Categorie archief: literaire creatie

Rhythm 0

(Voor het examen van repertoirestudie (literaire creatie) mochten we kiezen uit alle onderwerpen die dit jaar aan bod kwam en er iets mee doen. Ik schreef een monoloog over Rhythm 0 van Marina Abramovic)

Hier sta ik. Ze kijken me aan. Verbaasd. Lachend. Onverschillig. Eentje komt dichterbij. Hij ademt in mijn gezicht. Verschraalde koffie en een sigaret. Zo rook de adem van mijn moeder ook. Het is een stank die me nostalgisch maakt. Mijn moeder. Hoe komt het dat ik nu aan mijn moeder moet denken? Ze zei dat ik gek was. Ze had misschien gelijk, maar niet gekker dan zij was. Hij raakt me niet aan. Staat daar alleen maar in mijn gezicht te ademen. De anderen kijken. Onwennig. Hij buigt voorover en kust me, pal op mijn lippen, met die vreselijke adem van hem. Ik voel dingen. Nostalgie is een gevoel. Afkeer van deze man is een gevoel. Mijn blijdschap over het voelen zelf is een gevoel. Ik voel meer dan ik het afgelopen jaar gevoeld heb. Sinds het ongeval heb ik niets gevoeld en niets gedacht. Daarom sta ik hier. En om een punt te maken. De mens is een wreed wezen. Je zal zien hoe wreed de mens is, het zal niet lang duren. Haat is een gevoel.

Hij loopt naar de tafel, monstert de voorwerpen die erop liggen en kiest de veer uit. Hij komt terug en steekt de veer in mijn haar. Onschuldig, nu nog. Een andere man komt dichterbij. Hij tilt mijn armen op en slaat ze met kracht tegen mijn lijf. Het begint al. Sneller dan ik dacht. Hij neemt de veer uit mijn haar en streelt mijn hals, mijn schouders, mijn borsten. De veer valt. Hij grijpt mijn borsten met beide handen vast en knijpt er zachtjes in. Dan loopt hij terug naar de anderen. Ik sta hier tien minuten en ze zijn al vergeten dat ik een mens ben. De mens is een wreed wezen. Nu komen ze met meer. Twee vrouwen en één man blijven bij de tafel staan. Ze bekijken de voorwerpen die erop liggen. De man neemt een roos en reikt me die aan. Ik blijf bewegingsloos staan. Hij neemt mijn hand vast en vouwt mijn vingers behoedzaam om de steel van de roos heen. Hij kijkt naar me, knippert met zijn ogen en klemt daarna mijn hand met de roos vast met zijn beide handen. De doornen prikken. Pijn is een gevoel.

Bruut trekt hij de roos tussen mijn vingers vandaan. Hij gooit ze op de grond, trapt erop en slaat vervolgens met vlakke hand in mijn gezicht. De mens is een wreed wezen. De mens is een wezen dat een kind doodrijdt en niet achterom kijkt. De twee vrouwen beginnen mijn kleren van mijn lijf te rukken. Ach, ze mogen het hebben, mijn lijf, mijn kleren, alles. Zouden ze moeders zijn? Hij was zo schoon, mijn kind. Een engeltje, met zijn dikke billen, blonde krullen en grote blauwe ogen. Te schoon voor deze wereld misschien. Nog een andere vrouw raapt de roos van de grond op en begint de doornen in mijn armen te prikken. Kleine, rode druppels wellen uit mijn armen op. De geur van het bloed doet hen nu ook vergeten dat zij mensen zijn. Plots gaat het snel. Terwijl een man met scheermesjes een tekening maakt op mijn rug, hoor ik het laden van het pistool. Eén van de vrouwen komt naast me staan, zet het pistool tegen mijn hoofd en legt mijn eigen vinger op de trekker. Ik ben niet bang. Doe het dan, denk ik. Dood willen is een gevoel.

Een man duwt de arm met het pistool weg en begint te schreeuwen. Hij trekt het pistool uit de hand van de vrouw en gooit het door het open raam naar buiten. Teleurstelling. Dat is ook een gevoel.

Zondag sportdag

Beste voetbalfan, ik stel me even voor. Ik ben Sofie en ik ben een meerwaardezoeker. Ik lees een kwaliteitskrant en luister naar een radiozender voor de meerwaardezoeker. Van mijn kwaliteitskrant heb ik een breaking-newsapp op mijn gsm. Mijn gsm doet ping als er een aanslag gebeurt of als iemand belangrijks sterft. Wanneer ik ping hoor, kan ik ervan uitgaan dat het me zal interesseren. Dat ik meer zal willen weten over het belangwekkende nieuwsfeit dat mijn aandacht trekt. Behalve op zondag. Dan doet mijn gsm ook ping wanneer iemand een goal maakt of als eerste over de finish rijdt met zijn fiets. Weer een aanslag, denk ik dan. O nee, een goal. Met het grootste gemak gaat mijn kwaliteitskrant er op zondag van uit dat iedereen geïnteresseerd is in elf zotten die achter een bal lopen om hem meteen weer weg te shotten. (Dat zijn de woorden van mijn grootmoeder. Ze had het geloof ik niet zo met sport.) Met de radio is het net hetzelfde. Wanneer ik mijn radiozender voor de meerwaardezoeker opzet, kan ik ervan uitgaan dat ik de muziek zal weten te smaken of dat de gesprekken me zullen interesseren. Behalve op zondag. De monotone stem van de voetbalcommentator pleegt zijn wekelijkse putsch op mijn radiozender. De muziek wordt navenant slechter. De meerwaardezoeker mag zijn meerwaarde elders gaan zoeken. ‘Ja, en?’, hoor ik je vragen. ‘Wat komt dat mens zaniken in mijn blad?’ Of misschien noemt u me wel een wijf en gebruikt u voor zaniken een ander woord dat ook met z begint en urineren betekent. Dat kan. Het vocabulaire van de voetballiefhebber is mij als meerwaardezoeker vreemd. Maar alle gekheid op een stokje. Wat kóm ik immers doen in uw blad? Dit is eenmalig, dat beloof ik u. Ik heb slechts één voorwaarde. Een aanbod dat u me niet kunt refuseren. Namelijk dit: geef mij mijn kwaliteitskrant en mijn radio voor de meerwaardezoeker terug. En ik blijf voortaan met al mijn meerwaarde weg uit uw blad. Wat denkt u, beste voetbalfan, hebben we een deal?

 

(Opdracht literaire creatie: schrijf een column voor een sportblad)