8 jaar ongelukkig op mijn werk en wat dat deed met mijn zelfvertrouwen

Ik werk graag. Echt. Ergens diep in mij zit een haantje verscholen. Toen ik acht jaar geleden de arbeidsmarkt bestormde was het vol ambitie en energie. Ik kon iets en zou iets betekenen voor de cultuursector of het boekenvak. Zeker en vast.

Toen begon ik te werken. Het was 2008, het begin van de crisis. Mijn eerste job was er één met weekcontracten in een rederij. Ik heb er drie maanden gewerkt, maar verloor er zoveel illusies dat het als drie jaar aanvoelde. Ik moest ervoor zorgen dat de juiste containers op de juiste boten stonden. Administratief werk. Op mijn eerste dag zei mijn leidinggevende: ‘eerst heb je niets met containers. Maar voor je het weet, kom je er één tegen op vakantie en kan je niet wachten tot je op de bureau kan opzoeken wat erin zit en waar hij naartoe rijdt’. Ik kreeg een paniekaanval. Zou ik containers echt interessant vinden over enkele maanden? Zou ik mezelf zo snel verliezen? En zou dit mijn leven worden? Niets tegen de mensen met wie ik samenwerkte, maar ik had niets met hen en zij keken naar mij alsof ik van een andere planeet kwam. Het cultuur/boekenmeisje dat op doortocht was in de rederij. Ik deed het goed, kreeg positieve evaluaties en werd gevraagd om te blijven. Maar ik verveelde me dood en vond werkelijk niets boeiend aan het hele containergebeuren. Ik dacht: ik kan alleen maar slechter worden van hier te blijven. Ik nam ontslag – tenminste: ik ging geen nieuw weekcontract aan – en dacht: is dit het nu, werken?

Het liefste wat ik doe is schrijven. Ik besloot als copywriter te solliciteren. Ik kwam terecht in een lampenbedrijf in the middle of nowhere. In putje winter fietste ik elke dag van het station van een gemeente waar ik niets te zoeken had naar een industriepark waar ik niets te zoeken had, om daar tekstjes te schrijven. Mijn opdracht: vermeld zo vaak mogelijk het woord verlichting. Ook daar zat ik niet op mijn plaats. Mijn collega’s verkochten racistische klap (’t is een zwette). Ik ergerde me stuk. Ze luisterden naar één of andere luidruchtige Kempische radiozender, en ik kreeg er koppijn van. Ik fietste in het donkere industriepark door twintig centimeter sneeuw en dacht opnieuw: is dit het nu, werken?

Maar hoera, enkele maanden later kon ik eindelijk in een bibliotheek beginnen werken. Iets met mijn diploma doen … Het was een halftijdse, dat wel, het was onder mijn niveau, dat wel, maar het was in een bibliotheek. Ik werd leidinggevende van tien dames onder wie de jongste exact dubbel zo oud was als ik. Het leukste aan werken in een bibliotheek vond ik de balie. Maar het merendeel van mijn tijd ging naar: brandjes blussen en uurroosters opstellen. Ook de bibliotheek was een desillusie. Ik dacht: is dit het nu, werken?

Vervolgens maakte ik een andere droom waar: ik ging werken in een uitgeverij. Daar ben ik, echt waar, de eerste twee jaar min of meer gelukkig geweest. Ik was doodmoe van veel te lange dagen kloppen en pendelen, maar ik leerde volop bij, en werd geapprecieerd door mijn collega’s. Ik zat in een team dat werkte zoals ik sindsdien nooit nog een team heb meegemaakt. We liepen gesmeerd en waren perfect op elkaar ingespeeld. Ik werkte hard en met plezier. Maar ook dat bedrijf had allerlei issues en werd niet zo denderend geleid. Na enkele jaren was ik ‘uitgeleerd’, viel ons team in stukken en werd ik moeder. Ik pendelde 2 uur per dag, 5 dagen per week. Dat waren 10 uren per week dat ik niet bij mijn kind was en niet aan het werken. Ik dacht: dit is het dan, werken, en het is belachelijk. Dus ik vertrok, opnieuw.

Daarna kwam ik bij die andere uitgeverij terecht, een mamavriendelijk bedrijf, mijn huidige werkgever. Het klopt. Dit ís een goede werkgever voor jonge ouders. Met wat ik de afgelopen jaren privé heb meegemaakt, was het een zegen dat ik hier werkte en niet meer in Brussel. Maar ik kan dit zeggen: het boekenvak is momenteel een plek waar je niet wil zijn. Ik voel me een nobody. Ik weet niet wat ik nog waard ben. Ik ben nochtans een uitstekende redacteur. ’t Is te zeggen: 20 jaar geleden was deze job me op het lijf geschreven. Maar het is 2016 en ik kon net zo goed een floppydisk zijn als een goede redacteur. Ik werk en ik denk: dit is het dan, werken. Werken is parttime ongelukkig zijn.

In mijn jaren op de arbeidsmarkt kwam ik heel wat mensen tegen van wie ik vermoed dat ze zot zijn. Not in a good way. Zot of slecht, ik weet het niet, maar alleszins incompetente klootzakken (m/v). Ik noem geen namen, want ik wil niemand aan de schandpaal nagelen. Het doet er ook niet toe, want incompetente klootzakken vind je overal. Het frustreert me. Ik ben competent, en geen klootzak, maar blijkbaar is dat niet voldoende. Ik leerde dat het niet uitmaakt wat je kan, zolang je jezelf kan verkopen. Ik leerde dat hoog van de toren blazen belangrijker is dan je werk goed en plichtsgetrouw doen.

Ik werk nu acht jaar en het is nog steeds crisis. Ik heb nog nooit ergens gewerkt waar het goed ging. Ik heb nog nooit op een plek gewerkt die me gelukkig maakte. Al acht jaar ben ik degene die áltijd wat te klagen heeft, die áltijd aan het solliciteren is en die nooit goed lijkt te weten wat ze wil.

Ik weet dat het (veel) erger kan. Ik kijk naar mijn poetsvrouw die een bachelor in de chemie heeft in een ver land, maar hier mijn poetsvrouw is. Ik kijk naar de dames op leeftijd aan de kassa van de supermarkt. Ik prijs me gelukkig. Ik weet dat ik niet moet klagen. Maar ik had zoveel meer verwacht van werken. Thuis heb ik nooit iets anders gezien dan een moeder die vol passie opging in haar werk. Het leek me een evidentie dat zoiets voor mij was weggelegd.

De waarheid is: werken is één grote desillusie. Het idee dat ik nog 35 jaar moet ploeteren zoals ik nu ploeter, maakt me moe. Ik zie zoveel mensen in mijn omgeving die in hetzelfde schuitje zitten als ik. Daar staan ze, met al hun energie en al hun ambitie. Niemand die op hen zit te wachten.

Ik onderneem dingen om het beter te maken. Er ging sinds 2008 geen jaar voorbij dat ik niet minstens twee keer solliciteerde. Om vaak als tweede te eindigen. Ik volgde loopbaanbegeleiding, maar kreeg daar vooral bevestigd wat ik al wist. Ik ben gestart met een bijberoep als copywriter/journalist, omdat schrijven het liefste is wat ik doe. Ik schrijf voor Femma en de Gezinsbond, en ga dit najaar de koe bij de hoorns vatten om daar een stuk of wat opdrachtgevers aan toe te voegen. Ik engageerde me als vrijwilliger in de Raad van Bestuur van Femma om in mijn vrije tijd te betekenen wat ik professioneel niet kan.

Ik zie mensen om me heen die zelfvertrouwen krijgen van hun werk, terwijl het mijne beetje per beetje afbrokkelt. Ik weet dat het bestaat: werk waar je gelukkig van wordt. Ik heb goesting om mijn tanden te zetten in een uitdagende job die mij als gegoten zit. Ik heb goesting om er voluit voor te gaan. Maar arbeidsmarkt, o arbeidsmarkt, waarom hebt gij geen zin in mij?

Vinden jullie voldoening of geluk in jullie werk? Of ploeteren jullie ook maar verder zoals ik? En wie o wie heeft een droomjob voor mij liggen?

31 gedachten over “8 jaar ongelukkig op mijn werk en wat dat deed met mijn zelfvertrouwen

  1. Kathleen

    Same here. Ik weet nog wat ik dacht op mijn eerste werkdag: “Ik ga mijn werk graag doen.” Maar lesgegeven in het Vlaams secundair onderwijs was een serieuze confrontatie met de werkelijkheid. Zeer zwaar, en continue onzekerheid. Dan in Spanje Engels beginnen geven aan voornamelijk volwassenen, iets wat een pak makkelijker is en wat ik op zich erg graag doe. Maar telkens ik wat uren bijeengesprokkeld heb, komen er maanden van chronische migraine opzetten, en raak ik weer alles kwijt. Liefst van al zou ik schrijfster worden, want dat lijkt me het enige dat te combineren valt met mijn gezondheidstoestand en het moederschap. En ik doe het natuurlijk doodgraag.
    Blijven zoeken en proberen, en als er geen plaats voor ons is op de arbeidsmarkt, moeten we ons er een plaatsje in wringen misschien?

    Reageren
    1. Sofie Bericht auteur

      Toen ik op publish drukte, hoopte ik natuurlijk wel dat mensen zich hierin zouden herkennen. Maar het is toch hard om te lezen hoe het bij jou gaat. Schrijfster worden, dat blijft de droom. Ons een plaatsje in de arbeidsmarkt wringen, zou mooi zijn, maar hoe en waar hé?

      Reageren
  2. eva

    Zo triest om dit te lezen. Ik heb met je te doen. Het werk en de collega’s daar en de band die je met hen hebt, bepalen zoveel van je kwaliteit van leven. Op heel wat dagen brengt je gewoonweg meer tijd door met die collega’s dan met je partner en je kinderen. Dus, positief gedacht, vind ik het heel krachtig van je dat je op zoek blijft gaan naar die job die je als gegoten zit, dat je die hoop niet opgeeft en dat je zelf nieuwe sporen uitzet, om meer freelance te kunnen werken. In het algemeen denk ik dat je best gaat zoeken in de social-profit. Zeker niet omdat je daar minder hard zou moeten werken, maar wel omdat er in social profit veel vaker waardengedreven wordt gewerkt en dat maakt een groot verschil, denk ik. Dikke lonen zijn er niet te rapen, maar het gevoel hebben dat je een verschil maakt in de samenleving, maakt veel goed van het combinatie-gejongleer. Keep strong!

    Reageren
    1. Sofie Bericht auteur

      Bedankt voor je lieve reactie, Eva. Dat heb ik inderdaad voor mezelf uitgemaakt: niet meer in de privé. Daar ben ik gewoon niet voor gemaakt. Eigenlijk wist ik dat al op mijn eerste job, maar boeken maken leek me toch zo leuk. Gelukkig – en dat vergat ik er expliciet bij te zetten – heb ik op mijn laatste jobs altijd wel fijne collega’s gehad. Dat maakt veel goed, maar niet alles. Bij de pakken blijven zitten ligt niet in mijn aard, dus we blijven zoeken. Ik heb nog 35 jaar de kans om mijn droomjob te vinden 🙂

      Reageren
  3. Sabrina

    Klinkt zowat als mijn verhaal. Zo rot om te merken wat het met je zelfvertrouwen doet, een allesbehalve ideale job. Dat besef ik maar al te goed. Dus ik geniet nu van de opluchting die mijn keuze voor een nieuwe job me geeft. Voor zolang het duurt… want ik durf er nog moeilijk in geloven dat het bestaat, werk waar ik echt, echt gelukkig van word. Of toch maar blijven hopen? Moeilijk!

    Reageren
    1. Sofie Bericht auteur

      Ik herken het dilemma. Ik vraag me soms ook af of je het op den duur verleert om je vol enthousiasme in een nieuwe job te smijten. Maar ik geef voorlopig alleszins nog niet op! Ik duim voor jou dat het deze keer wel blijft duren.

      Reageren
  4. Twan

    Belangrijkste op werkplaats zijn collega’s. Ik zou elk werk aankunnen, als ik maar goed overeenkom met de collega’s.

    Sommige mensen hebben nood aan een job die past bij hun persoonlijkheid, een job waarin ze hun passie kwijt kunnen en die onderdeel uitmaakt van wie ze zijn. persoonlijk heb ik dat echt niet.

    Ik ben papa, echtgenoot, vriend, filmliefhebber, japanofiel. En, o ja, ik verdien ook ergens geld. Ik offer 50u/week ( (pendelen meegeteld) in ruil voor wat geld, maar mijn job maakt geen onderdeel uit van mijn persoonlijkheid.

    Is een zegen als je het mij vraagt.

    Reageren
    1. Sofie Bericht auteur

      Het lijkt me inderdaad een zegen, Twan. Ik heb het geprobeerd hoor, mezelf wijsmaken dat het máár werk is, máár een inkomen, maar het lukt me blijkbaar niet. Momenteel is het al veel draaglijker dan het geweest is, omdat ik buiten het werk een erg gelukkig leven heb, omdat ik fijne collega’s heb die de uren op het werk beter maken en omdat ik tout court niet veel werk momenteel. Maar ik denk echt dat ik van veel en graag werken een beter mens zou worden.

      Reageren
      1. Twan

        Ben blij te lezen dat het beter gaat en ik denk dat het blijvende evolutie zal zijn. Ik hoop voor jou één met alsmaar meer marge en meer keuzemogelijkheid.

        Reageren
    2. J.

      Ik sluit me met Twan aan. Het is zo makkelijk te zeggen maar leg de lat niet zo hoog…
      En de rusteloosheid van een veertigminner 😉 daar ben ik ook blij van dat ik daar van af ben.
      Deze bijna vijftiger met dertig jaar voltijds op de teller heeft nooit ambitie gehad, nooit een plan gehad om hier of daar in die functie of hier of daa op dat bedrijf te werken maar kijk. Ik zit plots achter een bureauvan een multinational te coordineren terwijl ik dertig jaar geleden met mijn beroeps diplomaatje een lasser in een KMOtje was die overal moest in en onder kruipen.
      Ik heb ook met mijn collega afgesproken niet bv over politiek te hebben omdat we daarin totaal niet overeenkomen. We babbelen over dinges waar we in overeenkomen: reizen, voetbal, vrouwen, … 🙂
      Zit ik hier volgend jaar nog? Geen idee. Maar ik berust in het feit dat dit het maar is: het werk, het leven,…
      Zeer saai maar zo leutig 😉

      Reageren
  5. Heidi

    Ik deed mijn werk echt graag, en had zelfs een aantal fijne collega’s (andere ook natuurlijk). Maar nachten, vroeges en lates, da’s ok als je alleen bent, maar niet te combineren met vier kinderen en een man die meer doorgroeikansen had/heeft dan ikzelf. Ik hing dus mijn verpleegstersschort aan de haak, en ben nu “huismoeder”. Ideaal? Nee, en soms zeer afstompend. Je wordt niet voor “vol” aanzien in gesprekken over werk, want wat weet ik daar nu van? Toch zie ik mezelf niet terug in een ziekenhuis staan. Mijn geduld is niet meer wat het was als pas afgestudeerde, ik zou geen hoofdverpleegster meer kunnen verdragen die zegt wat wel en niet mag, en het gemekker over vakantie, weekends en feestdagen hoef ik ook niet meer. Moeilijk mens, ik. 😉
    De jongens zijn groter nu, ik ben niet meer aan huis gebonden en weet mijn dagen nu aardig te vullen met dingen die een uitdaging vormen, en mij interesseren. Geld krijg ik er niet voor, maar ik doe het wel graag, en ik kus nog altijd mijn twee handjes dat het kan, dankzij de inbreng van de echtgenoot.

    Reageren
    1. Twan

      Huis-werk en vrijwilligerswerk zijn legitieme en volwaardige bezigheden waar een maatschappij niet zonder kan.

      Niet over werk praten 🙂

      Reageren
      1. Kathleen

        Basisinkomen voor iedereen is in dat opzicht toch een goed idee. Uiteindelijk werken al die huisvrouwen wel he. Als ik weer eens zonder betaald inkomen zit en voltijds huisvrouw ben en ze vragen mij: “Werk je momenteel?” dan antwoord ik altijd: “Ja hoor, de hele dag. Ik word alleen niet betaald.”

        Reageren
    2. Sofie Bericht auteur

      Ik werk nu ook minder, en zit in mijn vrije tijd echt niet stil, maar ik flip soms een beetje op hoe kwetsbaar en afhankelijk ik mezelf daar mee maak. Ik ben dus ook al zo’n moeilijk mens 🙂 Heb jij die angst ooit gehad en hoe ga je ermee om?

      Reageren
  6. lilith

    Herkenbaar, uit de jaren dat ik voor een baas werkte. Ik zou NOOIT meer terug willen. Ik heb niet alle reacties gelezen, maar als je zo graag schrijft, heb je dan nog nooit gedacht om voor jezelf te beginnen?

    Ja, er valt ook van alles te zeggen over het onzekere leven van de freelancer, maar man, dit katapulteert me terug naar al mijn ongelukkige werkplekken en doet me beseffen hoe gelukkig ik nu ben, als mijn eigen baas. Ondanks het feit dat ik elke maand van nul moet beginnen en nooit weet hoe lang dingen nog gaan duren.

    Reageren
    1. Sofie Bericht auteur

      Dat zeggen de meeste zelfstandigen hé, dat ze nooit meer voor een baas willen werken. Ik kan me er wel iets bij voorstellen. Ik heb dit jaar de grote stap gezet om als freelancer te beginnen, in bijberoep dan. Ik heb nog heel wat onzekerheid te overwinnen, maar ben vastberaden om dat ook te doen. Stresserend is het wel, zelf iets proberen op te starten. Wat mag je, wat moet je, welke prijs vraag je, hoe lang ga je werken aan iets? Man man. En dan de combinatie met twee kleine kinderen, maar dat moet ik jou ook niet vertellen … Enerzijds vraag ik me af of het al die kopzorgen wel waard is. Anderzijds weet ik dat ik het moet proberen omdat ik er anders spijt van krijg. Schrijven in loondienst zit er voor onze generatie toch niet meer in.

      Reageren
  7. liesbeth

    zo mooi geschreven !

    zo herkenbaar.. ik werk ondertussen 15 jaar.. en moet op linkedin bijhouden hoeveel werkgevers ik heb gehad. ik verander telkens op eigen initiatief.. omdat het geen 100% match is (meestal zelfs veel minder)

    Na het weekend begin ik weer aan een ‘andere uitdaging’ .. gelukkig deze keer bij dezelfde werkgever.

    ik geloof er niet meer in.. een job die gegoten zit.. misschien moet ik mij er maar bij neerleggen, dat ik geregeld verandering nodig heb?

    Net zoals Twan heb ik geprobeerd me erbij neer te leggen dat het ‘maar werk’ is .. maar het lukt me niet.. ik moet me 120% geven.. ik heb meer gewerkt, ik heb minder gewerkt, ik heb veel gependeld, ..
    ik heb hobby’s genomen om mijn ei kwijt te kunnen, maar als het blijft wringen.. dan is veranderen voor mij gewoon dé manier.. om er toch weer even volle moed in te vliegen !

    Gelukkig is er steeds werk in ‘mijn sector’ ..
    anderzijds, zijn dat misschien net mijn gouden handboeien ?

    En moet ik het misschien eens over een totaal andere boeg gooien ?

    Reageren
  8. Sofie

    Ook hier die zoektocht naar enigzins leuk, maar vooral ook werkbaar werk. Nochtans vrees ik dat ik zelfs werk deed waar (binnen een bepaald publiek) anderen voor zouden springen. Jezelf vooruit slepen elke ochtend naar een trein met vertraging, naar nieuwe conflicten op het werk, maar gelukkig met enkele fijne collega’s… Ik mis dat nog steeds niet. Veel succes met het solliciteren, ik ga even hetzelfde doen.

    Reageren
  9. Plannemie

    Ik werk ook graag. Gelukkig, want ik pendel ook 10 uur per week. Ik was ooit loopbaanbegeleider en ben een positivo. Het moet mogelijk zijn. Moed houden. Je komt er wel. Wij lezen je al en jij schrijft graag. Dat geeft energie, toch?

    Reageren
    1. Sofie Bericht auteur

      Dat geeft inderdaad energie, dat zeker. Fijn om te lezen dat er ook nog mensen zijn die 10 uur per week pendelen en tóch gelukkig zijn in hun job. Ik heb trouwens bij jullie loopbaanbegeleiding gevolgd 🙂

      Reageren
  10. m(i)e

    Ik schreef zelf ook al eens een stukje waar dit me wat aan doet denken. Ik werk zelf al 20 jaar bij min of meer dezelfde werkgever en inhoudelijk deed en doe ik mijn werk graag. Maar het gekonkel en de toenemende top-downstructuur, het steeds minder zelf mogen nadenken en steeds meer uitvoerder worden, en idd – zoveel mensen om de verkeerde reden op de verkeerde plaats maken dat ook ik al een flinke tijd het moeilijk heb om niet ten onder te gaan. Momenteel slik ik medicatie en gaat het een pak beter maar in een andere structuur met een groter mandaat om te kunnen doen wat ik zou moeten doen zou ik zoveel beter presteren en me ook veel beter voelen. Ik vrees echter dat de tijdsgeest van die aard is dat er voorlopig niet veel verbetering inzit.
    Ik blijf waar ik ben omdat ik een leeftijd heb waarmee ik niet makkelijk nog elders aangeworven word ( zeker niet zonder loonsverlies), omdat ik denk dat het elders van hetzelfde laken een broek is , omdat ik een inkomen nodig heb, omdat ik de fut niet heb om elders opnieuw te beginnen, ik werkzekerheid nodig heb en ik inhoudelijk mijn werk graag doe en een aantal toffe collega’s heb.

    Reageren
    1. Sofie Bericht auteur

      Ik meen me inderdaad te herinneren dat ik bij jou al eens iets gelijkaardig las, mogelijk tussen de lijnen, kan dat? Koffietje graag! Zeg maar waar en wanneer!

      Reageren
  11. Annelies

    Ik gun je die droomjob heel hard. Ik heb ook 4 jaar in jouw situatie gezeten, geen werk of toch niet het werk dat me voldoening gaf. Telkens degene in de vriendenkring zijn die slecht nieuws op werkgebied moest aankondigen. Maar nu gelukkig wel in mijn droomjob terecht gekomen. Dus volhouden is de boodschap. En er ondertussen vooral ook het beste van maken, zoals je doet met je bijberoep. Ik duim voor jou!

    Reageren
  12. liese

    mijn huidige werkgever is mijn eerste werkplek ( 14 jaar nu). Binnen dezelfde voorziening heb ik heel veel verschillende teams gehad, soms goed, soms minder passend. Samenwerken met mensen is zoooo moeilijk! En het is overal iets. Ik werk wisselende uurroosters, weekends, feestdagen, nachten, maar ik doe het graag en dat vind ik het belangrijkste. Soms denk ik: fuck it, ik zoek iets met vaste uren, elke avond thuis, elk weekend thuis. Maar een uur later denk ik er alweer anders over, ik ben niet gemaakt om een vast uurrooster te hebben, elke avond hetzelfde uur thuis te komen en elke zondagavond te moeten denken “pfff, weer een volle week voor de boeg”. Fulltime is het niet haalbaar in combinatie met mijn gezin, maar ik ben nu goed met mijn 4/5e. Ik plan wel nog een sessie verderstuderen (bachelor psychologie met misschien nog uitbreiding naar master) in binnen enkele jaren als mijn kinderen groter zijn. Misschien is dat wel iets voor jou?

    Reageren
  13. Merel

    Veel sterkte! Misschien kan je nog eens voor jezelf gaan beginnen, want ik denk echt dat je daar veel gelukkiger van zou worden. Lekker vanuit huis met hopelijk veel mooie en inspirerende opdrachten.

    Herken niet goed wat je schrijft. Heb hersendodende werkzaamheden gedaan (om het maar even oneerbiedig te zeggen, heb MA diploma) maar de collega’s maakten het leuk.

    Reageren
  14. marlies

    ik vind het jammer voor jou – en voor iedereen die hetzelfde meemaakt – dat je geen voldoende haalt uit je werk. Precies omdat we zoveel tijd van ons leven op ons werk doorbrengen, kunnen we er maar beter het beste van maken. Ikzelf ben 10 jaar op de werkvloer, en ik heb maar één keer een periode gehad dat ik het werk minder boeiend vond (maar toen wist ik ook dat het tijdelijk was). Zo te lezen heb ik geluk gehad… Ik wens je absoluut ook een boeiend (intellectueel of sociaal) werkleven toe, want streepjes trekken tot aan ons pensioen, daar zijn we toch nog te jong voor, niet?

    Reageren
  15. Inez

    Ik werk nu 2 jaar bij mijn eerste werkgever en hoewel alle condities er perfect zijn (hospitalisatieverzekering, thuis werken, leuk bedrijfsrestaurant, …), is de jobinhoud niet helemaal wat ik zoek voor de rest van mijn leven. Ik snap het dus wel hoe het voelt om “vast te zitten” in je werk.
    Alvast veel succes met je verdere zoektocht naar de perfecte job! 😉

    Reageren
  16. Pingback: Tijd en geluk in 2016 | Perfect Day for a Picnic

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *