Categorie archief: Sofie laat los

De waarheid achter mijn #instalife

Foto by Jufke Sarah

We fietsen naast elkaar, bergaf door de Driekoningenstraat, van het café waar we hadden afgesproken naar een café dat wel open is vandaag. “Je vakantiefoto’s op Instagram zagen er fantastisch uit”, zegt ze. “Ik weet het, en het was ook een zalige vakantie, ik heb er echt van genoten, maar ik voel me wel een beetje hypocriet, met mijn perfecte plaatjes. Maar ik kan er toch moeilijk #antidepressiva of #mylifeisshitandpiss bij zetten?” Het zou wel eerlijker zijn. Het leven is niet alleen het zonnige, idyllische Instagram-plaatje. Maar belangrijker: het leven is óók het zonnige, idyllische Instagram-plaatje. Ik probeer het allerbeste te maken van een situatie die niet gemakkelijk is. En het lukt me nog ook. Daar ben ik best trots op. Maar ik heb er hulpmiddelen voor nodig. Serotonine in pilvorm. Meditatie (#zitten, waarover later meer). Schrijven (#morningpages). Therapie, al maanden. Mild zijn voor mezelf in het volle besef dat die mildheid momenteel alleen haalbaar is mits artificieel toegediende chemische stoffen die mijn hersenen zelf voorlopig niet meer aanmaken. Boeken met titels als “How to stop feeling like shit”, “What to say when you talk to yourself”* en “Het leven liefhebben door acceptatie”. Zelfhulptroep waarvan mijn bullshitmeter normaal tilt zou slaan, maar die ik nu tot mijn eigen verbazing predik.

Vorige week dobberde ik rond op een zwembad onder de Spaanse zon en ik dacht oprecht: ik wil nergens liever zijn dan hier, nu, met deze mensen. Dít is het leven. Natuurlijk is dit vakantie en is dit niet het echte leven, maar óók dit is het leven, hier en nu. En het is prachtig. Voor mij is dat huge. Ik heb me heel lang, heel vaak, heel slecht gevoeld. Er was een onrust in me waarover ik niets meer te zeggen had. Ik kon niet meer. Ik was op. You can’t pour from an empty cup, zei mijn psychologe. En de vliegtuigmetafoor, altijd weer de vliegtuigmetafoor, de metafoor die op het lijf van elke jonge moeder geschreven lijkt te zijn: in een vliegtuig moet je ook eerst je eigen zuurstofmasker opzetten voor je anderen helpt met dat van hen.

Ik dacht vroeger dat aan jezelf werken en jezelf leren graag zien iets voor new age hippies was. Waarom zou ik mezelf leren graag zien als er zoveel anderen zijn om graag te zien? Waarom zou ik om en aan mezelf geven wat ik ook om en aan anderen kon geven? Zelfzorg schmelfzorg. Maar het is wél belangrijk om voor jezelf te zorgen. There’s only so much to give. En ik was leeg gegeven. Dan moet je wel voor jezelf beginnen zorgen. Dan moet je jezelf wel liefdevolle aandacht beginnen geven.

Nu probeer ik lief voor mezelf te zijn. Mezelf te accepteren. Ik probeer tegen mezelf te praten zoals ik tegen vriendinnen praat. Zonder oordeel. Tegen het ‘nie trunten’-stemmetje in mijn hoofd zeg ik: ik hoor je nog wel, maar ik luister niet meer naar je. Want niet alleen heb ik me heel slecht gevoeld, bovendien zei ik tegen mezelf dat ik me niet slecht mócht voelen. Daar ben ik mee gestopt. Ik mag me slecht voelen, ik mag me ook goed voelen. Het mag er allemaal zijn. Ik kijk ernaar en accepteer het. Ik oordeel er niet meer over. Mijn onrust en mijn verdriet dek ik elke dag toe met een warm dekentje, ik fluister ze liefdevol toe en zorg ervoor. Maar ik laat ze geen beslissingen meer over mijn leven nemen. Ze mogen er zijn, maar ze mogen mij niet meer leiden.

Ik ben er nog lang niet, ik kom van ver en heb nog een lange weg te gaan. Maar het lukt me steeds beter, in het hier en nu leven. Ik durf het leven aan. Ik durf het leven in de ogen te kijken en het te omarmen. The full catastrophe of life. Ik loop op één of ander pad richting verlichting en zelfliefde, en ik zou er cynisch over kunnen doen, zoals ik gewoon ben te doen, maar de realiteit is dat het nodig was, en dat het tijd was. Ik hoop dat ik weldra op een punt kom dat ik de chemicals niet meer nodig heb en dit alles op eigen kracht kan doen, maar voorlopig ben ik blij met het extra duwtje in de rug.

Ik vond het moedig om niet bang te zijn om te sterven. Nu weet ik dat echte moed is: niet bang zijn om te leven.

* Het eerste boek las ik en raad ik aan. Het tweede boek las ik niet zelf. Ik nam een shortcut door naar de fantastische ‘By the book‘-podcast te luisteren, twee heerlijke dames die me hardop doen lachen. In het derde boek lees ik al meer dan een jaar nu en dan een stukje.

Brieven aan mama #2 – De allereerste schooldag

Bij het ontwaken

Gisterenavond heb ik een peuter in bed gelegd. Vanmorgen werd ze wakker als een kleuter. Mijn kleine meisje is groot geworden. Vandaag is ze voor het eerst naar school gegaan. Eén van de eerste dingen waar ik aan moest denken vanmorgen, is aan het bericht dat ik ongetwijfeld van jou zou hebben gekregen vandaag. Een bericht vol superlatieven en uitroeptekens, stel ik me voor. Ik dacht aan je trotse stem en aan hoe je me zou geruststellen: ‘traantjes zijn normaal de eerste dag’, ‘ze is er aan toe’, … Ik dacht er ook aan dat ik nu niet kan vragen hoe jij mijn allereerste schooldag hebt ervaren.

In de kleuterklas

Het was met een klein hartje vandaag, dat ze binnenliep in de klas. ‘Mama moet bij mij blijven’. ‘Mama moet mee komen spelen’. Ik zei dat dat niet ging, en verlegen maar zonder traantjes ging ze toch mee met de zorgjuf. Ze begon te spelen, maar keek nu en dan achterom om te zien of ik er nog was. Ik weet dat de regel is dat je dan als mama gewoon moet verdwijnen. Maar ik kan dat niet, de grote verdwijntruc. Dus maakte ik de fout van alle mama’s en ging ik haar zeggen dat ik nu naar huis ging. En toen waren ze daar, de dikke tranen: ‘Ik wil mee naar huis!’. Toen heb ik van mijn eigen kleine hartje toch een heel klein steentje moeten maken. Ik heb haar huilend achtergelaten. Maar ik heb er zoveel vertrouwen in dat het wel goedkomt, Martha en de school.

Ze is zo leergierig. Ik probeer zo goed mogelijk op haar eindeloze ‘waarom’-vragen te antwoorden, maar ik kom altijd op een punt dat ik het antwoord gewoon niet weet. Daar neemt ze dan geen vrede mee. Vroeger dacht ik altijd dat jij alles wist. Maar Martha maak je niets wijs. Misschien moet ik net als zij van krommenaas beginnen gebaren en gewoon antwoorden: ‘weet da nie’, wanneer ik geen goesting heb in een examen. Want dat doet ze dus, ‘weet da nie’ antwoorden op vragen waarvan we zeker weten dat ze het antwoord wel weet. Rebels of lui, ook bij haar vader is het nog steeds niet duidelijk welke van de twee het nu precies is.

Het andere 9 november

Vandaag is het natuurlijk ook exact een jaar geleden dat je na negen maanden intensief revalideren terug naar huis kwam. Ik herinner me nog de klop die je kreeg toen die jonge arts zei dat 3 uren logopedie per week nu wel voldoende zou zijn, ‘want we verwachten geen grote verbetering op dat vlak’. Dat was de eerste keer dat iemand ons dat letterlijk zei. Hij had zijn mond voorbijgepraat, zo leek het wel. Dat heeft je een serieuze klop gegeven en optimisme was sinds dat moment niet meer aan de orde. We gaan nooit weten of je besluit op dat moment al vast stond, maar veel uitweg zal je in elk geval niet meer gezien hebben.

Avondrush, next level

Toen ik haar ging halen stipt om 15u30 (hoe doen mensen dat in godsnaam?), liep ze naar me toe: ‘mamaaaaaaaa!‘. ‘Ik vond het leuk’ en ‘ik wil nog eens naar de klas’ waren de eerste reacties. ’s Avonds in haar bedje ging het echter naar ‘ik wil liever thuis blijven’. Ik heb een vermoeden dat het morgenochtend eerder naar het laatste zal doorslaan.

Maar ook voor mij was het spannend. Avondrush, next level. Want nu eet Martha ’s middags boterhammen en kan ik me er ’s avonds niet meer vanaf maken met ‘e stuutje mè koas’. Enter: het weekmenu. Je zou zo trots op me geweest zijn, had je dit nog mogen meemaken. Je oudste dochter, voldoende structuur om (te proberen) met een weekmenu te werken. Kijk, zelfs bijna op zijn Julies aangepakt. (Bijna, want de enige echte Julie zou lijntjes trekken en met kleuren werken en netter schrijven natuurlijk.)

weekmenu

3 belangrijke levenslessen die ik geleerd heb

Het leven heeft me de laatste tijd veel geleerd. Ik haal er drie lessen uit die ik met jullie wil delen. Ik schrijf wel dat het dingen zijn die ik geleerd heb, maar de waarheid is dat ik ze nog volop aan het leren ben.

1. Maak je niet te veel zorgen

Ik maak me altijd te veel zorgen. En wat zie je dan? De dingen waarover je je zorgen maakte gebeuren niet. De dingen waar je geen benul van hebt gebeuren wel. Zo wist ik niet dat melktandjes zo gemakkelijk loskomen en dat 1 op 6 Belgen getroffen wordt door een beroerte. Maar ik heb wel het geluk gehad om twee keer heel snel zwanger te worden en twee heel gezonde mooie kinderen te krijgen. Ik ben daar dankbaar voor.

Ik heb minstens 50 dingen om dankbaar voor te zijn. Ik heb hier en daar wat pech gehad, maar het heeft geen zin om mezelf te laten verlammen door angst voor alles wat nog zou kunnen gebeuren. Als slechte dingen moeten gebeuren, gebeuren ze toch. Het beste wat je kan doen, is geloven dat ze niet zullen gebeuren.

Ik probeer me minder zorgen te maken, want veel dingen lossen zichzelf uiteindelijk wel op.

2. Wees mild voor anderen

Everyone you meet is fighting a battle you know nothing about. Be kind. Always.

Ik vind van mezelf dat ik vroeger nogal snel een oordeel klaar had. Nu heb ik aanvaard dat ik niet altijd kan weten waarom iemand zus of zo in elkaar zit. Ik ben opener. Ik probeer andere mensen te nemen zoals ze zijn. Ik probeer niet te oordelen als ze keuzes maken die ik niet zou maken. Ik probeer altijd het grotere geheel te zien.

Empathie kost geen geld, alleen een beetje moeite. Ik probeer empathisch te zijn voor anderen. Ik probeer te luisteren. Ik zal niet beweren dat het altijd lukt, maar proberen is al het halve werk.

3. Wees mild voor jezelf

De beste raad die ik van iedereen heb gekregen de afgelopen maanden is deze: wees niet te streng voor jezelf. Het is tevens de moeilijkste.

Ik vind dat ik al niet zo streng ben als andere moeders om me heen. Ik ruim niet altijd al het speelgoed op. Ik maak de puzzels niet elke avond opnieuw om zeker te zijn dat er geen stukjes verloren gaan. Ik laat de keuken ’s avonds vaak overhoop staan, omdat mijn pijp uit is. Ik stofzuig maximum één keer per week, ook wanneer Kind 1 cornflakes eet. Ik maak niet elke dag vers eten klaar. Soms knuffel ik mijn kindjes liever dan de was te plooien. Ik ben niet altijd consequent in mijn opvoeding.

Maar toch ben ook ik nog veel te streng voor mezelf. Ik wil mijn beide kinderen heel veel aandacht geven. Ik wil sterk zijn en er staan voor hen, ook al ben ik oververmoeid. Ik kan moeilijk nee zeggen.

Loslaten, we moeten het allemaal leren. Loslaten en mild zijn voor onszelf.
Toen ik dit filmpje zag, moest ik slikken. Watch and learn.