Maandelijks archief: april 2015

Opvoeden voor dummies

Er is niets zo gemakkelijk als opvoedingsadvies geven.
Er is niets zo moeilijk als opvoeden.

Ik zou het kunnen, bij Kind & Gezin werken en aan andere ouders uitleggen hoe ze de zaken moeten aanpakken. Willen ze niet eten? Stappenplan A! Willen ze niet slapen? Stappenplan B! Doodeenvoudig toch.

Mijn eigen kind opvoeden echter, ho maar, dat is andere koek. Want wat daarbij komt kijken, bij je eigen kind, dat is complexer dan elke opvoedingssituatie die in de boekskes beschreven staat. Je eigen kind, dat zie je namelijk doodgraag. Elke keer dat je je eigen kind moet straffen of in de hoek zetten, is het alsof je zelf op de vingers getikt wordt. Als ze niet wil eten, is het alsof ik zelf met honger van tafel moet. Als ze niet wil slapen, ga ik er zelf onder door van vermoeidheid.

Wil ze niet eten? Stappenplan A: jij bepaalt wat er op tafel komt. Je kind bepaalt hoe veel het eet. Dus kan ik beslissen dat ze bij het ontbijt alleen maar hartig beleg mag en dan heeft zij niets in de pap te brokken. Logisch toch? Maar in het echte leven heb je ook nog dingen te doen en plaatsen om naartoe te gaan. Als een boterham met confituur ervoor kan zorgen dat je een half uur vroeger op je werk bent, dan blijft die principiële kaas al gauw in de koelkast liggen.

Wil ze niet slapen? Stappenplan B. Je laat haar huilen zodat ze leert om zelf in slaap te vallen. Logisch toch? Tot je dochter over haar toeren gaat en jij erbij, je toegeeft, haar met schuldgevoel uit haar bedje haalt en ze totaal uitgeteld in je armen in slaap valt. Toch te lang laten huilen dus. Mamafail. Op mijn erewoord, meisje, ik laat je niet meer huilen!

Ik moet toegeven, ik ben er nog niet helemaal uit welk soort mama ik wil zijn. Streng maar rechtvaardig, met straffen en belonen? En ook met stappenplannen voor elke opvoedingssituatie? Als ze niet wil eten, ga ik de strijd dan aan, tot ik haar desnoods met stoel en al op tafel moet zetten? Of val ik toch voor een ander soort van ouderschap en behandel ik mijn tweejarige als gelijke? Probeer ik uit elke crisissituatie te geraken door met haar te praten. Zoek ik naar shortcuts om crisissituaties te vermijden? Geef ik haar bijvoorbeeld een monkey platter, zodat ze zelf kan kiezen wat en wanneer ze eet?

Ik weet het niet! Ik lees en lees en lees, en ik weet niet wat het beste is. Maar Martha is twee. It’s about time I made up my mind. Ik doe dus maar gewoon wat alle moeders doen: proberen en proberen en blijven proberen en uitzoeken wat werkt. Nu eens falen en je de slechtste moeder ter wereld wanen. Dan weer een succes boeken en zeker weten: ik ben een supermama!

Erwtjes

Snap. Na twee jaar donder ik van mijn roze wolk.

Ik ben twee en ik zeg nee

Twee jaar lang heb ik gestaard naar mijn dochter en mezelf verloren in de ergste verliefdheid die ik ooit heb meegemaakt. Nu is ze twee. Mijn lieve, pientere dochter is twee en ze zegt nee. Ze doet flauw, huilt zonder aanwijsbare reden, loopt te mokken, gooit zich dramatisch op de grond, roept nee nee nee en nog eens nee. Ik sta ernaar te kijken en rol met mijn ogen wanneer ze het niet ziet. Ik zou haar zo graag knuffelen en de hele wereld rond dragen, maar ik moet streng en consequent zijn en haar leren wat grenzen zijn. Dat heet opvoeden, zegt men. Ik vind het maar niks, maar op de lange termijn werpt het zijn vruchten af, or so i’m told.

Troosten, zogen, verschonen. Repeat.

Ik zet dus mijn eerste stapjes in het opvoeden. Tegelijk zorg ik de klok rond voor een baby. Voeden, verschonen, troosten, veel troosten. 24/7, met pauzes van maximum twee uur per stuk. Deze baby huilt veel, veel meer dan zijn grote zus deed als baby. Hij heeft krampjes en geeft veel terug. (Ik had het nooit vermoed maar een goede melkproductie heeft blijkbaar ook uitdagingen.) Hij is alleen maar tevreden als hij tegen me aan plakt. Ik ben genetisch geprogrammeerd om niet tegen zijn gehuil te kunnen, dus hij ligt bijna onafgebroken tegen mijn lijf. Overdag woont hij in mijn draagdoek, het meest onmisbare onderdeel van mijn baby-uitzet. ’s Nachts probeer ik hem naast me in slaap te krijgen, maar als dat niet lukt, leg ik alle adviezen van K&G naast me neer en slaapt hij op me. Mijn baby hoort niet te huilen! Mijn rug is gekraakt, maar ik krijg tenminste wat slaap. En hé, liever een gekraakte rug dan een gebroken moederhart.

‘Geniet ervan’, zeggen ze

Ik moet van deze periode genieten, want waarschijnlijk is dit de laatste keer dat ik een baby van mezelf heb om te vertroetelen en te verwennen. En dat doe ik ook. Overdag slapen op de zetel met baby: ik zuig die momenten in me op, want ze zijn het allerbeste en het komt misschien nooit meer terug. (Op de zetel slapen met de baby, dat mag ook al niet van K&G, oeps.)

Maar voor het eerst sinds ik mama ben geworden, denk ik: ik ga toch ook wel blij zijn wanneer ik weer een beetje vrijheid krijg, wanneer ik weer een beetje meer Sofie kan zijn en niet alleen maar mama.
Wanneer ik mijn lijf terug voor mij heb en er geen melk uit mijn borsten op de badkamervloer druppelt.
Wanneer ik niet meer de hele dag naar zure melk ruik en vol vlekken zit.
Wanneer ik ergens heen kan gaan zonder te denken aan pampers, vochtige doekjes en middagdutjes.
Wanneer het leven gewoon weer wat minder planning vergt.
Wanneer eten gewoon eten is, zittend. Wanneer niet elke maaltijd een walking dinner wordt omdat ik een huilende baby moet wiegen. Wanneer ik niet elke maaltijd met een peuter moet onderhandelen over hoe veel ze van haar bord moet opeten voor ze van tafel mag.
Wanneer ik buiten in de zon een boekje kan lezen, en mijn kinderen zichzelf bezighouden.
Wanneer mijn huis er niet meer voortdurend uitziet alsof er een orkaan gepasseerd is.
Wanneer ik iets kan doen met al mijn idealen en mijn verstand zonder dat ik bang moet zijn dat ik op die manier kostbare momenten met mijn kindjes mis. (Fomo – fear of missing out – heeft de laatste twee jaar een andere betekenis gekregen.)

I’ve never known completeness like being here …

Fast forward. Over enkele jaren zijn mijn kinderen groot, denk ik terug aan nu en mis ik het. Sla ik mezelf voor de kop dat ik er niet genoeg van genoten heb. Zou ik geld geven om nog eens een baby’tje aan mijn borst te mogen drukken in een draagdoek. Denk ik nostalgisch terug aan malse babybilletjes en eerste woordjes en zinnen. Moet ik opletten dat ik geen koekoeksoma word, omdat ik mijn eigen baby’s te veel mis.

Over enkele jaren zie ik deze foto terug, en weet ik het nog zekerder dan nu. Die keer dat ik mijn zoontje niet getroost kreeg, maar hij ophield met huilen van zodra zijn lieve zorgzame grote zus hem knuffelde. Toen, dat moment, dat was volmaakt geluk.

volmaakt

 

(En waar ik de titel erwtjes vandaan haal? Van Annie M.G. Schmidt. Google it.)

Mamahonger

Plots hadden we twee kinderen. En o mijn god, dat zijn er zo veel meer dan één. Want dat vind ik het moeilijkste: de aandacht verdelen. Martha is gewoon om haar mama volledig voor zichzelf te hebben. Ze heeft vaak mamahonger en tot nu toe heb ik geen kans onbenut gelaten om daar voluit aan toe te geven. Martha is namelijk niet de enige die zich oplaadt aan de knuffelmomentjes. Maar nu moet ik uitleggen dat ik haar niet mag optillen wanneer ze vraagt ‘mama pakken’. Nu kan ik haar niet in haar bedje leggen na haar verhaaltje. Nu moet ik op het verzoek ‘mama schootje’ vaak antwoorden: ‘als Thomas klaar is met drinken, mag je op mama haar schootje zitten’. It hurts.

Voor Thomas zorgen is supergemakkelijk in vergelijking met de eerste weken van Martha. Maar voor Martha en Thomas zorgen verscheurt mijn moederhart in tweeën. Knuffelen met Martha en tegelijk Thomas horen smakken en zoeken naar de borst? Of moet ik dan uitleggen aan Martha dat Thomas echt niet kan wachten als hij honger heeft en dat zij maar even geduld moet hebben?

Thomas eist zijn plaats in dit gezin op. Hij kan een hele namiddag op mijn buik liggen slapen, om dan wanneer zijn grote zus terugkomt van de crèche te willen clusteren tot ze gaat slapen. Als Mehdi Martha uit haar bedje gaat halen en ze ziet dat Thomas bij mij ligt, komt me dat op een stink-eye te staan. Ze negeert dan ook alles wat ik zeg. Het enige woord wat haar uit beeld-zonder-klank-modus kan halen, is ‘chocolade’. En we willen ook nog een beetje pedagogisch verantwoord zijn, nietwaar.

We zijn gelukkig met twee ouders voor twee kinderen. Dat zou meer dan genoeg moeten zijn. Maar mamahonger is mamahonger en ik ben maar één mama.

To breastfeed!

Een tweede kind is zo veel gemakkelijker dan het eerste. Ik ben al 13 dagen opgetogen over hoe gemakkelijk het is om voor Thomas te zorgen. Tegelijk voel ik me al 13 dagen schuldig over alle dingen die ik verkeerd heb gedaan in Martha haar eerste levensmaanden. Te beginnen met borstvoeding.

Enkele maanden geleden heb ik geschreven waarom ik ertegenop zag om opnieuw borstvoeding te geven. Mensen die er iets van weten hebben me toen verzekerd dat het niet zo hoeft te gaan, dat het ook pijnloos en vlot kan. Ik had veel redenen om het opnieuw te willen proberen. Naast the usual suspects (gezond, natuurlijk, goedkoop, wereldgezondheidsorganisatie etc. etc.), is dit voor mij de belangrijkste: je kan er niets fout mee doen. Als je baby huilt en je weet niet zeker waarom: borst. Dat kan je met een flesje niet (denk ik). Bovendien ben ik te lui om ’s nachts op te staan om poedermelk te maken.

Dus ik wilde slagen. And I made it work! Ik steek een dikke pluim op mijn eigen hoed.
Wat ik anders heb gedaan:

Huid-op-huid

Het begon op de bevallingstafel. Er was een kort dood moment: ik zat te wachten op de anesthesist voor mijn epidurale en de vroedvrouw vroeg of ik borstvoeding zou geven. Ongepland en met de assertiviteit die misschien eigen is aan vrouwen in de verloskamer maar die voor mij heel vreemd aanvoelde, vroeg ik of ik misschien zou mogen skinnen met mijn kindje na de operatie. Martha heb ik immers bij mij gekregen ingepakt in twee lagen kleren en een dikke deken. Het heeft twee dagen geduurd voor ik mijn kind zonder kleren zag. Nu ik meer van borstvoeding weet, acht ik de kans groot dat daar de kiem is gelegd voor mijn problematisch lage melkproductie.

Er was (nog) geen procedure voor huid-op-huid bij keizersnede voorzien in wat zowat het meest technische verloskwartier van Antwerpen moet zijn, maar mits de gynaecoloog en de anesthesist toestemming gaven, mocht het wel. Mijn immer meegaande aard begon zich al wat ongemakkelijk te voelen bij mijn eigen veeleisendheid, maar de gynaecoloog noch de anesthesist maakten er een probleem van. Zo geschiedde. Ze hebben Thomas 5 minuutjes meegenomen en daarna in zijn pampertje op mijn borst gelegd. De gynaecoloog kwam over het doek piepen: ‘Dat is wel speciaal, je wordt hier dichtgenaaid en tegelijk ligt je baby al bij je’. Speciaal was het inderdaad. En waarschijnlijk de reden dat ik een half uur later op recovery al heuse melk had om hem te voeden.

Melkproductie go go go

Wat ik nog anders heb gedaan: op vraag voeden. Ik snapte niets van borstvoeding toen ik pas bevallen was van Martha. Niemand heeft me toen een behoorlijke uitleg gegeven. Ik dacht dat om de drie uur voeden ook echt betekende om de drie uur. Als ze sneller vroeg, dacht ik dat het niet mogelijk was dat ze honger had. Maar dat had ze natuurlijk wel. Ik had immers niet genoeg melk. En doordat ik haar te lang liet wachten, deed ik mijn eigen melkproductie ook weer teniet. Toen Thomas op dag 1 dus zowat continu aan de borst wilde, heb ik hem gewoon laten doen. Het deed nog geen pijn en het kon alleen maar mijn melkproductie op gang brengen.

En of die melkproductie op gang is!

Mamahonger

Martha moest destijds ook twee dagen op de blauwe lamp liggen. Naast onwennigheid en onkunde om voor een kleine baby te zorgen, was dat voor mijn een extra reden om haar niet uit haar bedje te pakken. Ik herinner me nog als gisteren het moment dat mijn mama Martha uit dat bedje haalde en aan mij gaf met de woorden: een klein baby’tje heeft zijn mama nodig. ‘Dat heeft negen maanden in je buik gezeten en kent alleen jou. En nu zou dat zo alleen in dat bedje moeten liggen?’. Mijn schoonmoeder zat dat op de achtergrond volmondig te beamen. Ik schaam me daar nu een beetje voor, maar het was gewoon niet in mij opgekomen. Ik had me zo laten beïnvloeden door de antiwiegendood-rugslaapcampagnes van Kind&Gezin dat ik dacht dat een baby vers uit de buik best meteen op zijn rug in een apart bedje kon slapen. Wist ik veel dat zo’n baby de overgang van mama naar de grote wereld best via mama kon maken. Ik was zo dom toen!

Thomas heeft de eerste dagen niet van mijn zijde geweken. Het babybedje is pas uit de babybox gekomen toen ik verzorgd moest worden.

De rode knop boven je bed: gebruik hem

Wat ik nog anders heb gedaan: als het aanleggen me alleen niet lukte, heb ik hulp geroepen. Desnoods vier keer voor één borst. Ik besef nu dat het na een keizersnede moeilijk is om een goede houding te vinden om te voeden. Je buikspieren zijn naar neverneverland vertrokken en je moet een baby op je pijnlijke buik leggen, zonder dat je behoorlijk recht kan zitten of naar een gemakkelijkere positie kan verschuiven. Als je baby niet correct aanhapt, liggen je tepels binnen de kortste keren open. Ik heb deze keer wél geprofiteerd van de rode knop aan mijn bed en hulp gevraagd, onder het motto: goed begonnen, half gewonnen. Op nacht drie heeft één van de vroedvrouwen ongeveer drie kwartier op mijn borsten staan duwen. De volgende dag had ik amper nog hulp nodig. Enkele dagen later was de pijn aan mijn tepels ook voorbij.

Nu zijn we anderhalve week thuis en kan ik trots en dolblij zeggen: borstvoeding kan ook pijnloos zijn en gewoon goed gaan! Thomas zat na een dikke week terug op zijn geboortegewicht (3,280 kg) en het ziet ernaar uit dat hij sneller dan Martha op haar geboortegewicht zal zitten (3,810 kg, ze heeft er meer dan drie weken over gedaan).

Flinke zoon

Even een update …

Ik had voor 2015 het goede voornemen om veel te schrijven en te bloggen en mijn nieuw verworven lezerspubliek niet in de kou te laten staan.

Toen gebeurde het leven. Eerst gebeurden er zo veel ‘niet zo’n fijne dingen’ dat ik niet meer kon schrijven zonder cynisch te worden. Ik dacht: over hoe veel dingen kan een mens moeten piekeren op acht maanden zwangerschap? Ik had een kind op komst en geen tijd to give it a moment’s thought. Ik dacht: stopt het nog? En elke keer dat ik dat dacht, begon het opnieuw.

Toen gebeurde het leven. Thomas werd geboren en de wereld werd van de weeromstuit een betere plek.

Iedereen feliciteert ons met onze ‘flinke zoon’ op blauwe kaartjes. Ik zou me daaraan kunnen ergeren, maar de waarheid is: hij is echt een flinke zoon. Hij slaapt, hij eet, hij slaapt, hij eet. Hij huilt net genoeg om ons te verzekeren dat hij gezond is. Hij komt bij. Hij slaapt. Hij eet.

Zo ziet zijn merchandising eruit.

Thomas merchandising