Over leesdipjes en Varkensribben

Over leesdipjes

Ik heb dit jaar al 49 boeken uitgelezen. Ik zou het aan de lockdown kunnen danken, maar daar heeft het eigenlijk weinig mee te maken. Nadat ik de eerste maanden van het jaar in een uitstekende leesflow zat, kreeg ik bij het begin van de lockdown net mijn eerste leesdipje. Plots waren alle boeken die nog op mijn to read stonden irrelevant geworden, want wat konden schrijvers tót maart 2020 nu voor zinvols vertellen over de wereld vanáf maart 2020. Het dipje duurde gelukkig niet lang, en natuurlijk blijft alles wat vooraf geschreven is even zinvol. En dan heb ik niet eens alleen over De pest van Camus, het boek dat een ware revival kende voorjaar 2020. 

Die leesdipjes overvallen me om de zoveel maanden en intussen heb ik genoeg levens- en leeservaring om te weten dat ze ook altijd weer voorbijgaan. Er is altijd weer een boek dat me eraan herinnert waarom ik lees. Ik zit momenteel trouwens weer in een dipje. Ik geraak niet door ‘Jaag je ploeg over de botten van de doden’, al vind ik het mooi (maar die astrologie …). Ik geraak niet vlot door ‘The silence of the girls’, al vind ik de premisse goed en stelt de uitwerking geenszins teleur. Ik geraak moeilijk door ‘Mannen die deugen’ van Ivan Jablonka, al is het heel interessant. Ik begon de afgelopen dagen al met ‘Ask again, yes’ en ‘Blue nights’ en ‘Stille sneeuwval’, stuk voor stuk boeken waarvan ik zeker ben dat ik ze goed zal vinden. Ik ben op zoek naar een exemplaar van ‘Geheel de uwe’ van Connie Palmen (iemand?) dat niet meer verkrijgbaar is bij de reguliere boekhandel, en voor mijn nieuwe leesclub moet ik ‘Radetskymars’ beginnen lezen. Nu ik dat zo allemaal opschrijf, besef ik dat het vooral een gebrek aan focus is dat me parten speelt. Mijn springerige, rusteloze brein laat zich weer eens niet vastpinnen op één boek, waardoor ik helaas géén boek lees.

… en Varkensribben

Maar er is één boek dat ik vorig weekend, middenin die leesdip, op een halve dag uitlas. Mijn 49ste boek van 2020. Dat is een heel bijzonder boek. Het is een boek dat ik al wilde lezen toen de auteur en ik elk jaar op 1 september vriendschapsijsjes gingen smullen in Da Vinci, briefjes naar elkaar stuurden via de binnenpost op kamp en giechelden over gele broeken. Mijn lieve, oude vriendin Amarylis De Gryse heeft een boek geschreven! Varkensribben is een veelbelovend debuut over het ‘weg eten’ van emoties, afwezige vaders en de besparingslogica in de zorgsector. 

Ik moest al lachen vanaf de eerste zin (“Zo gaat het leven: je wordt het huis uit gegooid net wanneer je de was zou moeten doen.”) en werd ondergedompeld in een melancholisch sfeertje vanaf de tweede. Zoals ik had verwacht, heeft dit boek de typische tristesse van een Vlaamse roman. Dat is niet slecht, integendeel. Het is tegelijk ook een heel universeel verhaal. Het portret dat Amarylis van de zorgsector schetst is ongemeen hard, maar – helaas – ook realistisch.

Doordat ik het veel te snel uitlas, bleven sommige beelden ‘s nachts door mijn hoofd spoken. Maar wat een beelden! En ook: geuren en smaken. Ik hoorde het sissen van de boter en het ‘applaudiseren’ van de uien. Ik rook de gesmolten boter en het gebraden vlees. Ik waste samen met het hoofdpersonage het rauwe gehakt van tussen mijn vingers. Sommige beelden kwamen heel erg binnen, zoals de wegdrijvende chocolade en wat het hoofdpersonage daar dan bij denkt.

Op het einde bleef ik wat op mijn honger zitten (spoiler alert: je krijgt écht honger van dit boek). Ik had Marieke graag nog wat beter leren kennen. Ik had haar de ‘Vlaamsigheid’ graag zien ontgroeien. Maar dat betekent alleen maar dat ik graag nog veel meer van Amarylis wil lezen. 

Het is misschien niet echt mijn plek om trots te zijn op Amarylis, maar ik ben het toch! En als haar oude leidster mag het misschien ook wel een beetje. Ik ben zo blij dat zij heeft waargemaakt waar we samen van droomden toen we giecheltrutjes waren. Ze is een échte schrijfster geworden, en nog een goede ook.

Geef een reactie