Categorie archief: klein geluk

Klein geluk #4 – de herfst

Opraapsels

De eettafel, het mandje van mijn fiets, Martha’s boekentas, overal vind ik rondslingerende kastanjes. Waar we ook gaan, loopt ze met haar ogen naar de grond. Al dagenlang blijft ze even enthousiast over elke kastanje die ze opraapt: ‘Kijk mama, een kastanje!’, roept ze. Alsof er geen honderd per vierkante meter liggen. Ze komt thuis met jaszakken vol beukennootjes, okkernoten, eikels, stenen, kastanjes, groene, bruine en rode bladeren en veren. Ik wist niet dat in de herfst niet alleen bomen hun blaadjes maar ook vogels hun veren verliezen. We komen thuis en ze stalt alles uit. Intussen heeft ze al geleerd dat ze beukennootjes wel en wilde kastanjes niet mag opeten. ‘Maar mama, gaan we eens kastanjes met een pluisje zoeken‘, vraagt ze. We gaan met haar naar bossen en parken, maar voorlopig zonder succes. Er zijn geen tamme kastanjes dit jaar.

Fiets

We zitten met zijn drieën op de fiets. Dat is wat harder trappen dan anders, maar des te gezelliger. Ik ben nu zo’n moeder die schaamteloos luid vals zingt op de fiets. We zingen van Beertje Bruin, Maja de Bij en de boekentassencontroleur. Elke keer dat ik stop met zingen, zegt Thomas ‘nog‘. Hij wiegt heen en weer en draait met zijn handjes. Hij zwaait naar iedereen die we tegenkomen en roept: ‘aajoooo! dada!’

Ik bleef hem lang mijn ‘baby’ noemen. Maar nu hij begint te spreken, kan ik niet langer ontkennen dat bij een echt kindje is geworden. Hij zegt Loo (Lore), tauto (auto), teei (trein), pap (stappen, trap of pap, afhankelijk van de context), pappel (appel), boo (framboosje), paapee (aardbei). In Martha’s school heeft hij al een vriendje gemaakt. Ze hebben allebei een helm en zijn even groot. Hij is er dol op.

Klein geluk #3 – de zomer

dscf1894

September is mijn maand niet. Vandaag is het twintig jaar geleden dat een klasgenoot stierf na een jarenlange strijd tegen leukemie. Hij was 12. Twee weken later verongelukte mijn beste vriendinnetje samen met haar zus. Ze was (net geen) 11. Morgen zou mijn moeder 60 zijn geworden.

Ik heb veel om melancholisch over te zijn deze maand. Septemberblues kan me plots overvallen. Dat gebeurde toen het plots al herfst was op 2 september. Het regende, verdorde bladeren kraakten onder de wielen van mijn fiets en de wereld had een herfstige gloed. Maar amper een week later was het weer hoogzomer. In de tuin hing de was te drogen terwijl mijn blote kindjes in hun zwembadje speelden. Ik kies ervoor om de zomer vast te houden en de herfst nog even te negeren.

Want de zomer, de zomer. Wat was hij mooi. Barstensvol leuke dagen en momenten van klein geluk. De vorige zomer was er geen. Dat maakte deze zomer eens zo bijzonder. De oceaan bij zonsondergang, een terrasje in Brugge met broer en schoonzus, de Harry Potter Exhibition met zus. Gewoon, zomaar, alsof het vanzelfsprekend is. Ómdat het vanzelfsprekend is, terwijl dit soort momenten vorig jaar simpelweg niet bestond. Ik geniet. Ik kijk naar mijn kindjes in de tuin, aan het strand, op de speeltuin, in het zwembad, op de kermis, op de fiets, en koester de momenten die nooit meer terugkomen. ‘I live deep and suck out all the marrow of life’. Met volle teugen zuig ik die mooie momenten in me op samen met alle vitamine D die ik vorige zomer gemist heb. Ik heb een kleurtje, ook dat is jaren geleden. Dit is het, ik ben gelukkig, het leven is goed.

Vorig jaar verlangde ik naar de herfst. Nu zou ik willen dat de zomer nooit eindigt. Voorlopig is hij dat gelukkig ook nog niet van plan.

Klein geluk #2 – bij SOS reptiel

sos reptielwp-image-9863598jpg.jpgwp-image-1320463763jpg.jpg

We zijn gisteren naar de opendeurdag van SOS reptiel geweest met de kindjes. Dat is een reptielenopvangentrum van de vriend van één van mijn beste vriendinnen. Martha vroeg bijna onhoorbaar aan Mario, de bezieler van het reptielencentrum, wat het verschil is tussen een salamander en een hagedis. Hij legde het haar geduldig uit. Ze luisterde aandachtig. Ze mocht zelfs een bardagaam aaien, wat ze niet wou. Ze mocht ook een grote schildpad aaien, wat ze evengoed niet wou. Thomas wel. Hij aaide de schildpad tot vijf keer toe, en lachte breed wanneer hij ernaartoe stapt. Onverschrokken. Nadat we een slang een rat hadden zien oppeuzelen, geleerd hadden over het verschil tussen salamanders en hagedissen en de schildpad geaaid hadden, speelden de kindjes nog op het springkasteel. Het was een leuke namiddag. Mijn broer was er met zijn vriendin. Mijn zus en haar vriendin met hun zoontje van net geen maand en hun dochtertje van net geen twee. Mijn twee beste vriendinnen waren er met hun kindjes. Ik kan daar zo immens blij van worden, van die momenten waarop alles samenkomt, zonder dat je er al te veel moeite voor moet doen.

Wie graag een schildpad wil aaien, een slang een rat wil zien eten of het verschil wil leren tussen salamanders en hagedissen, kan vandaag nog terecht op het Opendeurweekend van SOS reptiel. Meer info vind je hier.

 

Klein geluk #1

In januari ben ik gestart met een kleingelukdagboek*. Ik wilde elke dag één moment noteren dat me gelukkig had gemaakt. Ik zou het zo lang volhouden tot wanneer ik mezelf niet meer als overwegend ongelukkig zou bestempelen. Ik wilde die momenten bewaren voor later, zodat ik niet alleen zou hoeven terug te kijken op een donkere periode. Maar ik wilde mezelf ook verplichten om op het moment zelf meer stil te staan bij alle goede dingen in het leven.

Dat waren er heel wat. Ergens in maart deed ik bij het nalezen van mijn notities een belangrijke vaststelling. Ik had me vergist. Ik dacht dat ik wist wat me ongelukkig maakte, maar ik zat er totaal naast. Ik worstelde toen al een jaar met: mama zijn van twee kinderen. Ik kreeg het niet onder controle. Twee was te veel, dacht ik. Ik kon het niet. Toen ik mijn notities overlas, merkte ik echter dat mijn gelukkigste momenten in die donkere maanden, op enkele uitzonderingen na, de momenten met de kinderen waren.

Enkele gelukjes die ik heb opgeschreven.

25 januari
De trein missen. Tijd hebben om koffie van 1 euro te halen in het station. Koffie nippen op de trein. Tijdens de middagpauze een wandeling in de lentezon (op 25 januari, ja) maken met twee collega’s. Mijn leeslust teruggevonden. Gisteren Post voor mevrouw Bromley uitgelezen. Ik was er niet goed van. Daarna begonnen in Hendrik Groen. Op de eerste 2 blz. al hardop moeten lachen. Dat belooft.

26 januari
Zieke Martha is hangerig en wil veel knuffelen met mama. Ik moet met haar wachten tot bomma komt. Ze wil knuffelen, mijn haar strelen, op mijn schouder liggen. Ik weet dat ik mijn trein ga missen, maar geniet van het slappe, rustige, warme kindje in mijn armen.

28 maart
Na een lastige eerste Paasmaandag zonder mama toch nog teruggereden naar het Roompotpark om verder van ons weekendje te genieten. Martha en Lore hebben nog gedanst in de kinderdisco én we zijn nog gaan zwemmen met Martha, Lore en Thomas én we hebben nog op restaurant gegeten. Ze waren flink. Daarna nog lang met Julie gekletst.

3 april
Zondagmorgen. Opstaan met Thomas. Koffie drinken. Hem laten spelen. Zelf wat lezen. Op ’t gemak. Eerste lentezon. BBQ en speeltuin met de kindjes.

14 april
Martha halen met de fietskar. Van bakkerij Alexandra naar de bibliotheek stappen met mijn dochter, die tegen me vertelt over school, en lacht wanneer ze tegen me botst en dan om te foppen nog tien keer tegen me botst. Hoe ze naar me opkijkt, hoe diep ik nog naar beneden moet kijken om dat kind van mij te zien, dat toch al zo veel vertelt en zo groot lijkt.

Woensdag wensdag

Ook nu ik overwegend gelukkig ben, wil ik nu en dan mijn klein geluk blijven opschrijven.

Gisteren was zo’n dag waarop ik het leven koesterde. Na de gebruikelijke ochtendrush was ik toch onverwacht op tijd de deur uit om toe te geven aan Martha’s vraag om naar school te stappen. Dolenthousiast liep ze met haar boekentas op de rug voor me uit. Op weg naar haar eerste sportdag. Ik genoot van naar haar te kijken. Zo eenvoudig, zo mooi. Zij maar tetteren en dingen zeggen als: ‘jij gekke mama, jij stelt altijd zo’n gekke vragen’.

Daarna moest ik boodschappen doen. Thomas is op de leeftijd dat naar de winkel gaan een groots avontuur is. Hij amuseert zich rot in de kar. Hij kijkt en wijst naar al die mooie, geordende rekken. Als er koekjes zijn om te proeven, zijn we allebei content. Minstens drie keer zag ik dat mensen zich omdraaiden om naar dat schone kind in die kar te kijken. Eén mevrouw porde haar man aan: kijk, hoe schattig. Behalve dat ik hem een blauw truitje had aangetrokken waardoor zijn ogen nog schoner uitkomen, heb ik daar weinig verdienste aan. Toch ben ik apetrots dat hij van mij is.

Op een zonnige woensdagochtend te voet naar school gaan met een tetterende kleuter, en daarna met mijn babyzoon naar de winkel gaan, dat is exact hoe ik me het moederschap had voorgesteld voor ik kinderen had.

Deze twee citaten heb ik ooit als grote waarheden in mijn citatenboek opgeschreven.
Beseffen dat we gelukkig zijn, doet afbreuk aan ons geluk. [E.J.Ouweneel]
Geluk is pas zichtbaar als het voorbij is. [Bomans]

Nu moet ik de heren dringend even opbellen om te zeggen dat ze er niets van begrepen hebben.

 

* Ik haalde het idee van een kleingelukdagboek uit de comments onder deze schone blogpost: http://charliemag.be/mensen/inspirational-quote/