefst nu meteen.

Eten, dat doe je zo graag en zo goed. Je eet zowat alles. Je roept luid als je brood op tafel ziet liggen, maar er niet aan kan. Je wijst de dingen aan die je graag wil opeten. Het liefst lust je druiven, framboosjes en banaan.

Wijzen is jouw handelsmerk. Je wijst alles aan wat je wil hebben. Wanneer je bij iemand anders op schoot zit om een fles te drinken, duw je ostentatief je flesje weg en wijs je naar mij. Wanneer er een trein passeert, wijs je ernaar. Wanneer er kerstomaten op tafel staan, wijs je ongeduldig terwijl je luid roept om duidelijk te maken dat het die tomaten zijn die je wilt. Je wijst naar Martha en naar papa, als om te zeggen: jullie zijn van mij! Altijd dat kleine vingertje in de lucht.

Je bent zo blij ’s ochtends wanneer ik jullie kamer binnenkom. Je staat rechtop in je bedje en slaakt een gilletje wanneer ik je kom vertellen dat er weer een nieuwe, boeiende dag begint. Zelf ben ik iets minder enthousiast, om 6 uur ’s morgens, maar mijn terughoudendheid duurt meestal maar zo lang als het duurt om het licht aan te steken, waarop jij begint te niezen. Daarna gaan we naar beneden, waar jij naar hartenlust begint te verkennen en rond te kruipen.

Thomas, toen je grote zus geboren werd, kon ik niet geloven dat je zo’n grote emoties voor twee mensen kon voelen. Nu jij er bent, weet ik wat mijn mama bedoelde toen ze zei dat ze ons allemaal even graag zag. Ik kijk naar je en zie het schoonste ventje van de wereld. Naast het schoonste meisje van de wereld. Ik zie wat mijn mama 28 jaar geleden gezien moet hebben: net zo’n dochtertje, net zo’n zoontje, en een oma die dit niet meer mocht meemaken.

Thomas, je hebt het leven compleet gemaakt.
You’re just too cute to be true, I can’t take my eyes off of you …

Gelukkige verjaardag, klein knaapje. Ik zie je graag.

Verjaardagsbrief: drie jaar Martha

DSCF0039

Lieve Martha,

De afgelopen dagen hadden we vaak dit dialoogje.

– Drie jaar! Dat kan toch niet!
– En nu van Thomas, mama.
– Eén jaar! Dat kan toch niet!
– En nu weer van mij.
– Drie jaar!
– En dan moet je ‘Dat kan toch niet!’ zeggen.

Drie jaar geleden werd je geboren. Zoals iedereen dacht ik dat het leven na jouw geboorte zou doorgaan zoals het voorheen ging, maar dan met een kindje erbij. Zoals iedereen moest ik na jouw geboorte hartelijk lachen om die naïviteit. Het leven werd totaal anders op het moment dat je geboren werd. Ik werd jouw mama. Jij werd mijn dochtertje. De wereld hoefde niet groter te zijn dan dat.

Drie jaar.

Vol zelfvertrouwen stap je elke dag jouw klasje binnen. Elke ochtend zeg je aan de juf wie je die avond komt halen. Je gaat in een kringetje met vriendinnetjes staan. Jullie hebben elkaar al veel te vertellen. Wat zou ik graag een vlieg zijn om te horen wat al die kleine meisje elkaar al te vertellen hebben. Terwijl je een heel verhaal vertelt tegen D. leg je Jules in zijn bedje. Wanneer ik je ’s avonds kom ophalen, ren je de klas uit. ‘Mamaaaaaa ’, roep je en je probeert je een weg te banen tussen alle (groot)ouders en kindjes om mij te knuffelen.

In de auto klinkt het: ‘Nee, ik wil niet zomaar thuisblijven. Ik wil altijd naar school gaan, ook op zaterdag en zondag.’

Drie jaar.

Je hebt niet één, maar twee ingebeelde vriendinnetjes. De kabouters Pip en Pop zijn een cadeautje van je bomma. Ze zitten meestal op je schouders. Maar soms komen ze eraf om bijvoorbeeld je lepel vast te houden. ‘Pip moet helpen. Nee, Pop’, zeg je dan.

Voor het slapengaan wil je verhaaltjes horen van Pip en Pop. Soms heb ik niet veel zin om verhaaltjes te verzinnen, omdat ik denk aan wat ik nog allemaal moet opruimen beneden. Maar meestal geef ik toch toe. Het liefst vertel ik over Pip en Pop die naar school gaan. Want vaak kom ik dan dingen te weten over jouw schooldag.
– Na het slapen, mochten Pip en Pop een speelhoek kiezen.
– Nee, na het slapen, mochten we buiten spelen. Ik heb met de step gereden en R. ook.
– Na het buiten spelen, las de juf een verhaaltje voor.
– Nee, vandaag heeft de juf geen verhaaltje verteld.

Drie jaar.

Soms ben je heel creatief met het bedenken van oplossingen.

– Ik heb gesmost.
– Oei, hoe ga je dat oplossen?
– Een chocolade eitje!

Drie jaar

Tegenwoordig zeg je steeds vaker: ‘Ik wil papa hebben.’ Het liefste heb je eigenlijk iedereen om je heen. Je wil wel bij bomma gaan spelen, maar dan moeten wij ook allemaal mee. Ook slapen wil je liever niet alleen. ‘Ik wil op het grote bed liggen’, zeg je, en ‘Jij moet drie minuten bij mij blijven, en ook een halve minuut.’ 

Nog steeds is bomma jouw grootste heldin. ‘Ik wil bomma hebben’, klinkt het hier bijna elke dag. Sommige dagen kan ik niet veel goeds doen. ‘Jij bent stout’, zeg je, en je duwt me weg. ‘Bomma moet mij in bed steken / tanden poetsen / pyjama aandoen.’ Maar wanneer ik wegga, roep je: ‘Nee, ik wil jou bijhouden! Blijf hier!’

En alsof ik nog niet elke dag genoeg smelt van alles wat jij zegt en doet, hoorde ik dit laatst achterin de auto:
‘Mijn mama is Sofie Strubbe en die is heel lief.
Ik vertel dat niet tegen jou, mama. Ik vertel dat tegen Pip en Pop.’

Gelukkige verjaardag, klein wuvetje. Ik zie je graag.

Bandwerkbaby’s (over kinderopvang in Antwerpen)

Mogen we van de kinderopvang meer verwachten dan dat onze kinderen onderdak en eten krijgen, en dat ze – als alles goed gaat – niet verongelukken?

Donderdag
– Wie is dat?
– T.
– En kan hij al zitten?
– Ja, hij is bijna een jaar.

Opnieuw een nieuw gezicht in de crèche. Dat is bijna wekelijkse kost. Nieuwe interims, de ene na de andere. Opnieuw moet ik mijn baby achterlaten bij iemand die hij nog nooit gezien heeft. Wat als hij straks valt, wie zal hem dan troosten? Een wildvreemde.

Ik vraag me af wat het doet met het vertrouwen van een baby in de wereld, als zijn ouders hem telkens weer bij wildvreemden achterlaten. Ik heb geluk. Mijn zoon is een vrolijk kind. Hij maakt er niet echt van; begint gewoon te spelen; lacht wanneer we vertrekken. Maar ik lach niet.

Vrijdag
Het is hier met de crèche van T. Ik bel met een vervelende mededeling. (Pauze. Een pauze die lang genoeg is om dertig manieren te bedenken waarop een kind kan verongelukken.)
T. is uit zijn bedje gevallen. (Pauze. Een pauze die lang genoeg is om te bedenken wat de gevolgen kunnen zijn wanneer een kind uit een bed van 1 meter hoog valt. 1 meter hoog! Serieus.)
Het was de schuld van de interim. Ze had het bedje niet dicht gedaan en …
– Hoe is het met hem? Hoe is het met mijn kind?

Hij is gelukkig oké. Hij heeft er nog geen blauw plekje aan overgehouden. Maar ik mag er niet aan denken wat de gevolgen wel hadden kunnen zijn.

Missen is menselijk. De omstandigheden waarin deze fout gemaakt werd, zijn dat evenwel niet meer. Hoge werkdruk en een komen en gaan van nieuwe interimkrachten die moeten wennen aan telkens een nieuwe werkomgeving.

Bandwerk

Wat was ik blij toen we voor T. een felbegeerd plaatsje in de gesubsidieerde stedelijke kinderopvang te pakken hadden. Het zag er veelbelovend uit. Een grote tuin om in te spelen. Verzorgsters met ervaring, die vast wel gelukkig waren in hun job. Ah ja, want ze werken voor ’t Stad.

Nu T. een half jaar in de stedelijke kinderopvang zit, zijn wij een pak illusies armer. In de grote tuin heeft hij nog niet gespeeld. En de verzorgsters zijn helemaal niet gelukkig. Integendeel, ze zijn overwerkt.

Baby’s eten geven: bandwerk. Pampers verversen: bandwerk. Tijd voor extra verzorging is er niet. Tijd om te knuffelen: geen. Tijd om te spelen: geen. Tijd om T. opnieuw zijn fruitpap aan te bieden wanneer hij er om 14u30 niet van heeft gegeten: geen.

Het is erg voor de baby’s, dat ze bandwerk zijn. Maar het is ook erg voor de verzorgsters. Tijdens de vroege shift en de late shift is er 1 verzorger, ongeacht hoeveel baby’s er dan zijn. “Mama, kan jij even hier blijven, zodat ik vlug vlug kan gaan plassen? Ik moet al een uur”, werd me eens gevraagd. De kinderverzorgsters kozen voor dit beroep uit liefde voor het kind. Onder de huidige omstandigheden hebben ze geen tijd om meer dan het strikt noodzakelijke te doen.

Werkbaar werk? Mag het even? Die mensen zorgen voor wat wij het liefste zien. Ze verdienen meer respect.

Kwaliteitsvolle kinderopvang? Mag het even? Mogen we van de kinderopvang meer verwachten dan dat onze kinderen onderdak en eten krijgen, en dat ze – als alles goed gaat – niet verongelukken?

Kapotbespaard

Uit mijn eigen ervaring en wat ik hoor, concludeer ik dat het huidige stadsbestuur de stedelijke kinderopvang wil kapotbesparen. Volgens de N-VA is kinderopvang organiseren geen taak van de overheid. Dus: “Als we maar hard genoeg besparen, trekken de ouders vanzelf wel weg. Probleem opgelost.”

Wat zijn onze opties? Blijven, en lijdzaam toekijken. Of weggaan, ons blauw betalen en ons stadsbestuur de kans geven om te zeggen: kijk eens, de ouders trekken naar de zelfstandige crèches. Er is geen vraag naar gesubsidieerde stedelijke kinderopvang. We kunnen ze net zo goed sluiten.

Het flexibele gezinsleven

De CD&V lacht ermee. Voorzitter Wouter Beke klopt zich op de borst: wij zijn de meest feministische partij. Tegelijk lanceert partijgenoot Kris Peeters een wetsvoorstel dat deeltijds werk flexibeler moet maken. Weet je wat niet flexibel is? Een gezinsleven. De schooldag duurt van 8u30 tot 15u30. Voor een pendelaar is dat iets meer dan een halve werkdag. Een afspraak te pakken krijgen bij een gynaecoloog of tandarts in Antwerpen: 2 à 3 maanden wachttijd. Wijziging in het opvangplan bij de crèche: 2 maand op voorhand aan te vragen. Je kind onverwacht een extra dag naar de kinderopvang sturen? Veel geluk daarmee. Je kind thuis laten wanneer je ‘vrije dagen’ op zijn? Opvang betalen aan de volle pot (geen inkomenstarief).

Het zijn mensen in precaire jobs met precaire gezinssituaties die voortaan (in theorie, maar we kennen dat) 1 dag op voorhand te horen zullen krijgen of ze al dan niet moeten werken. Veel mensen in deeltijds werk zijn alleenstaande ouders. Alles combineren is voor hen al elke dag balanceren op het slappe koord. Met dit wetsvoorstel wordt de combinatie simpelweg onmogelijk gemaakt.

Een crisissituatie kan een gezin danig op de kop zetten. Dit voorstel zorgt ervoor dat een gezin permanent in crisis leeft. De visie van het voorstel past in de filosofie van de regering: zorg en gezin zijn ballast voor de economie. Ik moet een ander zijn rekening niet maken, maar toch vraag ik het me af. Kris Peeters, wie zorgt voor jouw kinderen? Wie zorgt voor je ouders als ze ziek worden? Of ben jij echt zo met je gat in de boter gevallen dat zorg geen issue is in jouw leven?