Brieven aan mama #11 – Sprakeloos

Op Martha’s verjaardagsfeest, vandaag twee jaar geleden.

Mama, vandaag komt de verfilming van Sprakeloos in de zalen. Ik wil hem zien. Ik wil hem niet zien. Ik moet hem zien.

Je hield niet van Tom Lanoye. Je vond hem een vulgair ventje, het lezen niet waard. Ik was het daar niet mee eens, en dat wist je. Omwille van Lanoye (onder meer) ging ik Germaanse studeren. Ik hoopte misschien dat ik daar zoals hem kon leren schrijven … Ik zong de lof van zijn eloquente pen en jij trok je wenkbrauwen op bij mijn jeugdige dweperij. Al mijn helden vielen in die vier jaar Germaanse. Maar hij niet. Ik bleef fan van Lanoye en jij bleef kritisch voor mijn idool.

Toen je borstkanker kreeg en de moed verloor, wilde ik iets doen voor je. Zorgen zit niet in mijn natuur, dus deed ik wat ik wel kan. Ik koos boeken voor je uit. Ik selecteerde ze uit mijn eigen bibliotheek en plakte er gele briefjes in. Bij Sprakeloos schreef ik dat ik wist dat je niet van Lanoye hield, en dat dit boek niet tot mijn favorieten behoorde – ik hield inmiddels vooral van Lanoyes opiniërend schrijven – maar dat ik een goede reden had om te geloven dat je dit boek wél graag zou lezen. Je las het en je hield ervan. Natuurlijk hield je ervan. Het was een ode aan een moeder en jij die je moeder te vroeg verloor kon alleen maar ontroerd zijn door die prachtige ode van dat vulgaire ventje aan zijn moeder. Hoe ironisch is het dat je in je laatste levensjaren Lanoye hebt leren appreciëren met een boek dat pas enkele jaren later over jou zou blijken te gaan. Dat uitgerekend jij ook je taal verloor. Dat uitgerekend jij ook moest vragen, al was het zonder woorden en al was je nog niet oud: ‘laat dat toch gaan. Laat dat oud menske gaan.’ Nu is er dus die film, mama. En ik vraag me af of ik je had kunnen meesleuren naar de cinema ervoor, en of ik hem überhaupt had willen zien als niet gebeurd was wat gebeurd is. Ja, je zou hem willen zien, maar je zou wel wachten tot hij op tv was en als je hem gezien had, zou je zeggen dat het boek beter was. (Hoeveel keer ben je in je volwassen leven naar de cinema geweest? Misschien alleen die keer dat Julie en ik je verplichtten om een Harry Potter-film – nog zo’n liefde die ik niet aan je verkocht kreeg – uit te zitten, tegen je zin maar uit liefde voor ons.) Nu is er die film, mama. Ik wil hem zien en ik durf niet. Maar ik ben het verplicht aan jou. Ik ben het verplicht aan alle moeders die hun taal verloren. Ik ben het verplicht aan mezelf. Want Sprakeloos is het boek van jou en mij. Ik reserveer je plaats alvast in de cinema.

“Pijn had zij niet, dat is waar, een troostende gedachte kan ik het maar nauwelijks noemen. Uitgerekend zij moest haar spraak verliezen. (…)
Was het twee jaar te laat? (‘Laat dat toch gaan. Laat dat oud menske gaan’) ik weet het nog steeds niet. Ik had de mooie momenten niet graag gemist. Maar nog liever had ik, met terugwerkende kracht, de gruwelijke uren en dagen uitgewist. In de eerste plaats voor haar. Nooit heb ik haar, naar mijn gevoel, meer verknochtheid en respect bewezen dan toen we haar eindelijk toelieten te gaan. Een mens staat maar bij één persoon echt in het krijt. Ik heb die lei toen schoongewreven. Misschien kan liefde maar één ding echt. Uit liefde doden.”

Uit Sprakeloos van Tom Lanoye

Klein geluk #6 – de krokusvakantie

Hij is alweer even achter de rug, maar ik bedacht me deze week dat ik hem toch wilde bewaren. Ik heb zelf maar één dag gewerkt in de krokusvakantie. Op maandag nam ik afscheid van mijn collega’s bij Kluwer. We gingen eten en ze gaven me het perfecte afscheidscadeau: bonnen voor Kobo (om boeken voor mijn e-reader te kopen) en bonnen voor de Arenberg. Een collega wilde me zelfs tickets voor een specifieke voorstelling geven, maar dacht dat ik er misschien al had. En dat klopte. Ik had mijn tickets voor die voorstelling een half jaar geleden al besteld. Ik was danig ontroerd door hoe goed die fijne collega’s me kennen. De job ga ik niet missen, maar de collega’s des te meer.

Daarna zat ik letterlijk ‘between jobs’. Tijd om leuke dingen te doen met de dochter. Het is tenslotte één van haar laatste vakanties alleen. Ik wilde er een Martha-verwenweekje van maken. Als je haar vraagt wat het hoogtepunt van de vakantie was, klinkt het antwoord luid en duidelijk: KAPITEIN WINOKIO. Op woensdagmiddag gingen we naar ‘ABC, kom en zing mee’. Dinsdagavond heb ik nog last minute tickets overgenomen van iemand die ziek was. Voor de kindjes was het een verrassing. Ze wisten niet waar we naartoe fietsten. Maar Martha haar gezichtje straalde toen we binnenkwamen in De Roma en een meneer zei: ‘welkom bij Kapitein Winokio’. Zo blij heb ik haar zelden gezien. Ze heeft alle liedjes van het begin tot het einde meegezongen, en na het concert maakte ze een inventaris van welke letters hij wel en niet zong. Ze heeft er nog dagen over nagepraat. Ook Thomas was enthousiast. Hij probeert ook al om de liedjes mee te zingen (‘aaaaaa’) en danst graag. Maar voor hem was het toch wat luid en lang. In het Openluchttheater vorige zomer kon de kapitein hem meer bekoren. We gingen in de krokusvakantie ook naar Train World en naar de cinema voor Masha en de beer. Daaraan vond ze dan vooral de popcorn leuk. Ook het babybezoekje aan mijn kraakverse en goddelijk mooie metekindje vond ze erg leuk. Maar niets kon tippen aan de kapitein. Het was een leuke vakantie, ideaal om de batterijen op te laden voor het begin aan een nieuw werkend leven.

Op de foto:
– de kapitein
– de kindjes vóór de kapitein
– de kindjes ná de kapitein
– Martha en Thomas in de tuin van opa. Volgens Martha is de lente begonnen. In realiteit was het ijskoud.
– Martha in Train World: ze vertrouwt het niet helemaal
– Martha bij Kind & Gezin in Leuven

Balans van de eerste werkweek

Ik heb er mijn eerste werkweek van vier dagen en in Brussel opzitten sinds de geboorte van Thomas. Ik heb er weken stress over gehad. Hoe zouden we het allemaal doen? De kindjes naar school en naar de crèche brengen, en toch nog op tijd in Brussel zijn om ook op een redelijk uur naar huis te kunnen gaan? Goed nieuws: de eerste week hebben we al overleefd. Nu nog alle volgende weken … Ik maak mijn balans op van de eerste werkweek.

Het lukte, het lukte, ja, yes we did it
Dankzij een goede samenwerking op een moment dat zowel M. als ik niet op ons best zijn, namelijk ’s ochtends, is het gelukt om de kinderen op tijd af te leveren en ook nog een treffelijke trein te halen. Nu moeten we dit alleen nog zien vol te houden. Dat moment dat de wekker voor de vierde keer afgaat en je weet dat je nu echt wel onder je zachte, warme dekens vandaan moet komen, en dat je denkt: ‘vanavond ga ik vroeger slapen’, maar je weet al dat je het niet zal doen, dát moment blijft toch het moeilijkste van de dag.

Ik ben blij dat ik mag thuiswerken
Deze week moest ik vier dagen naar Brussel. Na dag twee was ik stikkapot en vroeg ik in paniek aan vriendinnen via sociale media: ‘HOE DOEN MENSEN DAT?!?’ Pendelen, werken, gezin … Maar vanaf volgende week kan ik één dag thuiswerken. Dat betekent dat ik de kinderen nog drie avonden moet uitbesteden, omdat ik niet op tijd thuis geraak. Dat valt mee. Valt dat mee eigenlijk? Het is in elk geval nog steeds niet mijn ideaalbeeld van hoe een gezinsleven eruit moet zien.

Ik ben moe, zo moe
Ik was al moe toen ik pendelde maar nog geen kinderen had. Ik was al moe toen ik kinderen had maar niet pendelde. Nu heb ik kinderen en pendel ik. Wij pendelaars maken onszelf vanalles wijs: dat we onze tijd op de trein nuttig kunnen besteden door te schrijven of te lezen of te werken. Of door – dat heb ik donderdag gedaan – mijn boodschappen te bestellen onderweg. Maar het is en blijft de rottigste vorm van tijdverlies, overprikkeld zitten wezen in een overvolle trein en dat laatste restantje energie uit je lichaam voelen glijden, terwijl er thuis nog zoveel (onbetaald en ondergewaardeerd) werk op je wacht.

Ik moet mijn weken minder volplannen
Ik moest deze week drie avonden weg. Dat betekent: snel eten, kindjes niet zelf in bed steken, rushen naar mijn afspraak, laat thuiskomen, ’s avonds laat nog boterhammen smeren en kleren klaarleggen, gaan slapen terwijl de living en de keuken nog ontploft zijn. (Al hoop ik op die manier inbrekers af te schrikken, onder het motto: ‘ze zijn hier al geweest’.) Zaterdag had ik de hele dag vergadering en het enige moment dat ik die kon voorbereiden, was vrijdagavond laat op de trein.

Het waren leuke avonden, dat wel. Woensdag in Atlas heb ik op één avond meer verrijkende gesprekken gehad met mensen die ik niet ken dan anders op een week. Vrijdag heb ik meer stukken van Shakespeare gezien dan anders op een decennium. (Aanrader trouwens! Een crash course Shakespeare met een cast van huishoudvoorwerpen. Je kan vandaag nog in het Kaaitheater of volgende week in Gent gaan kijken.)

Al bij al was mijn week zoals het leven moet zijn: een beetje cultuur, een beetje ontmoeting, een beetje leren, een beetje lezen, een beetje schrijven en toch nog voldoende tijd voor mijn kindjes … Maar eigenlijk zou ik in dit nieuwe pendelend bestaan ook elke avond om 22 uur moeten slapen. Daar werken we nog aan.

Last but voorzekerst niet least …

Leve de bomma!
Ik ken geen enkel ander koppel met twee kleine kinderen dat ook met tweeën naar Brussel pendelt. Dat is volgens mij ook gewoon onmogelijk. De enige reden dat wij dat wel kunnen, heeft een naam. Ze heet Julie en ze neemt de helft van onze ouderlijke taken over: kindjes halen van school en crèche, eten en pakken liefde geven, verhaaltjes lezen, in bed steken. Ik kan niet genoeg de lof van die fantastische bomma zingen.

Solidariteit is ons wapen!

Het genootschap van ongebruikte dingen

Het is hier al een maand van Tournee Bacterielle, de ene zieke na de andere, mezelf incluis. Het bloggen is er wat bij ingeschoten. Maar ik heb wel nog een gedicht geschreven (straks krijg ik de smaak nog te pakken zeg). De opdracht voor het examen literaire creatie was: een absurd gedicht over een vingerhoed. Et voilà:

Het genootschap van ongebruikte dingen

De vingerhoed verveelt zich
Hij ligt lamlendig in een la
Hij heeft niets meer om handen
Op het lange wachten na

Soms gaat de la eens open
’t Is nooit voor hem, dat ’t laatje opengaat
Wel voor de naalden, garen, knopen
Maar niemand weet dat hij bestaat

Voor de vingerhoed is er geen werk meer
Hij is daarover gefrustreerd
Zelfs om het zevende knoopsgat aan te naaien
Hebben ze hem volkomen genegeerd

Maar op een dag is ’t wel voor hem
Hij juicht heel diep vanbinnen
’t Is niet om te naaien, nee
Men wil een verzameling beginnen

De vingerhoed verveelt zich nog
Maar heeft plots een idee
‘Samen staan we sterk’, zegt hij
Kom, doe maar allemaal mee

‘We richten een genootschap op voor ongebruikte dingen
En dan gaan we samen heel wat strijdliederen zingen’
De typmachine, de VHS en de encyclopedie staan allemaal versteld
Dat de vingerhoed zo strijdbaar is, had niemand hen verteld

Vanaf dat moment geeft de vingerhoed de bevelen
‘Nu gaan we staken’, zegt hij, ‘want dat is beter dan vervelen’
Ze zingen samen liederen van ‘Wij willen werkbaar werk’
en ‘Samen staan we sterk’

Het genootschap van dingen waar geen mens nog wat aan heeft
Heeft als vakverbond zijn schoonste dagen toen beleefd
Tussen de typmachine, de VHS, de vingerhoed en de encyclopedie
Was het voortaan één en al camaraderie

 

 

(BREAKING: de vingerhoed werd weggesaneerd. Daar wordt ie vast nog strijdbaarder van.)

Gedichtendag: een kyoka

Ter gelegenheid van gedichtendag – en een groep misplaatste meeuwen in mijn straat – heb ik een kyoka geschreven.

Een zwerm meeuwen hier
– volgens mij zijn ze verdwaald.
Meeuw schijt op mijn hoofd.
Het is een volmaakte spat
wit op mijn lichtblauwe helm.

(De kyoka is de aardse, ook ironische, speelse, humoristische of bedrukte tegenvoeter van de tanka. De tanka is een lyrisch gedicht, bestaande uit vijf regels met doorgaans 5-7-5-7-7 lettergrepen, zonder bedoeld rijm of vastgestelde maat. Bron: wikipedia)

Brieven aan mama #10

Mijn mama en ik in 1985

Mama,

In juli schreef ik mijn laatste brief aan jou. Na die triestige verjaardag wist ik niet zeker of ik mijn brieven aan jou wel moest verderzetten. Blijkbaar voel ik een onzekerheid over hoe lang mijn verdriet mag duren en hoe open ik erover mag zijn. Terwijl je me tegen iemand anders nooit iets anders zal horen zeggen dan dat verdriet voor altijd duurt en dat je je er nooit hoeft voor te schamen. Er zijn nog altijd duizend-en-één dingen die ik aan jou wil vertellen. Er zijn nog altijd duizend-en-één momenten waarop ik je mis.

Solden

Nu zijn het bijvoorbeeld weer solden. Mijn enige jeansbroek en winterjas waren kapot, dus ik móest gaan winkelen, hoewel ik het haat. Sinds jij ze niet meer voor me kon inleggen, had ik geen enkele broek meer gekocht. Of hoe zelfs jeansbroeken een enorme emotionele symboliek kunnen hebben. Ik kocht er twee die meteen goed waren van lengte, zodat ik niet de emotionele beproeving door moest van iemand anders zoeken die broeken korter voor me maakt.

Wanneer ik ga winkelen, zie ik overal moeders met dochters. Dat doet pijn, misschien al iets minder dan vorig jaar, maar toch doet het nog pijn. Nu moet ik mijn telefoon bovenhalen om uit te rekenen hoeveel dertig procent van 79 euro is, terwijl ik dat vroeger gewoon aan mijn mama vroeg, die een soort van human calculator was. Bovendien moet ik nu al mijn kleren zelf kopen en is er geen mama meer die met een knipoog zegt: ‘kom, pak dat gauw mee, je staat er zo mooi mee. Als jij het niet koopt, koop ik het voor jou.’

De scherpste kantjes

Een tijdje geleden viel het besef me ineens te binnen dat ik er stilaan gewend aan ben, dat je er niet meer bent. Ik merkte het aan het gemak waarmee ik tegenwoordig beslissingen neem. Zonder raad aan iemand te vragen, weeg ik nu zelf pro’s en cons af, en dan beslis ik. Gewoon. Alsof ik een besluitvaardig iemand ben. Nadat ik dat besefte, wilde ik graag naar je bellen om je dat te vertellen. ‘Kijk mama, hoe goed ik nu zelf mijn beslissingen neem.’ Ik verander binnenkort voor het eerst van job zonder dat ik daar eerst uitvoerig met jou over gepraat heb.

Ik besefte ook dat ik al een tijdje niet meer om je gehuild heb. Dat de scherpste kantjes eraf zijn, heet dat. Niet dat ik je minder mis, dat niet. Nu en dan hoor ik je stem in mijn hoofd. Ik haal een pot kokend water van het vuur, en ik hoor: ‘oef, kokende chaud’. ‘Dag mama,’ wil ik dan zeggen, omdat ik zelf niet eens door had dat je in mijn gedachten was. Vorige week stond ik in de Panos. Voor me stond een grote, slanke vrouw met kort haar en een bril. Ze zag iemand die ze kende, en sprak hem met een West-Vlaams accent aan. Iets in haar manier van zijn en van praten, deed me aan jou denken. De scherpste kantjes mogen er dan wel af zijn, maar toen stond ik wel mooi met tranen in mijn ogen een brood te bestellen in de Panos.

Verjaardag

Mijn tweede verjaardag zonder jou, mijn derde zonder dat ik om middernacht een bericht van je kreeg, en het blijft gek om niet samen in ongeloof te kunnen hoofdschudden, of ik nu echt al 32 ben, of jij nu echt al 32 jaar moeder van mij bent. De kerstboom blijft hier staan tot na mijn verjaardag, net zoals vroeger. Dit jaar kreeg ik het schoonste cadeau ooit voor mijn verjaardag. Ik mag meter worden van het kindje van A. Je zou geglunderd hebben van trots en blijdschap. Je hebt mijn vriendschap met A. altijd zo gekoesterd. Elke keer dat ik met haar afsprak, was je blij dat we nog altijd vriendinnen waren.

De lijm

Met jou is ook de lijm tussen ons en de rest van de familie gestorven. Ook dat doet pijn. Als ik nonkels of tantes wil zien, moet ik ze gaan opzoeken. Maar ik ben dat niet gewoon, om daar te gaan aanbellen en te zeggen: ‘ik passeerde en dacht, ik spring eens binnen.’ Bovendien woon ik te ver om eender waar toevallig te passeren. Als ik naar West-Vlaanderen ga, gaan we bij papa langs, bij Julie en Mattias en soms als het lukt bij C. of S. Om ook nog bij nonkels en tantes langs te gaan, dat komt er gewoon niet van. Dat vind ik jammer, want uitgerekend zij zouden me over jou kunnen vertellen. Uitgerekend zij missen jou ook.

Mama, je vroeg zo vaak ‘wa goan junder toh doen, akik der niemèr zien’. Wat gaan jullie toch doen als ik er niet meer ben. Dit dus. Ons plan trekken. Beslissingen nemen. Oplossingen vinden. Volwassen zijn. En elke dag wensen dat het niet nodig was.

Ik mis je, mama.

PS: Over de kindjes moet ik je zo veel vertellen dat ik het in een aparte brief zal doen

As we speak #3

Een rubriekje geïnspireerd door Tales from the crib, waarin ik vertel over wat me ‘as we speak’ bezighoudt.

Kijken

Na 32 jaren in dit leven besloot ik dat het tijd was om nog eens een gigantisch gat in mijn cultuur te vullen. Ik kon de Bijbel lezen, maar het moest ook nog een beetje leuk blijven. Dus we keken naar Star Wars. En oh my god, hoe kon ik dit niet eerder gezien hebben? Ik snapte niets van popcultuur, ooit, tot nu toe! Dit was een véél groter gat in mijn cultuur dan ik kon vermoeden. Nu moet ik alles opnieuw bekijken wat ik ooit heb gezien: Friends (Rachel als prinses Leia), The Big Bang Theory (Sheldon ís blijkbaar een robot), How I Met Your Mother (‘Like, first of all, how do they understand that walking bear they hang around with all the time?’). Ook moet ik Wonder van R.J. Palacio opnieuw lezen nu ik tenminste weet wie Jango en Boba Fett zijn. Ik geef toe dat ik enkele keren in slaap viel, maar dat overkomt me met de beste series/films (Breaking Bad en Game of Thrones, ik heb het over jullie). Wat telt, is dat ik de volgende dag goesting had om terug te spoelen en wakker te blijven tijdens de herkansing. Ik heb een kleine crush ontwikkeld op Han Solo. En dan prinses Leia … Was Carrie Fisher twee weken vroeger gestorven, ik had niet eens geweten wie ze was. Maar nu stierf ze enkele dagen nadat ik kennismaakte met Prinses Leia en vond ik het verschrikkelijk jammer dat ze dood is, want Wat Een Vrouw (zowel Leia als de actrice).

Is het heel raar dat ik jullie vanalles zit uit te leggen over films die WERKELIJK IEDEREEN al jaren geleden zag? Ah well, it’s my blog so …

Eten

Ongeveer drie keer per week: wortelpuree. Met dank aan een dochter die preventief bij alles wat voedsel maar geen wortel is, zegt: ‘ik lust dat niet’. (Behalve wanneer ik voorlees dat bij het proviand van Rat die Kikker redt ook pindakaas zit. Dan zegt ze: ‘Pindakaas? Ik lust pindakaas.’)

Ze heeft zichzelf ook bevorderd tot koekjescontroleur. Met een belerend vingertje in de lucht vraagt ze: ‘Mama, waarom heb jij alle koekjes opgegeten? Die waren toch niet alleen voor jou?‘ Oeps, betrapt. Ze hebben me door. Dat Thomas zijn langste woord chocoladetaart (‘koekoelataat‘) is, zal ook niet toevallig zijn zeker?

Verder hebben we ont-zet-tend slecht gegeten voor ons negenjarig jubileum slash mijn verjaardag. We gingen naar een restaurantje met goede recensies en waar ik zelf al eens lekker gegeten had, maar het viel serieus tegen. We kregen dim sum van kippenhartjes. Zoiets kan lekker of degoutant zijn, en het was helaas het tweede. De hapjes bij het aperitief waren betalend. Ik bestelde ‘makreeltjes’ van 6,5 euro en kreeg letterlijk zo’n blikje makreelfilets op olie dat in de supermarkt nog geen euro kost. Schaamteloos vond ik dat, al zal er wellicht één of ander hip idee achter zitten. Het was er koud, en we moesten lang wachten op ons eten. We wilden achteraf nog naar de cinema gaan, maar mijn voeten waren ijsklompen geworden in dat restaurant en ik wilde de kou geen twee keer moeten trotseren. Dus we gingen naar huis om … Star Wars te zien. Lekker in de warmte. Ondanks het niet zo lekkere eten, was het toch gezellig, met ons tweeën.

Schrijven

Ik moest een verhaal schrijven over een rampzalig feest. Daar heb ik mee geworsteld. Ideeën genoeg, maar een coherent verhaal schrijven, is toch nog iets anders. Ik leer er wel ontzettend veel van, van die opdrachten. Hoe moeilijk het is om geloofwaardige personages te creëren. Hoe moeilijk het is om subtiel dingen in een tekst te stoppen, waarvan je wil dat de lezer ze er zeker uit haalt. Dat het al moeilijk is om de chaos in mijn hoofd te bedwingen om een verhaal van drie bladzijden te schrijven en dat ik dus nog veel ga moeten oefenen wil ik ooit een roman schrijven. Ik ben zo blij met mijn avondlessen literaire creatie, ge kunt dat niet geloven. Bovendien heb ik nu een geheim wapen tegen mensen die gemeen tegen me zijn: pas maar op of ik schrijf u op!

Lezen

Te weinig, zoals altijd. Al is het ’s avonds soms moeilijk om Elena Ferrante aan de kant te leggen en te gaan slapen. Vannacht bijvoorbeeld werd mijn slaap gered doordat de batterij van mijn Kobo plat was.

Klein geluk #5 – de kerstvakantie

img_20170107_130123_211

It’s the most wonderful time of the year. Wat hebben we van de kerstvakantie genoten. Twee weken van heerlijk rustig samenzijn, zonder al te veel verplichtingen. De kindjes sliepen lang. Wij sliepen lang. We startten de dagen traag. We deden rustig aan. We schilderden samen, speelden met de plasticine en met de Duplo. Ik ging met mijn kinderen in bad, ze goten water over mijn hoofd en lachten zich een breuk. We gingen op vakantie, wat druk maar reuzegezellig was. We deden kleine uitstapjes, naar het Rivierenhof, naar ‘Niet drummen’ in De Studio en naar China Lights in de Zoo. We gingen niet naar het Dinomuseum, hoewel we dat van plan waren. Er kwam een vriendinnetje spelen voor Martha.

Van alle dagen om China Lights te bezoeken, kozen wij natuurlijk een dag tijdens de ‘winterprik’, toen je je zelfs te voet niet veilig kon voortbewegen, laat staan met de fiets of de auto. We gleden met het openbaar vervoer naar de Zoo. We kwamen er aan op een uur dat het eigenlijk al bedtijd was voor de kinderen. Het was koud en ik kon mezelf wel voor de kop slaan omdat ik altijd allerlei dingen wil gaan ‘beleven’ met die kinderen, in plaats van ze gewoon op tijd in hun bed te steken. Het was koud en gevaarlijk om te wandelen. Thomas zat in de draagzak op mijn buik en ik was bang dat ik op hem zou vallen. Maar uiteindelijk vonden ze het ondanks de kou en de vermoeidheid allebei erg mooi. Thomas wees, riep ‘kijk es’ en ‘pesje‘ (visje) en ‘pape, naan’ naar een aap met een banaan, en ‘peepwa‘ naar een zebra. Vooral de pinguïns konden natuurlijk op zijn bewondering rekenen. Dat zijn zijn lievelingsdieren. Die liefde leek vorige zomer tot een vroegtijdig einde te zijn gekomen, toen hij in Planckendael een pinguïn wilde aaien en dat beest zijn bek met weerhaakjes in het kleine vingertje van mijn zoon vastbeet. Het enthousiaste ‘pimi!’ werd een droevige ‘pimi‘ de dagen nadien, met pruillipje en al. Maar al snel werd het zijn eerste stoere verhaal:
– Thomas, wie heeft er in je vinger gebeten?
Trots glunderend: ‘Pimi!!’

Martha speelde met haar vriendinnetje. Ze verkleedden zich in Sint en Piet en spraken elkaar consequent met Sinterklaas en Zwarte Piet aan. Ze keken samen in het grootste boek dat ze konden vinden, en ‘lazen voor’ wie een cadeautje verdient. Ze zochten in de verkleedbak een ‘cape’, want Sinterklaas draagt toch een cape. Ze schilderden samen. Ze kleurden samen. Ze discussieerden over wie Elsa was en wie Anna.

Met Martha maakte ik plasticine ‘koekjes’. We maakten vormpjes en ze ging ze spontaan in het oventje van haar speelkeuken leggen. Vervolgens kwam ze de koekjes aan mij geven om op te eten, want ik was jarig. Ze maakte een lange Duplotrein, en zette alle mannetjes die ze kon verzamelen achter elkaar op die trein. Ze legde de Duplomannetjes te slapen. Thomas keek ernaar. Een half uurtje later – toen Martha al lang met iets anders speelde – legde hij dezelfde poppetjes op hetzelfde plekje te slapen. Hij zei: ‘plaapèl‘ en gaf ze smakzoentjes. Wanneer ik een blokje op het bedje van zijn poppetjes wilde zetten, zei hij: ‘weg!’.

Dankzij een give-away van Femma konden we met zijn vieren naar ‘Niet drummen’ in De Studio. Ze vonden het de max. Thomas begon spontaan te dansen, want that’s what he does (overal, altijd). Martha danste mee.

Heerlijk was het, die kerstvakantie. Maandag deed het extra veel pijn om vroeg te moeten opstaan en mijn kindjes een héle dag te moeten missen.

Blogjaar 2016

De bedoeling was dat ik als eerste post van het jaar nog eens terugblikte op mijn blogjaar 2016. Maar op oudejaarsavond wees iemand me op het essay van Bart Eeckhout in De Morgen en toen voelde ik een grote urgentie om daar op nieuwjaarsochtend een reactie op te schrijven, terwijl het merendeel van de tien kinderen met wie we op vakantie waren naar Frozen zat te kijken. Bij deze dus alsnog een overzicht.

Op mijn vijf best gelezen posts van vorig jaar ben ik best trots

Constructiefout in het onderwijs en de samenleving: die reportage in Pano over zindelijkheid in de kleuterklas had me echt geraakt, en mij niet alleen blijkbaar. Mijn post over de constructiefout kwam recht uit het hart, en werd veel gelezen en gedeeld.
Ode aan Watou: mijn ode aan de schoonste zomers van mijn leven.
Bandwerkbaby’s: over die keer dat Thomas uit zijn bed viel in de crèche en dat niet de schuld was van de kinderverzorgster maar van het systeem. Het is een onderwerp dat me nog steeds bezighoudt.
Meggie: een heel persoonlijk verhaal en de belangrijkste post die ik dit jaar schreef. Ik heb op de twintigste verjaardag van het overlijden van mijn beste vriendinnetje het gevoel gehad dat ik haar voor heel even weer levend heb gemaakt, doordat zoveel mensen die haar niet kenden over haar hebben gelezen, en doordat oude klasgenoten mee herinneringen aan haar ophaalden. Het was hartverwarmend om te zien hoeveel mensen nog aan Meggie en Wendy denken.
8 jaar ongelukkig op het werk: ik had wel verwacht dat veel mensen dit herkenbaar zouden vinden, maar vond het toch spannend om te posten. Op werkvlak is er goed nieuws. Over twee maanden krijg ik een nieuwe kans om niet meer ongelukkig te zijn op het werk.

Verder schreef ik enkele posts die minder werden gedeeld en gelezen, maar die ik zelf belangrijk vond of graag heb geschreven.
Zondermoederdag: over de eerste moederdag zonder mama.
– Verjaardagsbrieven: de brieven aan mijn jarige kinderen (hier en hier)
Het waarommeisje: de waaromfase was een klein beetje weggeëbd, maar is sinds een paar weken in full force terug.
Brieven aan mama – Eén jaar zonder jou: over een heel jaar mijn moeder missen.
Paaslelies in januari: over de lievelingsbloem van mijn mama.

Terwijl ik zelf aan het herlezen en herbekijken was wat ik dit jaar zoal bij elkaar heb geschreven, zag ik vaak de avatar van Jaike passeren die altijd trouw mijn posts las en likete, tot we dit slechte nieuws kregen. Ik heb Jaike nooit ontmoet, maar ze was een prachtige, positieve, sterke, empathische en altruïstische dame, en ze wordt enorm gemist in de blogcommunity.

Stuurt de vrouwenbeweging vrouwen terug naar de haard?

In De Morgen van 31 december word ik als ‘gezinsblogster’ geciteerd door Bart Eeckhout. Dat ik in de gazet sta, vind ik wel behoorlijk cool, maar ik ben het niet helemaal eens met de stelling die hij inneemt in zijn essay over de vrouwenbeweging. Hij zegt namelijk dat we een verkeerde strijd gekozen hebben door in te zetten op collectieve arbeidsduurvermindering. Hij beweert ook dat de vrouwenbeweging de strijd om het glazen plafond te doorbreken heeft opgegeven. Dat is natuurlijk niet waar.

De strijd tegen het glazen plafond en voor collectieve arbeidsduurvermindering sluiten elkaar niet uit, integendeel. Collectieve arbeidsduurvermindering is één van de middelen om het glazen plafond te doorbreken. Als we een nieuwe voltijdse norm krijgen, wordt het voor vrouwen veel gemakkelijker om voltijds te blijven werken. Alleen als je voltijds werkt, word je serieus genomen om promotie te maken. Collectieve arbeidsduurvermindering is met andere woorden goed voor het recht op zelfontplooiing én het evenwicht tussen werk en gezin. Het één wordt niet vervangen door het ander. We willen een voltijds waarbij je je gezin niet hóeft op te offeren om het glazen plafond te kunnen doorbreken.

Hij zegt dat arbeidsduurvermindering en het basisinkomen in hetzelfde bedje ziek zijn, namelijk dat vooral vrouwen er warm voor lopen. Beide voorstellen zijn volgens Eeckhout utopisch want onbetaalbaar. De vraag is natuurlijk welk soort maatschappij we willen. Eentje waarin iedereen zichzelf voorbijholt en veel mensen ten prooi vallen aan burn-out, of eentje waarin we welzijn hoger achter dan winst. Maar zijn vergelijking met het basisinkomen loopt ook mank. Het basisinkomen is één maatregel, die volgens mij bestaande rolpatronen alleen zal bevestigen of zelfs versterken. De collectieve arbeidsduurvermindering van Femma maakt deel uit van een visie die veel breder gaat dan de dertigurenweek alleen. In de maatschappijvisie van Femma is ook een belangrijke rol voorbehouden voor betere ouderschapsverloven, waarbij beide ouders verantwoordelijkheid voor de kinderzorg moeten opnemen. Het vaderschapsverlof is met andere woorden al een prioriteit van de vrouwenbeweging. Daarnaast zetten vrouwenorganisaties sterk in op komaf maken met genderstereotypes, al van kleinsaf. Het is niet toevallig dat het initiatief Vrij Spel – Kinderen Kiezen Wel door vrouwenorganisaties (Furia, VIVA-SVV, Ella, Femma, Vrouwenraad, RoSa) en çavaria werd opgericht. Net door in te zetten op al die aspecten streeft de vrouwenbeweging ernaar om de onbetaalde arbeid (zorg) beter te verdelen tussen mannen en vrouwen, waarbij beide partners voltijds (want dertig uur) kunnen werken en de puzzel voor gezinnen gewoon eenvoudiger te leggen is.

Eeckhout vindt dat de vrouwenbeweging een ommekeer maakt in haar standpunt over kinderopvang, naar aanleiding van de opinie van Riet Ory over het kindperspectief. Ook hier gaat hij weer te kort door de bocht. Aandacht hebben voor het kindperspectief is niet hetzelfde als het belang van kwaliteitsvolle kinderopvang in vraag stellen. Dat kinderopvang belangrijk is, staat buiten kijf. Of het een goed idee is om kinderen al op drie maanden naar de crèche te sturen, is een andere vraag. Het is niet omdat kinderopvang op jonge leeftijd haar belang heeft gehad voor de emancipatie van de vrouw op de arbeidsmarkt, dat we daar nu niet kritisch over mogen zijn. Ik ben het met Riet eens dat het niet in het belang van onze kinderen is om ze al zo jong naar de kinderopvang te sturen. Bovendien komt de vrouwenbeweging, ook Femma, nog steeds op voor kwaliteitsvolle kinderopvang. Helaas laat de kinderopvang door de economische logica momenteel vaak te wensen over. Ook dat moet aangekaart worden, en iemand moet het doen. Waarom zou dat niet de vrouwenbeweging mogen zijn?

Dat vandaag vooral vrouwen oren hebben naar het ‘anders gaan leven’, klopt waarschijnlijk. Het is een bedenking die ik me al vaker gemaakt heb. Toen het stuk van llse Ceulemans op Charlie Mag intussen twee jaar geleden viraal ging, was de vaakst gehoorde kritiek erop dat ze zich alleen naar de moeders richtte. Een terechte kritiek, daar niet van, maar het viel me ook op dat het artikel massaal gedeeld werd door moeders, en veel minder door vaders, omdat het momenteel gewoon zo is dat vrouwen de grootste last dragen van het feit dat onze maatschappij niet aangepast is aan gezinnen. Net daarom dat we beter vandaag dan morgen zorgen voor een collectieve arbeidsduurvermindering. Zodat jonge vrouwen niet de keuze hoeven te maken om minder te gaan werken.

Naar mijn gevoel geeft het stuk van Bart Eeckhout een nogal eenzijdige kijk op het hedendaagse feminisme, terwijl we net een zeer brede strijd voeren: tegen het glazen plafond, tegen rolpatronen, voor betere kinderopvang én voor een betere combinatie die zowel ouders als kinderen ten goede komt. Ook in 2017 timmer ik alvast mee aan die weg. Jij ook?

(En uiteraard: gelukkig nieuwjaar iedereen!)