Maandelijks archief: juni 2016

Ode aan Watou

poperinge sofie

De kunstzomers van Watou houden op te bestaan. Dat is vandaag bekendgemaakt. ‘Sven Gatz, Watou je nu?’, is het eerste wat ik denk. Want Watou betekent zoveel voor me.

Tien jaar geleden is het, exact tien jaar geleden vandaag, dat ik er – groen achter mijn oren en met blozende kaken van onzekerheid – arriveerde, in het dorp dat mijn leven zou veranderen. Ik zou er vakantiejob doen als suppoost. Dat hield in dat ik drie weken zou samenwerken en -leven met een groep wildvreemden. Het maakte me doodsbenauwd. Ik was pas afgestudeerd als germaniste, maar vier jaar Gent hadden mijn zelfvertrouwen geen stap vooruit geholpen. Aan die vakantiejob ging een sollicitatiegesprek vooraf op de bank bij een psychologe. Ik sprak er over Herman de Coninck en Arjen Duinker. Dat zou voor geen enkele andere job een goed idee zijn, maar voor deze wel.

Op 30 juni 2006 arriveerde ik in Watou. We kregen een rondleiding van Gwy Mandelinck himself, die niet zonder enige neerbuigendheid de gevleugelde woorden sprak: ‘Tsja, als je Willy heet, heet je Willy voor de rest van je leven.’ Dat ging over een Willy in een gedicht van Dirk Van Bastelaere. Die uitspraak van Gwy is een klassieker geworden. Het gedicht ben ik nooit meer ergens tegengekomen. Tijdens de rondleiding keek ik geïntimideerd rond naar al die mooie, hippe mensen. Moest ik met hen drie weken samenwonen? Eigenlijk wilde ik het liefst onder een steen kruipen en verdwijnen. Ik richtte mijn pijlen op het kleine meisje met de zwarte krullen. Ze zag er lief uit. Ons eerste gesprek vond plaats in de enige winkel die Watou rijk is. We kwamen elkaar tegen toen we allebei op zoek waren naar Nutella. It was the beginning of a beautiful friendship. ‘En jij, jij bent vast Erwin’, dacht ik toen ik Erwin voor het eerst zag. Bram, die kende Watou al als zijn broekzak. Hij zorgde ervoor dat ik me meteen op mijn gemak voelde. Dat was de eerste dag van de schoonste tijd van mijn leven.

Ik herinner me van Watou vooral de sfeer, het gevoel. Een soort van permanente verliefdheid omdat de lucht plots vol kansen hangt. Het vreemde gevoel te weten dat je op een kruispunt in je leven staat, maar nog niet weet welke richting je zal kiezen. Ik ontdekte dat ook intimiderende mensen onzeker zijn. We werden vrienden voor het leven. We lazen dikke boeken, aten heel veel pure chocolade en dronken wijn uit kratjes.  We zaten tot diep in de nacht buiten en keken naar de sterren, want in Watou kan je de sterren zien. We praatten over kunst, literatuur en het leven. Er waren (andere) mensen met citatenboekjes. Ik leerde dat koffie lekkerder is ’s avonds en kreeg (een beetje) zelfvertrouwen.We dachten heel veel na. We twijfelden en lachten en huilden. We werden verliefd. Meerdere keren. Harten werden gebroken. Harten werden gelijmd. We zwommen in de vijver van de Douviehoeve op de soundtrack van ‘Any way the wind blows’. Een nief paar schoenen. We probeerden het alarm van het Douviehuis te omzeilen. We dachten na over het leven, alsof we er al heel wat over wisten. We praatten over kunst. We vonden steeds nieuwe betekenissen. We vonden onszelf briljant.

Het was magisch, die zomers in Watou. Watouterertoe, vroegen we ons vaak af. Heel veel, zo blijkt. Ik tekende er de krijtlijnen van mijn verdere leven uit. Zonder Watou was ik wellicht teruggekeerd naar Zuienkerke. Ik had daar nu misschien nog gezeten, eenzaam en alleen. Zonder Watou was ik niet naar Antwerpen verhuisd, had ik M. niet leren kennen en had ik nu niet twee van die prachtige wezens op de wereld gezet.

Watou heeft me gemaakt tot wie ik nu ben, en ik weet zeker dat veel andere Watounezen er ook zo over denken. In zo’n klein dorp als Watou werd mijn wereld zoveel groter. Watou, ik word nog steeds intens gelukkig wanneer ik je scheve kerktoren zie. Bedankt, Watou, voor alles.

Klein geluk #1

blog

In januari ben ik gestart met een kleingelukdagboek*. Ik wilde elke dag één moment noteren dat me gelukkig had gemaakt. Ik zou het zo lang volhouden tot wanneer ik mezelf niet meer als overwegend ongelukkig zou bestempelen. Ik wilde die momenten bewaren voor later, zodat ik niet alleen zou hoeven terug te kijken op een donkere periode. Maar ik wilde mezelf ook verplichten om op het moment zelf meer stil te staan bij alle goede dingen in het leven.

Dat waren er heel wat. Ergens in maart deed ik bij het nalezen van mijn notities een belangrijke vaststelling. Ik had me vergist. Ik dacht dat ik wist wat me ongelukkig maakte, maar ik zat er totaal naast. Ik worstelde toen al een jaar met: mama zijn van twee kinderen. Ik kreeg het niet onder controle. Twee was te veel, dacht ik. Ik kon het niet. Toen ik mijn notities overlas, merkte ik echter dat mijn gelukkigste momenten in die donkere maanden, op enkele uitzonderingen na, de momenten met de kinderen waren.

Enkele gelukjes die ik heb opgeschreven.

25 januari
De trein missen. Tijd hebben om koffie van 1 euro te halen in het station. Koffie nippen op de trein. Tijdens de middagpauze een wandeling in de lentezon (op 25 januari, ja) maken met twee collega’s. Mijn leeslust teruggevonden. Gisteren Post voor mevrouw Bromley uitgelezen. Ik was er niet goed van. Daarna begonnen in Hendrik Groen. Op de eerste 2 blz. al hardop moeten lachen. Dat belooft.

26 januari
Zieke Martha is hangerig en wil veel knuffelen met mama. Ik moet met haar wachten tot bomma komt. Ze wil knuffelen, mijn haar strelen, op mijn schouder liggen. Ik weet dat ik mijn trein ga missen, maar geniet van het slappe, rustige, warme kindje in mijn armen.

28 maart
Na een lastige eerste Paasmaandag zonder mama toch nog teruggereden naar het Roompotpark om verder van ons weekendje te genieten. Martha en Lore hebben nog gedanst in de kinderdisco én we zijn nog gaan zwemmen met Martha, Lore en Thomas én we hebben nog op restaurant gegeten. Ze waren flink. Daarna nog lang met Julie gekletst.

3 april
Zondagmorgen. Opstaan met Thomas. Koffie drinken. Hem laten spelen. Zelf wat lezen. Op ’t gemak. Eerste lentezon. BBQ en speeltuin met de kindjes.

14 april
Martha halen met de fietskar. Van bakkerij Alexandra naar de bibliotheek stappen met mijn dochter, die tegen me vertelt over school, en lacht wanneer ze tegen me botst en dan om te foppen nog tien keer tegen me botst. Hoe ze naar me opkijkt, hoe diep ik nog naar beneden moet kijken om dat kind van mij te zien, dat toch al zo veel vertelt en zo groot lijkt.

Woensdag wensdag

Ook nu ik overwegend gelukkig ben, wil ik nu en dan mijn klein geluk blijven opschrijven.

Gisteren was zo’n dag waarop ik het leven koesterde. Na de gebruikelijke ochtendrush was ik toch onverwacht op tijd de deur uit om toe te geven aan Martha’s vraag om naar school te stappen. Dolenthousiast liep ze met haar boekentas op de rug voor me uit. Op weg naar haar eerste sportdag. Ik genoot van naar haar te kijken. Zo eenvoudig, zo mooi. Zij maar tetteren en dingen zeggen als: ‘jij gekke mama, jij stelt altijd zo’n gekke vragen’.

Daarna moest ik boodschappen doen. Thomas is op de leeftijd dat naar de winkel gaan een groots avontuur is. Hij amuseert zich rot in de kar. Hij kijkt en wijst naar al die mooie, geordende rekken. Als er koekjes zijn om te proeven, zijn we allebei content. Minstens drie keer zag ik dat mensen zich omdraaiden om naar dat schone kind in die kar te kijken. Eén mevrouw porde haar man aan: kijk, hoe schattig. Behalve dat ik hem een blauw truitje had aangetrokken waardoor zijn ogen nog schoner uitkomen, heb ik daar weinig verdienste aan. Toch ben ik apetrots dat hij van mij is.

Op een zonnige woensdagochtend te voet naar school gaan met een tetterende kleuter, en daarna met mijn babyzoon naar de winkel gaan, dat is exact hoe ik me het moederschap had voorgesteld voor ik kinderen had.

Deze twee citaten heb ik ooit als grote waarheden in mijn citatenboek opgeschreven.
Beseffen dat we gelukkig zijn, doet afbreuk aan ons geluk. [E.J.Ouweneel]
Geluk is pas zichtbaar als het voorbij is. [Bomans]

Nu moet ik de heren dringend even opbellen om te zeggen dat ze er niets van begrepen hebben.

 

* Ik haalde het idee van een kleingelukdagboek uit de comments onder deze schone blogpost: http://charliemag.be/mensen/inspirational-quote/