Auteursarchief: Sofie

Mandarijnen na Sinterklaas

Ik ben het eens met Maarten Boudry. Het kost me enige moeite om dat op te schrijven. Ik vind Maarten Boudry eigenlijk maar een filosoofke van niks, een prutsfilosoofke. Zo één die aan de zijlijn van het leven staat met niks om handen en heel veel tijd om de zaken te overschouwen, maar die er dan nog niet in slaagt om met originele ideeën te komen, en wiens ideeën bovendien vaak grossieren in kortzichtigheid en blinde vlekken. Maar nu ben ik het eens met hem. Hij zegt dat liegen over de goedheilig man uit Spanje een schending is van het vertrouwen van kinderen in hun ouders en alle andere volwassenen. Kort samengevat. Hij maakt er natuurlijk heel veel meer woorden aan vuil.

Alleen, ook dit is weer geen origineel idee, want terwijl het filosoofke aan de zijlijn van het leven dat briljante ideetje staat te ontwikkelen, lopen moeders aller landen (ja, vaders ook, ja) tegen het concrete probleem aan, en ze lossen dat op. We hebben het er inderdaad moeilijk mee, want we willen onze kinderen onvoorwaardelijk opvoeden, met zo weinig mogelijk ge-‘als-dan’, zonder straffen en belonen. Maar dan is er dat verhaaltje van die goedheilig man die alleen maar cadeautjes brengt ALS je flink bent. Het is overigens niet waar, want er is geen kind dat altijd flink is, en ze krijgen toch allemaal cadeautjes. En dat je zus of zo moet doen, want ANDERS, ho maar, anders komt de Sint misschien niet.

Wij ouders dus, wij lopen tegen dat probleem aan. We willen helemaal niet dat onze kinderen in het gareel lopen omdat anders – ANDERS! (denk hier vooral een dreigende vinger bij) – een oude bisschop zich zal wreken. We geloven in intrinsieke motivatie en zelfsturing. We geloven dat kinderen vooral moeten doen wat ze zelf willen doen, en dat ze zich niet moeten onderwerpen aan wat anderen van hen verwachten, en al helemaal niet als die anderen oude, witte mannen zijn, die zich in een ivoren toren ver weg van het echte leven ophouden. We willen niet dat ze even braaf zijn als wijzelf, want we ondervinden daar elke dag de negatieve gevolgen van. We hopen vooral dat onze kinderen leren om een beetje meer hun eigen goesting te doen dan wij dat doen. We hopen dat onze kinderen vooral niet té flink zijn.

Dus we vertellen een ander verhaal. De Sint brengt gewoon cadeautjes omdat dat leuk is. Punt.

Er zijn ouders van kinderen die zelfs meteen open kaart spelen, omdat ze merken dat de angstcultuur rond het Sinterklaasgebeuren meer kwaad dan goed doet. En opgelucht dat die meestal heel gevoelige kinderen dan zijn, wanneer ze horen dat er niets is om bang voor te zijn, want dat alle volwassenen gewoon aan het liegen waren, wat op zich iets is om veel banger voor te zijn.

Maar ook horen we onszelf alle onvoorwaardelijkheid ten spijt wel eens dreigen met het Spiekpietje op de kast wanneer we weer eens te laat dreigen te komen op school, omdat het kind niet luisteren wil. Want zo is het leven, complex. En als je in het echte leven staat, is het onmogelijk om consequent te zijn. Dat zouden die oude, witte bisschoppen nog van ons kunnen leren. Ook als volwassene is het onmogelijk om altijd flink te zijn. En ook dat willen we onze kinderen leren. Dat wij zelf fouten maken. En dat dat mag. Dat we niet geloven in Spiekpietjes op de kast, maar dat we ze soms toch niettemin als hulplijn inroepen wanneer we ons machteloos voelen, omdat een kind zijn schoenen niet wil aandoen.

Niet flink, mama, maar dat is oké, je krijgt toch een cadeautje.

Thuiskomen bij jezelf

Ik zie de toekomst optimistisch tegemoet, maar het heden is niet altijd gemakkelijk, en soms zelfs verdomd moeilijk. Niettemin probeer ik van elk moment het beste te maken. Door heel hard te werken aan mezelf en mezelf te leren accepteren zoals ik ben en niet zoals ik denk te moeten zijn, heb ik de rusteloosheid die ik al mijn leven lang meezeul, en die volgens mij het probleem van een hele generatie is, min of meer onder controle gekregen. Ik verlies me niet meer in allerlei verslavingsgedrag. Verslavingsgedrag, het klinkt zo zwaar … Ik heb het niet eens over alcohol of sigaretten, maar over sociaal geaccepteerd verslavingsgedrag, zoals hersenloos scrollen door andermans levens en meningen. En chocolade. Dat ook.

Ik ben heel aandachtig voor het hier en nu, en dat betekent bijvoorbeeld dat ik met mijn volle aandacht een gesprek met mijn kinderen kan voeren. Het alomtegenwoordige gevoel dat ik iets mis, elders, wanneer ik hier ben, is weg. Ik hoef niet meer te scrollen of te vluchten. Wanneer ik bij mijn kinderen ben, zijn zij het belangrijkste. Ik wil hen tonen dat ik hen zie, dat ik hen accepteer en dat ik hen waardevol genoeg vind om hen mijn volle aandacht te geven. Niet alleen wil ik hen dat tonen, het is ook gewoon zo. Ze zijn uitstekend gezelschap. We voeren de beste gesprekken. Hoeveel energie moederen ook vraagt, tegenwoordig overheerst de energie die ik van het moederen krijg. (En dat schrijf ik na een dag waarop ik op mijn knieën blauwe bessen van de supermarktvloer heb zitten oprapen, omdat ‘even snel gaan winkelen’ met een overprikkelde vermoeide vierjarige op woensdagnamiddag zelden een goed idee is.)

Het is zo gemakkelijk opgeschreven, maar het is zo moeilijk voor zovelen onder ons om zo te leven. Ik ben best trots op het traject dat ik al heb afgelegd, al zijn er ook dagen waarop ik denk dat ik helemaal nog nergens sta. Wanneer ik misselijk ben, omdat mijn bodemdrang zich op een zak M&M’s heeft gestort. Wanneer ik toch weer een uur heb zitten scrollen door Instagramstories over andere kinderen die net hetzelfde doen als mijn eigen kinderen in mijn eigen leven van dat moment. Maar ik kan daar steeds makkelijker afstand van nemen, en tegen mezelf zeggen: Sofie, je hebt jezelf weer liggen, maar het is oké, alleen, stop er nu maar weer mee. En dan doe ik dat, dan leg ik mijn telefoon aan de kant. En soms zelfs die zak M&M’s. En dan koester ik mijn eigen leven.

Er is een truc voor, om dat te bereiken. En de truc is: graag bij jezelf leren zijn. Je eigen beste vriend zijn. Jezelf de erkenning geven die we allemaal zoeken, maar die we toch vooral bij anderen hopen te vinden. Bij jezelf leren thuiskomen. Of zoals Peter De Graef het zo mooi verwoordt in dit filmpje:”Als ge bijvoorbeeld na een week lang en hard werken, terug bij uw geliefde komt. En in de zetel naast haar tegen haar aan ineenzakt, met een goeie film op, en ge hebt een pintje opengetrokken, en dan is er zoiets: aaah, home, ontspannen. Kijk, dat gevoel kan ik dus zonder lief, zonder pintje, zonder goeie film, achterin een buske.”

Misschien moet je eens met iemand praten? #worldmentalhealthday

Het is vandaag World Mental Health Day en ik heb zopas een heel tof boek uitgelezen dat over therapie gaat, met name Maybe you should talk to someone (vertaald als Misschien moet je eens met iemand praten?). Ik denk niet dat ik het al ooit eerder met een non-fictie-boek had dat ik niet kon stoppen met lezen, mijn Kobo meenam in de middagpauze op het werk en op een doordeweekse maandag doorlas tot een stuk in de nacht om het boek toch maar te kunnen uitlezen. Het leest dan ook als een roman, het is – vreemd genoeg – spannend, en ondanks de zware materie best grappig en luchtig geschreven. Ik hield van de ‘personages’, van Lori, van Charlotte, van Wendell, van Julie, van Rita, en zelfs van John. Dat is wellicht omdat de schrijfster zo liefdevol over hen schrijft. Veel reminders voor mezelf gelezen. Veel onderlijnd. Alleen had ik op het einde wel wat vragen bij het feel-good-sausje. Het zal vast niet altijd allemaal zo mooi samenkomen en zo goed aflopen, toch? Niettemin een heerlijk én hoopgevend boek.

Het boek heeft me bovendien geïnspireerd om zelf iets te schrijven over therapie, want als Lori Gottlieb zich zo kwetsbaar durft op te stellen ten overstaan van heel de wereld, dan durf ik dat ook wel ten overstaan van het kleine stukje van de wereld dat mijn blog leest.

Besluiteloosheid als diagnose

Ik had niet zo’n duidelijk beeld van wat ik met therapie wilde bereiken toen ik ermee startte in 2015 in de nasleep van het overlijden van mijn mama. Ik dacht dat ik hulp zocht om met die rouw om te gaan, maar de gesprekken bleken telkens over andere zaken te gaan dan wat ik gepland had te bespreken. Niettemin stuurde de eerste therapeute me na vijf keer wandelen in de veronderstelling dat ik mijn zaakjes prima op orde had en het verder wel alleen aan kon. Een jaar of twee later was de nood opnieuw hoog, en ging ik langs bij mijn huisarts die me doorverwees naar een andere psycholoog. Ook hij had na een paar keer de indruk dat ik het allemaal wel onder controle had. Net als de volgende therapeute die zei: eigenlijk is er niets mis met jou, behalve dat je nood hebt aan een goede babbel met je moeder en dat dat niet meer kan.

Toen ik een half jaar later weer huilend bij mijn huisarts zat, maakte zij een haarscherpe analyse van wat mijn probleem was: een combinatie van een uitstekend zelfinzicht en het extreem goed kunnen verwoorden. Ik leg uit aan therapeuten wat mijn probleem is en welke oplossingen ik zie. Ze sturen me buiten in de veronderstelling dat ik het ook wel zal oplossen. Maar ik ga naar huis en ik blijf in de chaos en de besluiteloosheid hangen. Mijn huisarts zei: maar ik ken je al wat langer dan die therapeuten, en vanaf nu blijf je naar mij komen tot ik het gevoel heb dat je wél dingen hebt opgelost. Een half uur bij de huisarts had me een inzicht gegeven dat geen enkele therapeut me tot dat moment gegeven had. (Al die therapeuten hebben me elk op hun beurt overigens wel geholpen en elk van hen heeft me inzichten gegeven, en me een duwtje in de juiste richting gegeven, dus ik wil zeker niet gezegd hebben dat ze hun job niet goed deden, integendeel. Het is alleen dat ik zelf ook hun job te goed deed.)

Mildheid en acceptatie als remedie

Daarna verwees een vriendin me naar haar psychologe, die nu al bijna een jaar mijn psychologe is. En zij is goed. Ze stelt de juiste vragen, ze geeft me erkenning en accepteert me zoals ik ben, waardoor ze me motiveert om dat ook voor mezelf te doen. Op een milde, vriendelijke manier doorprikt ze mijn denkfouten. Ze geeft me vrijblijvend advies, zonder te pushen: ‘ik denk dat het beter is om…’. Soms duurt het maanden voor ik haar advies opvolg, maar altijd moet ik toegeven dat ze gelijk had. Ze is wat ik nodig heb.

Nochtans had ik in het begin het gevoel dat ik nergens geraakte met die hele therapie. Ik ratelde maar het hele uur vol, en op het einde was ik geen millimeter dichter gekomen bij de essentie. Toen ze op het einde van dat uur vroeg: wil je nog een volgende afspraak maken, meende ik er altijd een oordeel in te horen in de zin van: heeft dit wel zin? Dat oordeel had zij niet, dat lag volledig bij mij, want zij oordeelt niet. Ik dacht zelf: wat is het nut hiervan? Waarom doe ik dit? Waarom betaal ik hier zoveel voor*?

Maar de laatste tijd merk ik elke dag aan mezelf wat het effect is van therapie. De mildheid die ik al jaren predik, kan ik eindelijk, eindelijk, toepassen op mezelf. Ik kan mezelf accepteren zoals ik ben. Als ik verdriet heb, heb ik verdriet. Ik zeg niet meer tegen mezelf dat ik geen reden heb om verdrietig te zijn, of dat mijn verdriet niets voorstelt in vergelijking met dit of dat verdriet. (“There’s no hierarchy of pain. Suffering shouldn’t be ranked, because pain is not a contest”, herinnert Lori Gottlieb zich als één de belangrijkste dingen die ze leerde tijdens haar opleiding). Als ik boos ben, ben ik boos. Ik hoef geen erkenning meer te krijgen van de persoon op wie ik boos ben om mijn eigen boosheid terecht te vinden. Als ik blij ben, ben ik ook echt blij, en is er geen stemmetje dat in mijn oor fluistert dat ik maar beter niet te blij kan zijn want voor je het weet gaat alles weer om zeep.

Ik zou schrijven dat mildheid en acceptatie de sleutels tot een gelukkig leven zijn, maar ik ben inmiddels ook een beetje #teamdirkdewachter geworden, en ik oefen mezelf in de kunst van het ongelukkig te zijn. Maar mildheid en acceptatie zijn in elk geval wel sleutels tot een rijk, vol en écht leven. Het is verdomd hard werken om die mildheid en acceptatie te bereiken, maar het is tegelijk het nuttigste werk dat ik ooit heb gedaan.

* Ik besef wel dat ik de immense luxe heb om dat te kúnnen betalen. Therapie is echt pokkeduur en het is totaal schandalig dat niet iedereen er toegang toe heeft, en dat er nog steeds geen deftig terugbetalingssysteem is voor iets zo basic als het mentale welzijn van mensen. Ook dat vind ik toch belangrijk om even te vermelden op World Mental Health Day.

#sometimesnotreading – Over chaotisch leesgedrag en Goodreads-statistieken

Eén van de dingen waar ik me soms druk in kan/kon maken, is dat ik bijlange niet zoveel boeken uitlees als andere moeders-van-twee/bloggers/hardwerkende mensen die ik ken van Goodreads dan wel van het echte leven. Ik heb dat, met enige moeite, losgelaten.

Ik lees overdag vaak zo’n 100 blz., waardoor ik ’s avonds gewoon niet altijd goesting heb om nog te lezen (tegelijk is het een beetje een nachtmerrie om vast te stellen dat mijn job ten koste van mijn hobby gaat, want de boeken die ik op het werk lees zijn not exactly het soort boeken dat ik in mijn vrije tijd zou lezen) en ik lees ook ontzettend vaak boeken niet uit, waardoor ze niet in mijn Goodreads-stats verschijnen. Een boek toch maar uitlezen puur en alleen om mijn Goodreads-stats te pimpen wil ik dan ook weer niet doen.

Let op, als ik een boek niet uitlees, zegt dat niets over de kwaliteit van dat boek. De verliefden van Javier Marias was eerder dit jaar goed op weg om tussen mijn favorieten aller tijden te verschijnen, maar niettemin ben ik (voorlopig) op 50 blz. van het einde gestrand (wat eigenlijk echt wel een belachelijke plek is om met om het even welk boek te stoppen). Hetzelfde geldt voor De opwindvogelkronieken van Murakami. Een meesterwerk. (Nog) niet uitgelezen. Ook in dat lijstje: De toverberg, Anna Karenina, De broers Karamazov, Reis naar het einde van de nacht. Je ziet, ik ken mijn klassiekers. Of toch zeker de eerste 300 pagina’s ervan.

Bij andere boeken gebeurt het dan wel eens dat ik er op één avond 150 blz. doorjaag om de volgende dag goesting te hebben in totaal iets anders. En bij non-fictie denk ik vaak na een half boek: ja, ik heb het nu wel begrepen, get on with it.

Ik ben dus een beetje een chaotische lezer en hoe geweldig ik het ook vind om mijn hele leesgeschiedenis op Goodreads te kunnen bewaren, ik heb vaak de indruk dat die app vooral gemaakt is voor mensen die netjes al hun boeken van het begin tot het einde lezen alvorens ze aan iets nieuws beginnen.

Niettemin ben ik – ondanks het socialmediapeerpressuresausje dat erover ligt – wel echt fan van Goodreads. Ik krijg voortdurend nieuwe tips van mensen met dezelfde smaak en kom vaak ook boeken op het spoor die anders totaal niet op mijn radar zouden zitten. Goodreads zorgt er steeds weer voor dat #sometimesnotreading niet omslaat in #notreadingformonthsandmonths, omdat er altijd wel weer een boek opduikt waar ik op dat moment van mijn leven zin in of nood aan heb.

En ik vind het ook heel fijn om in mijn eigen leesgeschiedenis terug te bladeren. Enkele jaren geleden vroeg een vriendin me bijvoorbeeld of ik niet heel erg aan mijn moeder moest denken toen ik Me before you las, en ik dacht, tiens, nee, totaal niet eigenlijk, hoe kan dat. Ik ben het dan gaan opzoeken, en blijkbaar las ik dat boek twee maand voor mijn moeder een beroerte kreeg en haar lichaam voor de helft en haar geest voor een zesde werden uitgeschakeld. Nooit had ik de link gelegd van Will Traynor naar mijn moeder. (Tot ik de film zag enkele jaren later, that is.).

Ik zou het wel handig vinden, gewoon om voor mezelf het overzicht te bewaren, mocht Goodreads een chaotische-lezer-modus hebben. Een plek waar ik kan bijhouden in welk boek ik begonnen ben en tot waar ik las, zonder dat het tot in de eeuwigheid in mijn ‘currently reading’ blijft staan. En zonder dat ik het in een aparte excel moet gaan bijhouden, want ook daarvoor ben ik – ken jezelf – véél te chaotisch. Ik heb een hele tijd geleden al eens een ‘Abandoned’ shelf aangemaakt voor boeken die ik aan de kant heb gelegd zonder de intentie om ze ooit opnieuw vast te nemen, maar ik vind het wat oneerbiedig om daar de toverbergen van deze wereld in onder te brengen. Ik heb me deze week dus ook een Partially Read Shelf aangemaakt. Misschien lukt het me zo om het overzicht te bewaren.

Nu vraag ik me af: zijn er nog rommelige lezers onder jullie? En hoe bewaren jullie het overzicht?

 

Zo ziet mijn Partially Read Shelf eruit, voorlopig vooral met boeken waarin ik de afgelopen maanden nog heb gelezen. Work in progress.

 

Klein geluk #10 – Zolang er zon, muziek en kinderen zijn …

Ik ben geen ochtendmens. Ik ben echt geen ochtendmens. Ik vind mijn bed ’s ochtends altijd zachter en warmer dan ’s nachts, en ik vind het wreed dat scholen en werkdagen beginnen op een uur dat ik me eigenlijk nog eens zou willen omdraaien. Dus vaak moeten wij ons ’s ochtends ontzettend haasten om overal op tijd te geraken.

Maar soms ook niet. Soms staan we vroeg genoeg op om rustig te kunnen ontbijten en te praten met elkaar. En soms is er dan zelfs nog wat tijd over om te dansen. Dan zetten we Bart Peeters op, waar Martha ontzettend grote fan van is. Of zingen we luidkeels mee met ‘Naar de wuppe’, ‘Leef‘ (dé schlager van hun lagereschooltijd) of ‘Mooi, ’t leven is mooi‘ (dé schlager van mijn lagereschooltijd). We dansen als gek, zij springen op en neer in de zetel, wat ze eigenlijk niet mogen, maar ach. En Martha zegt: mama, je danst als een tornado die de hik heeft, en dan dans ik nog wat gekker tot ik totaal buiten adem maar wel heel blij ben. Ik zing luidkeels mee: mooi, ’t leven is mooi, ondanks de tegenslagen, zorgen en pijn …

Dat kan zomaar. Dat je je het ene moment waanzinnig slecht voelt, en het volgende moment als een waanzinnige staat te dansen in je living. Gisteren was ik boos, morgen ben ik misschien verdrietig, maar hier en nu dans ik als een tornado die de hik heeft, en vind ik het leven mooi.

Zolang er zon, muziek en kinderen zijn!

Pak alles wat je ka-a-an …

#kleingeluk #miraclemornings

Klein geluk #9 – Kijk, daar gaat hij met zijn drang …

Een dikke spin valt van de keukenkast naar beneden, recht in de lege emmer van de jelly beans die ik op twee dagen tijd naar binnen heb gewerkt (PMS much?) en valt met een plof neer. ‘We moeten Seppe bellen,’ zegt Thomas, ‘die durft spinnen wegdoen.’ Seppe is drie jaar en woont in Brugge. Hij is ontzettend stoer, maar we gaan het deze keer toch zelf moeten oplossen, vrees ik.

Ik zeg: ‘deze spin heeft geluk dat hij ons huisje heeft uitgekozen voor het weven van een web, want in ons huisje worden spinnen buiten gezet in plaats van opgeveegd.’ (Om mani padme hum*)

Enkele dagen ervoor had ik de Spin Sebastiaan voorgelezen en vervolgens geparafraseerd in mijn platste West-Vlaams, in een versie waarbij de andere spinnen klonken als roddelende ‘oede wuvetjes’, die de spin Sebastiaan achter zijn rug een koppige ezel noemden. Mijn kinderen luisterden aandachtig naar me en keken me verwonderd aan: wat een vreemd wezen is die moeder van ons toch, en wat praat ze raar. Toen het verhaaltje uit was, riepen ze: ‘nog een keer in ’t West-Vloms, mama!’

Ik zet het deksel op de emmer en draag de dikke spin naar buiten. ‘Wel naar de overkant van de straat hé,’ roept Martha me na. Ik schud de emmer uit in het gras. Wanneer ik weer binnen kom, vraagt Thomas vol bewondering: ‘heb je het gedurfd, mama? Heeft Bastiaan gebeten?’. Ik heb het gedurfd, liefje, bedankt, en nee, Bastiaan heeft niet gebeten.

Een kwartier later loopt hij door het huis met een speelgoedgsm aan zijn oor en hoor ik hem dit gesprekje voeren:

– Hallo Bastiaan, is alles goed met jou?
– Hallo, ja, alles is goed, omdat jullie me buiten hebben gezet, dus het gaat goed met mij. Daaaaag.

Je kan míj nu wel opvegen.
#kleingeluk #gewonigheid #ommanipadmehum

(*Dat is een boeddhistische mantra die je kan interpreteren als ‘respect voor al wat leeft’, maar die ik toch vooral toepas op zij die muggen eten.)

13 september

63 zou ze geworden zijn vandaag. Ik kan me er zelfs niets bij voorstellen, een moeder van in de 60.

Ze is al langer dood dan ze ziek is geweest en stilaan herinner ik me haar weer als wie ze eerst was. De goede dingen en de slechte, want ze was niet perfect, mijn moeder. Ze was maar een mens, met al haar onvolkomenheden, net als ik maar een mens ben die fouten maakt. En hoe moeilijk dat blijft, aanvaarden van onszelf dat we fouten maken, maar zeker aanvaarden van een moeder dat ze fouten maakt. Soms ben ik zelfs boos op haar, en voel ik me daar schuldig over, want mag je op iemand die dood is wel boos zijn? Maar vaker voel ik me ontzettend alleen zonder haar.

Ik wil haar vertellen over hoe Martha het stelt in het eerste leerjaar, en weet dat ze zou zeggen dat Martha een klein Sofietje is. Ik wil dat ze kijkt naar hoe ik de dingen aanpak en dat ze zegt dat ik goed bezig ben. Ik wil haar vertellen over hoe hard ik moet lachen met Thomas, wanneer ik zeg dat ik een kindje wil dat luistert en hij kurkdroog repliceert: “Martha luistert toch naar jou.”

Sinds ze dood is, heb ik dit beeld in mijn hoofd van moederen zonder moeder: ik sta helemaal alleen op een hoge berg, met een ravijn achter me, en een ijskoude wind in mijn rug. Er is niemand die mijn rug beschermt tegen die wind, en als ik achterover val, dan is er niemand om me tegen te houden. Ik ben verplicht om in mijn eentje te blijven staan op die berg.

En dat lukt, o ja, dat lukt. Maar het is soms verdomd eenzaam op die berg.

Gelukkige verjaardag, mama. Ze hebben er dit jaar speciaal voor jou een vrijdag de dertiende van gemaakt. (Edit: en Programmeursdag blijkbaar!)

Mama op haar laatste ‘gezonde’ verjaardag, met babymartha en een gebroken voet waarvan we toen nog niet wisten dat hij het einde inluidde

* Ik las deze week Moeder af van Fen Verstappen. Ik werd 131 blz. lang 5 jaar terug in de tijd gekatapulteerd. Het boekje kwam binnen, want zo was het echt. Alle verdriet, alle vertwijfeling, alle wreedheid van je moeder half verliezen. Wat heeft Fen Verstappen het mooi opgeschreven. Ontzettend mooi boekje, ontzettend herkenbaar, vol prachtige zinnen die snijden als messen.

De waarheid achter mijn #instalife

Foto by Jufke Sarah

We fietsen naast elkaar, bergaf door de Driekoningenstraat, van het café waar we hadden afgesproken naar een café dat wel open is vandaag. “Je vakantiefoto’s op Instagram zagen er fantastisch uit”, zegt ze. “Ik weet het, en het was ook een zalige vakantie, ik heb er echt van genoten, maar ik voel me wel een beetje hypocriet, met mijn perfecte plaatjes. Maar ik kan er toch moeilijk #antidepressiva of #mylifeisshitandpiss bij zetten?” Het zou wel eerlijker zijn. Het leven is niet alleen het zonnige, idyllische Instagram-plaatje. Maar belangrijker: het leven is óók het zonnige, idyllische Instagram-plaatje. Ik probeer het allerbeste te maken van een situatie die niet gemakkelijk is. En het lukt me nog ook. Daar ben ik best trots op. Maar ik heb er hulpmiddelen voor nodig. Serotonine in pilvorm. Meditatie (#zitten, waarover later meer). Schrijven (#morningpages). Therapie, al maanden. Mild zijn voor mezelf in het volle besef dat die mildheid momenteel alleen haalbaar is mits artificieel toegediende chemische stoffen die mijn hersenen zelf voorlopig niet meer aanmaken. Boeken met titels als “How to stop feeling like shit”, “What to say when you talk to yourself”* en “Het leven liefhebben door acceptatie”. Zelfhulptroep waarvan mijn bullshitmeter normaal tilt zou slaan, maar die ik nu tot mijn eigen verbazing predik.

Vorige week dobberde ik rond op een zwembad onder de Spaanse zon en ik dacht oprecht: ik wil nergens liever zijn dan hier, nu, met deze mensen. Dít is het leven. Natuurlijk is dit vakantie en is dit niet het echte leven, maar óók dit is het leven, hier en nu. En het is prachtig. Voor mij is dat huge. Ik heb me heel lang, heel vaak, heel slecht gevoeld. Er was een onrust in me waarover ik niets meer te zeggen had. Ik kon niet meer. Ik was op. You can’t pour from an empty cup, zei mijn psychologe. En de vliegtuigmetafoor, altijd weer de vliegtuigmetafoor, de metafoor die op het lijf van elke jonge moeder geschreven lijkt te zijn: in een vliegtuig moet je ook eerst je eigen zuurstofmasker opzetten voor je anderen helpt met dat van hen.

Ik dacht vroeger dat aan jezelf werken en jezelf leren graag zien iets voor new age hippies was. Waarom zou ik mezelf leren graag zien als er zoveel anderen zijn om graag te zien? Waarom zou ik om en aan mezelf geven wat ik ook om en aan anderen kon geven? Zelfzorg schmelfzorg. Maar het is wél belangrijk om voor jezelf te zorgen. There’s only so much to give. En ik was leeg gegeven. Dan moet je wel voor jezelf beginnen zorgen. Dan moet je jezelf wel liefdevolle aandacht beginnen geven.

Nu probeer ik lief voor mezelf te zijn. Mezelf te accepteren. Ik probeer tegen mezelf te praten zoals ik tegen vriendinnen praat. Zonder oordeel. Tegen het ‘nie trunten’-stemmetje in mijn hoofd zeg ik: ik hoor je nog wel, maar ik luister niet meer naar je. Want niet alleen heb ik me heel slecht gevoeld, bovendien zei ik tegen mezelf dat ik me niet slecht mócht voelen. Daar ben ik mee gestopt. Ik mag me slecht voelen, ik mag me ook goed voelen. Het mag er allemaal zijn. Ik kijk ernaar en accepteer het. Ik oordeel er niet meer over. Mijn onrust en mijn verdriet dek ik elke dag toe met een warm dekentje, ik fluister ze liefdevol toe en zorg ervoor. Maar ik laat ze geen beslissingen meer over mijn leven nemen. Ze mogen er zijn, maar ze mogen mij niet meer leiden.

Ik ben er nog lang niet, ik kom van ver en heb nog een lange weg te gaan. Maar het lukt me steeds beter, in het hier en nu leven. Ik durf het leven aan. Ik durf het leven in de ogen te kijken en het te omarmen. The full catastrophe of life. Ik loop op één of ander pad richting verlichting en zelfliefde, en ik zou er cynisch over kunnen doen, zoals ik gewoon ben te doen, maar de realiteit is dat het nodig was, en dat het tijd was. Ik hoop dat ik weldra op een punt kom dat ik de chemicals niet meer nodig heb en dit alles op eigen kracht kan doen, maar voorlopig ben ik blij met het extra duwtje in de rug.

Ik vond het moedig om niet bang te zijn om te sterven. Nu weet ik dat echte moed is: niet bang zijn om te leven.

* Het eerste boek las ik en raad ik aan. Het tweede boek las ik niet zelf. Ik nam een shortcut door naar de fantastische ‘By the book‘-podcast te luisteren, twee heerlijke dames die me hardop doen lachen. In het derde boek lees ik al meer dan een jaar nu en dan een stukje.

Juli

Twee keer twee kinderen spelen doktertje en ik ben hun patiënt. Ze pakken mijn handen en voeten in met verband, meten mijn koorts en mijn bloeddruk, luisteren naar mijn hart. “En nu een spuitje,” zegt hij, “een spuitje om dood te gaan.” “Het is er de tijd van het jaar voor”, zeg ik grijnzend. Gelukkig kan mijn zus ermee lachen. We weten zeker dat ook mama ermee had kunnen lachen.

We fietsen de stad in en halen ijsjes bij Da Vinci. Dit jaar bevinden we ons aan de zonnige kant van de wrede julimaand. De kinderen spelen. Ze zijn blij dat we samen zijn. Wij ook. We lachen en vieren het leven. Het is er de tijd van het jaar voor.

Klein geluk #8 – Zoon

‘Mag dat jongetje al alleen op stap?’, vraagt hij over zijn schaduw die veel langer is dan hij. ‘Zo’n grote jongens mogen alleen op stap, maar dit jongetje kan dat niet, want die zit vast aan jouw voeten, kijk maar’, zeg ik. Hij lacht. ‘Nee, dat is gewoon mijn schaduw, mama.’

‘Pas op, die mensen gaan op ons trappen,’ zeg ik. Een vrouw zet haar voet neer op mijn schaduw en ik roep zachtjes: ‘au, au au’. De vrouw schrikt, kijkt om en lacht dan luid. Mijn jongetje schatert. Hij kijkt naar me op met een twinkeling in zijn helderblauwe ogen. Ooit zal hij ze rollen om mijn domme moppen, maar nu vindt hij mij nog grappig.

(#kleingeluk #gewonigheid)