Maandelijks archief: april 2016

Brieven aan mama #7 – Negen maanden zonder jou

Lieve mama,

Ik schreef je al een tijdje niet meer. Er is met andere woorden niet veel veranderd. Ook toen je leefde, belde ik bijlange niet vaak genoeg. Ik had wel dingen te vertellen, maar ’s avonds was ik druk of moe en vergat ik je. Zo gaat het met moeders: als ze dood zijn, wou je dat je vaker had gebeld. Maar hoe vaak gebeurde het niet dat we overdag, allebei vanop het werk, naar elkaar zaten te mailen.

Onze voorlaatste mailconversatie ging zo:

Sorry dat ik weer niet gebeld heb deze week. Maar ja, jij hebt ook niet gebeld hé, dus misschien vind je het niet eens zo erg 🙂
Eigenlijk wel. Ik bel niet zelf omdat ik jullie niet te veel wil storen. Maar misschien moet ik dat toch maar beginnen doen, anders hoor ik je toch niet. Tja, wat zeggen ze ook alweer van uit het oog….  🙁

Negen maanden is het nu. Negen maanden sinds je stierf. We zitten nog steeds pal in het eerste jaar vol eerste keren. Voor sommige dingen is het nog steeds véél te vroeg. Andere lukken al iets beter.

Ik ben iemand wiens moeder dood is

“Yesterday, while I was brushing my teeth, I raised my face to the mirror and unexpectedly saw myself. And I thought: I am becoming someone whose mother is dead.
Then a cool sadness flooded me. It was true. I was getting used to her being dead. My mother was gone. And I: letting her go.”

(The long goodbye – Meghan O’Rourke)

Ik markeerde dit toen ik het boek enkele geleden maanden las. Ik was daar nog niet, maar vond het idee interessant. Sindsdien heb ik er vaak aan moeten denken.

Ik was in gesprek met een oude kennis van M.. Het ging erover dat ze tegenover haar moeder woonde en dat gemakkelijk vond. Toen vroeg ze waar mijn ouders woonden. Ik heb die vraag al tig keren gekregen sinds ik in Antwerpen woon, en dat is nu toch ook al bijna 9 jaar. Maar dit was de eerste keer dat ik het antwoord ‘in West-Vlaanderen, in een dorpje bij Brugge’ op automatische piloot uitsprak, terwijl ik dacht: ‘Daar woont mijn vader, niet mijn ouders. Mijn moeder is dood. Ik mis haar verschrikkelijk.’ Eigenlijk wil ik op zo’n moment liefst van al uitspreken dat je dood bent. Maar ik wil die gesprekspartner die ik vijf minuten daarvoor heb ontmoet niet belasten met mijn zwaar gemoed. Dus laat ik het hangen: mijn ouders wonen in Brugge.

En dan besef ik: ik ben iemand aan het worden wiens moeder dood is.

Paasmaandag

Maar op andere momenten is het verdriet net zo hard als op de eerste dag. Op de eerste Paasmaandag zonder jou zag ik je overal. Ik zag je lopen tussen de paaslelies van Magda. Ik zag je broodjes smeren in de keuken (waar ik bewust probeerde weg te blijven, omdat we vroeger altijd samen broodjes smeerden op Paasmaandag. Dat was traditie). Ik zag je toen ik mijn tantes vertederd tegen hun kleinkinderen zag praten, en er geen oma was die dat tegen mijn kinderen deed. Ik zag je tussen je broers zitten op het terras in de eerste lentezon, luid lachend en met volle teugen genietend van je familie. Je was altijd in je nopjes, daar op Paasmaandag, tussen je broers en zus. Je genoot er zo van.

Op zo’n momenten ben ik iemand die nog maar net haar moeder heeft moeten afgeven en heel hard probeert om dat een plaats te geven, maar dat niet kan, omdat het verdriet te groot en te echt is. Op zo’n momenten doet mijn hart pijn, letterlijk. Op zo’n momenten kan ik niet geloven, niet aanvaarden, dat je er echt niet meer bij bent, en dat wij dat nu voor altijd zonder jou moeten doen, daar op Paasmaandag. Dat er nu nooit meer iemand op ons het meeste trots zal zijn. Dat nu nooit meer iemand mijn kinderen de schoonste van alle kleinkinderen zal vinden. Dat er nu nooit meer iemand is om naast te gaan zitten wanneer de drukte van al die familie me even te veel wordt en ik gewoon even rustig bij mijn mama wil gaan zitten. Dat je nu nooit meer zal stralen tussen je familie en je paaslelies en je kinderen en kleinkinderen. Dat dat voor altijd weg is.

Jonge snaak

Op andere momenten voel ik je aanwezigheid, maar is de pijn veel minder. Met Pasen zijn we op weekend geweest, al je kindjes samen. Mama, je zou er zo van genoten hebben om Martha en Lore samen te zien spelen en lachen. Twee handen op één buik, die nichtjes. Ongelooflijk hoe dol ze op elkaar zijn. Ik weet dat we dan allemaal zo hard aan je denken, dat het is alsof je er tóch gewoon bij bent. Soms hoor ik mezelf iets zeggen, en klinkt mijn stem als de jouwe. Vannacht had Thomas 39,5°. Ik gaf hem een suppo en een fles en hoorde mezelf zeggen: “Kom hier, jonge snaak”. Dat zijn niet mijn woorden. Ik zou zoiets nooit zeggen. Wanneer ik Martha’s haartjes streel, is het alsof ik jou ben, die mijn haartjes streelt. Ik kan me nog zo levendig voorstellen dat ik bij jou in de zetel lig te knuffelen, dat het soms lijkt alsof je helemaal niet weg bent.

Moederdag

Straks is het Moederdag, mama. De eerste zonder jou. Ik krijg het nu al moeilijk. Overal waar ik kijk, schreeuwen ze het naar mijn kop: Moederdag. Uw moeder is dood. Moederdag. Uw moeder is dood. Het belooft opnieuw een moeilijk moment te worden. Ik ben zelf wel mama, maar mijn kinderen zijn te klein om me in de watten te leggen, en M. zegt steevast dat ik zijn moeder niet ben (al is Moederdag de enige dag van het jaar waarop hij daarvan overtuigd is.)

Daarna wordt het Pinksteren, de dag dat je beslissing definitief werd. De komende maanden zitten vol trieste verjaardagen. Intussen gaan we verder met het leven, en eigenlijk lukt het best. Soms staan we stil, en soms razen we door, en jij bent er altijd bij. Ik mis je mama, ik mis je elke dag. Ik wou dat je me kon zien, dat je trots op me kon zijn. En dat je trots zou zijn, dat weet ik zeker.

As we speak #1

In navolging van Kelly en de helft van de blogosfeer waag ik me aan een nieuwe rubriek: ‘As we speak’. Die rubriek zou ook ‘ditjes en datjes’ of ‘een beetje vanalles’ kunnen heten. Maar dat doet ze niet, omdat ‘As we speak’, zeg nu zelf, gewoon veel beter bekt. In ‘As we speak’ ga ik vertellen over de duizend-en-één al dan niet banale dingen die me bezighouden. Here we go …

Eten

Tijdens het ontbijt: niet. Dan is het vooral heen en weer lopen omdat ik weer eens niet de tafel heb gedekt de avond voordien en dat Martha een boterham met kaas – nee, een cracot met confituur wil, en Thomas banaan en aardbeien en druiven en wel Nu. Meteen. met veel geroep van ‘daaaa daaa daaa kaaa kaaa kaaa’.

Mama-eten. Mama haatte koken, ik ook. (Mijn vader ook, maar hij was tegen wil en dank de kok thuis en hij maakt lekker eten. Zijn geheim is héél veel boter en héél veel zout. Denk: Jeroen Meus maal twee.) Maar er zijn een stuk of vijf gerechten die samenhangen met mama. Ik maakte voor het eerst sinds deze zomer (en voor de derde keer sinds ik alleen woon) pitn en patatn. De dag erna maakte ik balletjes in tomatensaus. Voor het eerst sinds ooit vroeg Martha een tweede portie. Enkele dagen later vroeg ze wanneer we nog eens balletjes in tomatensaus zouden eten. Balletjes for the win!

Genieten

Van de lente. De lente die stilaan terugkeert, daarbuiten én in mijn hoofd, waar de opklaringen steeds frequenter zijn en steeds langer duren, na die eindeloze donkere winter, die maar bleef duren, zelfs tijdens de zomer.

Van mijn avonden. Eindelijk kreeg ik mijn avonden terug. Ik durf het haast niet luidop te schrijven, want garanti heeft er morgen weer eentje de buikgriep of vier tanden ineens die erdoor moeten. Maar nu is het 19 uur en het is muisstil boven mij. Er zijn weer avonden waarop ik twee uur aan een stuk kan werken, schrijven of lezen, zonder gestoord te worden. Je weet pas wat je hebt als je het kwijt bent geweest. Tijd, tijd, tijd! Heerlijke tijd.

Lezen

Na het boek over Marie Curie ben ik begonnen in ‘A little life‘ omdat iedereen het vijf sterren geeft. Het ging tussen ‘Grief is the thing with feathers’ en dit. Het werd dit omdat ik positief discrimineer op vrouwen. Ik ben nog niet ver geraakt, maar dat ligt niet aan het boek. Dat start veelbelovend genoeg. Wat ik daarna wil lezen, staat ook al vast: Revue Lanoye en de debuutroman van Stijn Tormans, wiens verhalen en reportages ik prachtig vind.

Horen

Dat Prince nu ook al dood is, en denken: amai, mama hield zo van de stilte, en nu komen al die muzikanten naar daarboven en krijgt ze zelfs in de eeuwigheid geen rust.

Blij zijn

Op woensdagavond moest ik voor een vergadering een positief en negatief moment uit mijn dag vertellen. Normaal heb ik over woensdag niet veel positiefs te vertellen. Woensdag is mijn desperatehousewife-dag. Ik ben dan de hele dag thuis met de kinderen en het huishouden, en gelukkig word ik daar niet van. Integendeel, tegen ’s avonds zit in in een hoekje te huilen omdat ik me de slechtste moeder ter wereld voel. Omdat ik weer mijn geduld verloren ben. Omdat ik weer geroepen heb. Omdat ik niet weet wanneer het ooit eens leuk zal zijn, moederen. Ik like op Facebook dingen als dit:
does anyone know

Bron: Mijn baby lacht, nu ik nog.

Maar deze woensdag scheen de zon. Ik zette de kinderen in de fietskar, waar ze prompt allebei in slaap vielen en reed naar de Zoo. Met ons drietjes keken we vol verwondering rond, zij naar de dieren, ik naar hen. Ik vroeg: ‘Thomas, waar zijn de pinguïns?‘, hij wees ernaar en zei ‘daa‘. Ik zette hem uit de fietskar aan het raam van de zeehondjes. Hij keek omhoog en omlaag naar het voorbijzwemmende zeehondje en sperde zijn – onder normale omstandigheden al vrij grote -ogen nog net iets wijder open. Martha blonk van trots omdat ze haar broertje de dieren kon tonen. Ik genoot van het zonnetje en de kinderen en zag dat het goed was. Dat staat in schril contrast met de woensdagen van het afgelopen jaar.

Ik zat dus op die vergadering ’s avonds en kon me gewoon geen slecht moment meer herinneren van mijn dag. Dat het lente wordt in mijn hoofd!

 

Over Marie Curie, Annie M.G. Schmidt en het moederschap

Deze blog verscheen eerder op de website van Femma.

Ik las ‘Het absurde idee je nooit meer te zien’ van Rosa Montero. Een feministisch rouwboek, dat moest ik nu toch even lezen. Rosa Montero verloor haar echtgenoot, en kort daarna kreeg ze toevallig het dagboek van Marie Curie na de dood van Pierre in handen. Dus schreef ze een boek over verlies en over Marie Curie. Ik dacht dat ik het ging lezen als rouwende. Maar het was de feministe in mij die grote ogen trok.

Zelfs Marie Curie

Ik wist voordien weinig over Marie Curie. Ik wist wel dat ze belangrijk was en een Nobelprijs had gewonnen, maar daar hield het ongeveer op. De natuurwetenschappen waren niet echt mijn dada op school. Ter illustratie, de lerares chemie kwam op de proclamatie naar mij en zei: “Ik zal je nooit vergeten: het meisje dat altijd Harry Potter zat te lezen in mijn les.” Nee, ik heb niets met de exacte wetenschappen, dat mag duidelijk zijn.

Maar nu ik dat boek gelezen heb, begrijp ik hoe uniek Marie Curie was, en hoe moeilijk ze het heeft gehad om te bereiken wat ze heeft bereikt. Ze was vastberaden om haar leven aan de wetenschap te wijden, ook al was dat als vrouw in die tijd een bijna onmogelijke opdracht. Maar ze liet zich niet tegenhouden.

Samen met Pierre werkte ze zich (letterlijk) kapot in het labo. Ze ontdekte radium en polonium, zowat met haar blote handen, en ze won niet één maar twee Nobelprijzen.

Toen kreeg ze een kind

Toen kreeg ze een kind, samen met Pierre. Pierre kon zijn leven nog steeds wijden aan de wetenschap. Marie moest plots om de zoveel uren naar huis terugkeren om het kind te voeden of omdat ze angstaanvallen had over wat de nanny met haar kind aan het uitsteken was. Ook kinderopvang was in die tijd geen evidentie, zo blijkt. Ze deed het huishouden in haar eentje, en na haar uren werkte ze zich ook nog in het werk van Pierre in om hem te steunen.

Zelfs deze unieke, briljante vrouw, die radium en polonium ontdekte en niet één maar twee Nobelprijzen won, stond er alleen voor in het huishouden en bij de kinderzorg. Zelfs Marie Curie werd bijna gek van de combinatie arbeid en gezin. Zelfs Marie Curie!

Als een geluk bij een ongeluk kwam haar schoonvader na de dood van zijn vrouw bij Pierre en Marie inwonen. Die onbetaalde zorgarbeid heeft ervoor gezorgd dat Marie Curie haar wetenschappelijk werk verder kon zetten. We mogen het bijna een mirakel noemen dat het haar gelukt is.

Je moeder zou een Shakespeare kunnen zijn

Dat het moederschap en genialiteit geen evidente combinatie is, wist ook Annie M.G. Schmidt. Over Annie M.G. Schmidt weet ik meer dan over Marie Curie. Ze was mijn eerste idool. Wanneer ik in vriendenboekjes schreef dat ik schrijfster wilde worden, had ik haar in gedachten. Ik wilde eigenlijk Annie M.G. Schmidt worden.

Terwijl ik de tafel afruim, het speelgoed opruim, de afwas doe en daarna doodmoe in de zetel plof, moet ik vaak aan een gedicht van haar denken. Het gedicht heet ‘Moeder dicht’, en het illustreert prachtig hoe naïef we allemaal waren toen we tijdens onze eerste zwangerschap dachten dat we thuis zouden kunnen werken met het kind erbij. Het gedicht gaat over een moeder die een gedicht probeert te schrijven, terwijl ze tussen de regels door gesprekken voert met een zeurend kind.

Ze concludeert:
“Je moeder zou een Shakespeare kunnen zijn.
Ze is het niet. Dat komt door jouw gedrein.”

(Het volledige gedicht kan je hier lezen.)

Verdeling van zorgarbeid

Ja maar, dat was in die tijd, hoor ik je al denken. Het is er ongetwijfeld fel op verbeterd, maar het recentste nummer van Femma Magazine drukt ons nog eens met de neus op de feiten.

– 62 % van de vrouwen vindt dat een voltijdse baan moeilijk te combineren is met het gezinsleven.
– Werken als moeder levert stress en vermoeidheid op. Twee decennia aan beleid hebben nog steeds geen afdoend effect op het verbeteren van de balans tussen werk en gezin.
– Zodra er een partner en kinderen in het spel zijn, nemen vrouwen vaak gas terug. In 2014 werkte 41 % van de vrouwen in de privésector deeltijds, bij mannen was dit 9 %. Als hoofdreden hiervoor verwijst de helft van de deeltijds werkende vrouwen naar de combinatie tussen werk en privéleven.

Ook vandaag wordt het grootste deel van de onbetaalde zorgarbeid in onze samenleving door vrouwen gedaan. Ook vandaag zetten vooral vrouwen carrièregewijs een een stapje terug van zodra ze moeder worden.

Hoeveel genieën blijven intussen op stal staan? Hoeveel vrouwelijke Shakespeares schrijven boodschappenlijstjes in plaats van een meesterwerk? Hoeveel Marie Curies komen nooit tot hun grote ontdekking, omdat de kinderen jengelen om een koek?

Tijd voor een nieuwe evenwichtigere verdeling tussen arbeid en gezin, waarbij zorg eerlijk verdeeld wordt over alle schouders. Lees hier meer over het combinatiedossier van Femma.

De nachtmerrie van Marie Kondo

In het aprilnummer van het Femma Magazine stond een kalender om op een maand tijd je huis schoon te maken. Ik dacht meteen: niets voor mij. Want de buurman zijn hond weet dat ik niet bepaald Prinses Netjes ben.

Femma maakt schoon

Prinses Netjes

Ik heb die titel ooit wel gekregen, in het derde leerjaar. Dat kwam zo. Elke week werd een ‘Prins of Prinses iets’ gekozen. Prinses Rekenen, Prinses Taal, ik was ze allemaal al geweest. Alleen Prinses Netjes ontbrak nog op mijn lijstje van veroveringen. Ik heb dan maar een keer grondig mijn bank opgeruimd. Voilà, een volle bingokaart. Ik geef toe: ik was het ‘keppekiendje’ van de juf. Mijn zus moet altijd lachen om dit verhaal, al is het een beetje groen. Want zij is echt een Prinses Netjes – de Marie Kondo van West-Vlaanderen – en ze weet hoe onverdiend ik die titel kreeg.

Dat heeft ze (mijn zus) overigens van mijn moeder, haar orde en netheid. Ze was ordelijk op het maniakale af. Mijn moeder zag me doodgraag, maar er was minstens één iets van mij dat ze niet kon verdragen: mijn onvermogen om ordelijk te zijn. Het was zo evident voor haar.
– “Je neemt iets uit de kast, en wanneer je er klaar mee bent, leg je het terug.”
– “Als je iets van onderaan nodig heb, trek je het er niet onderuit. Je heft het pakje op, neemt het onderste stuk, en legt het pakje terug.”
Dat ze dat zo letterlijk aan mij moest uitleggen, zegt al genoeg zeker?

Ik kan nog steeds het misprijzen in haar stem horen wanneer ze commentaar gaf op de uitpuilende wasmanden in mijn living. Ik zie nog haar afkeurende blik die keer dat ik mijn kast opendeed en er een pak koffie op mijn kop viel. De enige opgeruimde bakken in mijn kelder zijn de bakken die zij heeft opgeruimd. Ik durf ze niet meer aan te raken.

Maar ik dwaal af …

De nachtmerrie van Marie Kondo

Al dat geminimaliseer in blogland (hier en hier en overal) inspireert me. Als je zo rommelig bent als ik, kan je immers maar beter zo weinig mogelijk rommel in huis hebben. Ik heb zeker drie volledige pakken schroevendraaiers, maar ik leg ze nooit hun plaats terug. Wanneer ik een schroevendraaier nodig heb, ga ik in de kelder kijken, om vervolgens heel kwaad te worden op mezelf omdat ze daar niet liggen. Maar waar dan wel? Soms vind ik overigens wel de lege doos.

Ik ben de nachtmerrie van Marie Kondo. Nee, ik ben de reden dat Marie Kondo werk heeft.

Bij nader inzien is die Femmamaaktschoon-challenge dus net wel iets voor mij. Het toeval wil dat ik vorige week een doos met spullen naar de kringloop heb gebracht. (Ik had daarvoor een duwtje in de rug nodig van mijn persoonlijke opruimgoeroe: mijn zus). De facebookalerts op mijn telefoon had ik al uitgeschakeld. (Wat een rust!) Ik heb een lijst met boeken die weg moeten, en enkele ervan zijn al gereserveerd door een vriendin (die overigens ook een echte Prinses Netjes is, ik laat me goed omringen). Het is niet veel, maar het is een begin.

“Je moet niet willen lopen voor je kan gaan”, hoor ik mijn opgeruimde moeder zeggen.

 

Zo, dit voelt eerlijk gezegd als een coming out van jewelste. Maar nu ben ik wel benieuwd naar hoe het met jullie zit, lezers. Kan jij Marie Kondo nog wel één en ander bijleren over opruimen? Begrijp je echt niet wat mijn probleem is? Of ben je net als ik een überchaoot die niet goed uit de kast durft te komen?