Auteursarchief: Sofie

Mijn cultuur(half)jaar 2021

Als er naast enkele zeer dierbare personen (you know who you are) en literatuur één iets was dat mij het afgelopen half jaar (slechts een half jaar verdorie!) uit een depressie heeft gehouden, was het wel theater. Nu en dan een avond geen rondjes draaien in mijn eigen hoofd, maar even mogen binnenkijken in dat van iemand anders. Mijn hart breekt in duizend stukken voor alle mensen die hun hart en ziel geven om ons even uit de realiteit te laten vluchten en nu opnieuw, en onterecht, gebroodroofd worden, door een maatregel van het overlegcomité die zelfs de virologen niet nodig achtten. 

Er is geen Goodreads voor theater en mijn geheugen is een gatenkaas. Theater is voor mij dus een echte hier-en-nu-beleving. Ik sla dat nergens op, behalve in mijn agenda, maar daar beperk ik me vaak tot ‘Bourla Nele’ of ‘Corso Katelijne’. Ook vind ik moeilijk woorden om uit te leggen wat ik van een stuk vond. Het raakt me of het raakt me niet. Maar ik heb echt steengoede dingen gezien de laatste maanden, dus ik ben toch maar even gaan grasduinen in mijn agenda. 

De Bourla 

De eerste keer weer in de Bourla was na meer dan een jaar was op 2 juni. Er stonden slechts enkele stoelen, in groepjes van 2. We keken naar Regenboog, een installatie van Benjamin Verdonck, want officieel theater mocht pas twee weken later weer. Ik was vooral ontroerd door het daar opnieuw mogen zijn an sich. Ik had niet me niet eens gerealiseerd hoe erg ik het gemist had. Niet veel later was ik er opnieuw, nu in volle rijen, voor The Sheep Song van FC Bergman, een overdonderende voorstelling, die in talrijke lijstjes opduikt als één van de beste van dit jaar. Vreselijk dat ook zij nu opnieuw niet meer mogen spelen in de kerstvakantie. Wellicht krijg je volgend jaar nog een kans om te gaan kijken. Grijp ze! In het najaar zag ik David, of hoe we ons bedacht hebben, over David Foster Wallace en Het Gezin van Paemel, waarin Valentijn Dhaenens op een zeer indrukwekkende manier álle rollen speelt.

Theater aan zee

Na drie weken vakantie met de kinderen heb ik mezelf deze zomer op enkele kinderloze dagen Theater Aan Zee getrakteerd, met een stel gescheiden vriendinnen. Het waren heerlijke dagen. We moesten niet veel. Twee voorstellingen per dag en daartussen alleen wandelen, eten, wijn drinken en babbelen. Ik zag er drie goede stukken en één erbarmelijk slecht. Maar zelfs dat slechte stuk zorgde voor verbinding, want mijn goede vriendin keek me meteen na de voorstelling aan, vroeg: “zijn wij nu snobs?”, en meer woorden waren er niet nodig om te weten dat we zonet dezelfde ervaring hadden gehad. We zagen er ook Jonathan, een dystopisch maar niettemin zeer grappig stuk over een zorgrobot, met twee topacteurs. Op de verjaardag van mijn moeders euthanasie zagen we Wie oud wordt, een installatie waarin schaamteloos gelachen werd met de (zelfgekozen) dood. Het magistrale Wij, de verdronkenen van Walpurgis werd prachtig begeleid door de oranje gloed van de ondergaande zon in de haven van Oostende. 

Magische dagen waren het. 

Later die zomer zagen we iets van Comp Marius in het openluchttheater in het Middelheimmuseum, maar net als vorig jaar moesten zij het toch vooral van hun locatie hebben. Hoewel gespeeld door professionele en zeer goede acteurs leek het een beetje een onhandige try-out te zijn.

CC Berchem aka Corso

In CC Berchem, enkele maanden geleden omgedoopt tot Corso, is het altijd een beetje thuiskomen. 

Voor Geen kersentuin van Peter De Graef waren we bij de 200 gelukkigen die nog binnen mochten na de verstrengde maatregelen enkele weken geleden. Voor de eerste keer heeft het me werkelijk iets opgeleverd dat ik altijd maniakaal snel tickets voor Peter De Graef koop. Geen kersentuin was nog eens een stuk met de kwaliteiten van zijn oudere stukken als Stanley, Rudy, Zoals de dingen gaan, … Grappig, slim en meeslepend. 

De avond voor het overlegcomité opnieuw als symboolmaatregel de cultuursector de strot dichtkneep, heb ik nog het fantastische Ouder kind van Bruno Vandenbroecke en Raven Ruëll meegepikt. Ik heb waarlijk tranen in mijn ogen gehad van het lachen. Het was een heerlijk badje om in ondergedompeld te worden, wetende dat het wellicht weer de laatste keer voor een tijdje zou zijn.

Ook van Every Word Was Once an Animal was ik danig onder de indruk. 

Daniel Sloss 

Mijn eerste keer in de Stadsschouwburg was meteen een voltreffer: de onnavolgbare Daniel Sloss. Zo hard gelachen! Als je hem niet kent, bekijk dan zeker zijn eerste twee shows op Netflix. Al is Jigsaw een risico voor mensen die zich niet heel zeker van hun relatie voelen. Met die show heeft Sloss immers duizenden echtscheidingen op zijn geweten

Ook Wim Helsen en Johan Petit deden me een beetje lachen, maar toch veel minder dan Sloss. Of is dat appelen met peren vergelijken? 

De Singel

Als ik echt één allerbeste voorstelling moest kiezen, zou het waarschijnlijk Wachten op Godot zijn. Steengoede acteurs, en als je niet wist hoe oud dit stuk is, en hoe weinig vrijheid er toegestaan wordt door de erven Beckett, zou je zo denken dat het naar aanleiding van corona werd geschreven of geadapteerd. Niet dus. De enige vrijheid die Olympique Dramatique zich gepermitteerd heeft, was Rains on me van Tom Waits tussen de bedrijven toevoegen. Kippenvel!

Ook in De Singel zag ik A revue van Benjamin Abel Meirhaeghe. Mijn theatervriendin was daar kapot van, het werd overal bejubeld, en ik geloof best dat het één van de beste voorstellingen van dit jaar was, maar voor mij was het net iets te ontoegankelijk en wrong het tegelijk teveel om het zonder meer mooi te vinden. 

Concerten

Ik hou van muziek, maar nog veel meer van de stilte, waardoor ik maar twee concerten heb gedaan dit jaar. Het Zesde Metaal in het Openluchttheater, en Bart Peeters met Martha in De Roma. Twee fijne avonden. 

2022

In 2022 staan er al enkele dingen op de planning, al is het nog even afwachten hoe lang onze minister tegen cultuur de sector deze keer wil laten bloeden. Rita van Randi De Vlieghe is net óp 28/1, dus ik vrees dat we die gaan missen. Maar daar koop ik dan zeker opnieuw tickets voor! In het voorjaar ga ik naar Hannah Gadsby, en ik doe een derde poging om nu eindelijk eens Platina van Abke Haring te zien. Maar er is dus vooral nog heel veel ruimte in mijn agenda en goesting om nieuwe dingen te ontdekken. Eén goed voornemen: meer naar de Monty gaan, en niet alleen omdat ze zo’n ongelooflijke toffe nieuwe directeur hebben! 

Een oprechte dank je aan alle mensen die hebben meegewerkt aan al dat schoons. Ik hoop dat we snel weer mogen komen kijken!

Mijn leesjaar 2021

Op Goodreads krijg je in december altijd een overzichtje te zien van wat je dit jaar gelezen hebt. In het licht van alle boeken die reeds bestaan en die ik nog ooit zou willen lezen, vind ik mijn eigen lijstje altijd heel mager. Maar tegelijk vertelt het mij altijd veel over hoe ik me gevoeld heb dat jaar en wat ik heb meegemaakt. Ook vele jaren nadien gebruik ik mijn Goodreads-archief als extern geheugen. Mijn boeken zijn leventjes op zich. Ik heb een verontrustend erbarmelijk geheugen, maar aan de hand van wat ik waar en wanneer aan het lezen was, kan ik me soms wél dingen herinneren.

Boeken zijn mijn houvast in een wankel en onzeker leven. Als moeder zonder moeder die de helft van de tijd haar kinderen moet missen, kan ik me soms vreselijk eenzaam en onthecht voelen, maar zodra ik over de drempel van een bibliotheek of boekenwinkel stap, voel ik me warm omringd door mijn familie. Het klinkt heel melig, maar ik vind geen betere manier om het uit te leggen. Eerder dit jaar ging ik door één van mijn depressieve en angstige episodes, die elkaar steeds sneller opvolgen met dank aan de pandemie, en toen ik De Boekuil in Mortsel binnenstapte en daar tussen de rekken liep, voelde ik een bijna spirituele rust over me heen dalen. Ik was thuis. 

Plezier en wijsheid

Vele lezers voelen zich opgejaagd door hun enorme ooit-te-lezen-stapel, maar dat kan ik steeds beter relativeren. Aan een gemiddelde van 35 boeken per jaar en met een optimistische levensverwachting van nog zo’n 50 jaar zal ik nog steeds maar 1750 boeken kunnen lezen. Daarna ga ik dood en heeft niemand er nog iets aan dat ik veel gelezen heb. Dus ik lees nu vooral wat me plezier of wijsheid brengt, en ik lees vooral niets uit wat me niet meer kan boeien. Stilaan heb ik ook veel van de boeken die ik ooit eens had willen lezen achter de kiezen. Er was een tijd dat ik dacht dat ik, eens volwassen, wellicht nooit meer de moed zou hebben om mijn tanden in een klassieker te zetten. Dat blijkt niet te kloppen. De afgelopen jaren heb ik vaak halve klassiekers gelezen. De helft van De toverberg, de helft van Anna Karenina, de helft van De Gebroeders Karamazov, … Er zullen lezers zijn die dat haast blasfemisch vinden. Hálve meesterwerken lezen, barbaars! Maar als het op lezen aankomt, heb ik last van een attention deficit disorder. Er is altijd weer een ander urgenter boek dat aan mijn mouw trekt. Dit jaar heb ik wel een héle klassieker gelezen: Middlemarch. Als je nog maar één boek in je leven zou mogen lezen, kies dan maar Middlemarch. Plezier én wijsheid bij hopen. 

Humor en luchtigheid

Dit jaar las ik meer voor het plezier dan voor de wijsheid. Doordat het zo’n lang, donker, eenzaam en pandemisch jaar was, had ik veel behoefte aan humor en luchtigheid. Ik heb al jaren geleden beslist om niet meer naar drama te kijken op televisie. Ik hou het op sitcoms (Friends, Big Bang, How I met your mother, Brooklyn 9-9, Superstore …), luchtige series en stand-up-comedians (Daniel Sloss! Hannah Gadsby!). Er is immers al drama genoeg in het echte leven. Met literatuur ligt dat wel moeilijk. Grappige boeken die ook nog eens goed geschreven zijn, ik vind ze niet zo gemakkelijk. (Tips zijn welkom!) Dat is wat Middlemarch zo goed maakt: het is doodernstig, en zelfs vrij zwaar om te lezen, zelfs voor een getrainde lezer, maar tegelijk is het ont-zet-tend grappig. 

Mensen doen lachen is een talent dat pakweg onze millennial-hype Sally Rooney absoluut niet bezit. Normal people heb ik zeer graag gelezen, maar haar nieuwste worp Beautiful World, Where Are You heb ik na 18% ergernis aan de kant geschoven. (Op mijn Kobo lees ik percenten en geen pagina’s.) Ik voelde werkelijk niets bij de personages. De nieuwe Sally Rooney is de corona van literatuur. Net als je bij corona je smaak en geur verliest, verlies je bij dit boek je vermogen om je in te leven. Ook Jaag je ploeg over de botten van de doden, The Shadow King, Shuggie Bain en Radetskymars heb ik uiteindelijk niet uitgelezen. Ik wil lachen, niet nog meer de dieperik ingeduwd worden door fictieve miserie. Weer een andere millennial heeft me wel ettelijke malen doen schaterlachen: Tobi Lakmaker met De geschiedenis van mijn seksualiteit. Schitterend boek! Maar humor is geen voorwaarde: ik werd immers wel diep geraakt en ontroerd door Rupi Kaurs ontzettend mooie Home Body, dat een vrij alomvattend en beslist geen vrolijk verhaal vertelt over wat het betekent om vrouw te zijn vandaag, in korte gedachten en tekeningen. 

Door mijn zoektocht naar luchtigheid heb ik dit jaar ook enkele boeken gelezen die ik – literatuursnob die ik ben – normaal aan me zou hebben laten voorbijgaan, maar net die boeken hebben me wel wat leesplezier gebracht: The Rosie Project (Sheldon in boekvorm), Een man die Ove heet (ontroerend én grappig), De zelfmoordclub (dubieus onderwerp, maar wel grappig), The Cactus (ik wacht op de verfilming met Reese Witherspoon in de hoofdrol) en mijn zomerboek dat ik aan iedereen zou aanraden die eens lekker wil bingelezen zonder door te hebben dat je nog aan het lezen bent: De kleine bakkerij aan het strand. Heads-up voor de literaire lezers: dat is geenszins literatuur, not even close, maar het heeft me zoveel plezier gebracht dit jaar en is daarom zeker een vermelding waard. 

Harry Potter

Dit jaar was ook een behoorlijk intens voorleesjaar. Vorig jaar heb ik mijn kinderen de eerste Harry Potter voor kerst gegeven. Vorige week zijn we in boek 7 gestart. Het is nogal een journey, een boekenreeks van in totaal zo’n 3400 bladzijden voorlezen, aan kinderen die de helft van de tijd in een ander huis wonen. Voorlezen gaat zeer traag als je gewend bent om je ogen over de bladzijden te laten flitsen en hele zinnen in één keer in je op te nemen. Harry Potter zit ook vol tongbrekers. Toen JK Rowling de naam Hagrid bedacht, had ze zeker nog nooit een West-Vlaming ontmoet! Mijn dochter van acht is nogal een slavendrijver. Zelfs als ik na 40 blz. een pijnlijk droge keel heb, vindt ze het nog niet genoeg geweest en gaat ze spontaan een glas water voor me halen, opdat ik toch maar verder zou voorlezen. Mijn zoon van zes daarentegen vindt Harry Potter saai, laat niet na dat ook de hele tijd te zeggen terwijl ik aan het voorlezen ben, en wil sinds hij in het eerste leerjaar zit ook zelf mee voorlezen, waardoor er de hele tijd ruis is. Vermoeiend allemaal! Maar ook heel leuk en spannend. Zeker van die laatste twee boeken ben ik zelf erg aan het meegenieten. Potterhead tot in de kist. 

Ook heb ik al jaren de gewoonte om mijn kinderen bij bedtijd voor te lezen uit om het even wat ik zelf op dat moment aan het lezen ben. Heel af en toe komt daar een klein beetje censuur aan te pas, maar dat is eigenlijk zelden nodig. Dit jaar had ik wel een primeur. Toen ik voorlas uit De passie volgens G.H. zei mijn dochter voor het eerst in acht jaar tijd (!): stop maar met voorlezen, mama, dit is echt te saai. Ik kon haar daar alleen maar in volgen. Ik heb het boek (tegen mijn principes) uitgelezen, maar enkel omdat we het gingen bespreken met mijn leesclub. Ik heb me er kapot aan geërgerd. Uit wraak voor de verloren tijd heb ik het maar één ster gegevens op Goodreads en een hele slechte review geschreven, waarover ik me dan wel weer schuldig voelde, omdat ik de eerste Nederlandstalige lezer was die dit boek reviewde op GR en dan krijgt zo’n review meteen te veel gewicht. Harrie Lemmens, de vertaler van dit boek en tevens dé Pessoa-vertaler verdient eigenlijk beter. Maar soms kan ik er zo van genieten om een boek neer te halen dat alleen dat al het de moeite waard maakte dat ik het las.

Reviews

Reviews schrijven doe ik sowieso wel graag: nadenken over wat ik precies van een boek vond en dacht, en daar dan woorden aan geven, dat zou ik mijn flow of ikigai noemen als ik niet allerlei kritische bedenkingen bij die concepten had. De linkjes hierboven leiden telkens naar mijn review van een bepaald boek. Mijn laatste review van dit jaar was voor Jonathan Franzens Crossroads. Heb ik mijn leesjaar toch nog afgesloten met an American white dude zeg …

Zondagse reflectie over co-ouderschap

Co-ouderschap hoe je je het voorstelt wanneer je nog vast zit in een ongelukkig huwelijk en niet kan wachten tot je eindelijk alleen bent, dat is: veel tijd om alles te regelen, zonder gehinderd te worden door kleine wezentjes die je met je moet meezeulen waar je ook gaat, en veel vrije tijd, waarin je ongestoord kan genieten van het leven, een soort van tweede jeugd beleven, met uitgaan en zorgeloze dagen, van de ene koffiebar naar het andere café slenteren, lekker gaan eten, elke avond naar theater, geen babysit moeten zoeken, niet op tijd thuis hoeven te zijn, uitslapen om het andere weekend, tinderen tegen de sterren op … Dat klopt ook, deels. (Als je tenminste even die verrekte pandemie uit de equation haalt.)

Maar co-ouderschap is ook: eindeloze, lege zondagen die zich triest voor je uitstrekken, wakker worden en kinderstemmen missen in huis, in je eentje door het park lopen en stiekem hopen dat je kinderen daar op dat moment toevallig ook zijn en dat je ze zal tegenkomen, een mager, blond jongetje van zes zien in de verte, je hart een hoopvol sprongetje voelen maken en hem vervolgens de hand van zijn mama zien vastnemen. Co-ouderschap is: je kinderen voor de rest van de tijd de helft van de tijd moeten missen. Afwezig zijn bij de helft van hun dagen. Geen theaterstuk kan tegen dat verdriet op.

Ik zou die eerste en tweede alinea perfect kunnen omwisselen van plaats. Dan zou het omdenken heten. In plaats van een pessimist zou ik een optimist zijn. Sommige dagen kan ik dat, maar vandaag is niet zo’n dag. Vandaag is mijn huis leeg en mijn hart weliswaar vol maar ook een beetje gebroken. Co-ouderschap is een soort van liefdesverdriet.

Overlevingsmodus

We hebben dapper volgehouden, allemaal. De winter bleef maar duren. We bleven onze huizen warm stoken tot eind mei, maar kregen het niet meer warm, niet meer tot in onze botten heerlijk warm. We overleefden op wilskracht, we bleven afspreken met mensen om niet te vereenzamen, in de regen en de kou en de wind, we probeerden elke ochtend het licht aan te steken in ons hoofd en een kleine portie verse moed te verzamelen, we bleven tegen de verveling en de eenzaamheid op toch maar elke dag flink werken, tussen diezelfde muren, altijd dezelfde muren. We bleven microbeslissingen nemen, elke dag. We bleven het allemaal oplossen. Alweer een kind in quarantaine: we lossen dat wel op. Alweer een verstrenging: we lossen dat wel op. Alweer onzekerheid hier en onduidelijkheid daar. We lossen het allemaal op. 1001 microbeslissingen, 1001 oplossingen. Overlevingsmodus aan.

Nu is het juni. Ik kreeg mijn eerste prik, het rijk der vrijheid lonkt. Maar nee, wacht, toch weer een kind in quarantaine, toch weer een vakantieland naar code rood. 1001 microbeslissingen, 1001 oplossingen. Nog steeds, elke dag. Maar intussen is daarbuiten ook het lawaaiierige leven terug opgestart. Er scheuren weer auto’s door mijn straat ’s nachts, de luchthaven heeft zijn actviteiten hervat, er is overal lawaai, er zijn te veel prikkels. Ik loop ongeveer acht uur per dag met noise cancelling headphones rond. Zwijg toch, wereld, wil ik roepen. Te. Veel. Prikkels.

Ik ben moe, doodop. Mijn reserves zijn al lang uitgeput. Mijn batterij was ook voor de pandemie halfleeg. Na de zomer start het leven weer, en moeten we er met verse moed en nieuwe energie weer vollenbak tegenaan. Maar welke energie en welke moed? Mogen we eerst even op krachten komen? Alstublieft?

Zootje van zes

Het mooiste jongetje van de wereld staat vrolijk te kletsen met zijn vriendjes in de rij. Hij toont aan de juf dat hij zijn losse melktandjes zelf heeft uitgetrokken. Ze lacht en aait over zijn bol. Hij praat vrolijk verder met zijn klasgenootjes. Hij heeft immers altijd wel iets te vertellen, mijn zootje van zes. ’s Morgens wanneer hij wakker wordt, begint hij eerst te babbelen en opent daarna pas zijn ogen. Hij is altijd vrolijk, mijn bijnalagereschoolkind, met zijn korte broek, zijn eeuwige glimlach en het kleuterboekentasje dat ooit met hem op stap leek te gaan, maar elk jaar een beetje kleiner leek te worden. Er is nooit een reden om niet te lachen. Het leven is licht en leuk. En als je iemand anders ziet huilen, trek je toch gewoon een gekke bek om hen op te beuren? Elke ochtend kijk ik wat langer naar hem. Het zijn de laatste weken. Straks is hij geen kleuter meer. Ik zie aan alles dat hij er klaar voor is. Hij wel. Maar ben ik dat ook?

Reflectie over verveling

Ik verveel me.
Het zit zo.
Voor de pandemie vond ik als introvert (of intern processende persoon, zoals Catherine, mijn favoriete psychologe op Clubhouse, het zo mooi noemde) de extraverte wereld altijd erg uitdagend. Gewoon een beetje bestaan, bracht vanzelf al enkele uitdagingen met zich mee. Ik moest immers de hele dag buiten mijn comfort zone functioneren. 

Nu is gewoon een beetje bestaan heel eenvoudig voor me. Het daagt me niet meer uit. Ik moet niet meer elke dag mijn eigen persoonlijkheid overwinnen om mee te kunnen in een wereld die gevormd werd door andere types persoonlijkheden. Mijn batterijtje gaat niet meer zo snel plat. 

Dat heeft veel positieve kanten. Ik heb voor het eerst in mijn carrière van 13 jaar een gezonde relatie met werk. Ik heb eindelijk een balans gevonden tussen de betrokkenheid die nodig is om mijn werk goed te doen en er elke weekdag 8 uur van mijn kostbare tijd aan te besteden enerzijds, en de onthechtheid die me in staat stelt om goed te slapen en in het weekend echt te deconnecteren anderzijds. Ik kan er alleen maar vol verwondering naar kijken en vaststellen dat dit jaar van totale afzondering de voorwaarde was om tot die balans te komen. Mijn empathisch vermogen wordt niet meer elke dag aangesproken door tientallen mensen, zonder dat ik er controle over heb. Mijn batterijtje loopt niet meer leeg door omstandigheden die me van buitenaf worden opgelegd. Ik hou mijn hart al vast voor wanneer de wereld weer normaler wordt, want normaal, dat is per definitie: extravert. 

Maar door die onthechting lijkt alles nu ook een beetje afgevlakt. Mijn emoties, mijn drive, mijn betrokkenheid. En daardoor blijf ook liefst in mijn comfort zone en zoek ik de uitdaging niet meer op.

Bijgevolg verveel ik me.
Loop ik toertjes in die vicieuze cirkel met een algeheel gevoel van: “Meh”. 

Verveling is natuurlijk relatief. Ik werk nog altijd 8 uur per dag op mijn betaalde job, run in mijn eentje een huishouden en zorg voor mijn kinderen. Dus het is niet zozeer dat ik niet genoeg dingen om handen heb. Maar ik kan me perfect dood vervelen terwijl ik de was plooi. Ik word zo weinig uitgedaagd. Er is zo weinig prikkeling. En hoe minder er is, hoe minder ik het zelf ga opzoeken, blijkbaar. 

Je zou verwachten dat uit verveling iets boeiends voortvloeit. Dat zoveel tijd en niets om handen ervoor zorgt dat ik eindelijk aan schrijven toekom. Maar nee. Ik lees amper. Ik schrijf niet meer. Ik verveel me alleen maar.

Ik denk dat ik een nieuwe skill moet leren. Ik wil iets leren dat me uitdaagt. Alleen kan ik maar niet bedenken wat. En blijk ik het moeilijk te vinden om iets in mijn eentje te leren. Ik heb externe druk nodig en een door iemand anders opgelegd doel, om de discipline te kunnen opbrengen om iets te leren. Anders lukt het niet om mijn aandacht erbij te houden. 

Daar sta je dan als introvert.
Blijk je toch niet zonder de anderen te kunnen

Maar dat wist ik natuurlijk al. 

Dus.
Heeft iemand een idee? 
Wie verveelt zich nog?

All the feels …

Soms ben ik bang dat ik apathisch word. Dat niets me nog iets kan schelen. Ik haal mijn schouders op bij dalende of stijgende cijfers, ik haal mijn schouders op bij alweer een persconferentie over alweer een overlegcomité.

Stappenplan

Net als zovelen ben ik al een jaar alleen. Ik werk een jaar thuis. Ik zie zo weinig mensen dat ik totaal doodop en ‘drained’ thuiskom als ik bijvoorbeeld eens met drie andere ouders heb gesproken op de speeltuin. Het lijkt wel alsof ik sociaal onaangepast ben geworden, alsof ik het allemaal niet meer zo goed aankan als vroeger. Het lijkt me ook meer moeite te kosten om dingen te regelen, omdat het niet meer zo vaak hoeft. Ik moet bij wijze van spreken een stappenplan voorbereiden om met mijn kinderen naar de tandarts te gaan, omdat ik een beetje vergeten ben hoe dat nu weer ging, naar buiten gaan. Gelukkig heb ik ook zeeën van tijd om zo’n stappenplan uit te tekenen.  

Mijn huis is dankzij mijn poetsvrouw en mijn zus (die een medaille verdienen) in de meest ordelijke staat van het afgelopen decennium. Tonnen historisch afval hebben we de afgelopen maanden buiten gedragen. Honderden babyspullen terug in de kringloop gebracht. Dat geeft me zo ontzettend veel rust. Ik hoef niet meer in de rommel te leven, met de frustratie dat ik te moe ben om de rommel ooit aangepakt te krijgen. Er is overzicht, er is beweegruimte, er is orde. Heerlijke orde. Ik heb mijn knuffelcontact bijzonder goed gekozen en ben haar eeuwig dankbaar.

Er is ook voor het eerst in een decennium niets ‘groots’ te regelen. Behalve overleven in een pandemie heb ik niets om handen. Voorlopig ben ik klaar met huizen kopen, leningen zoeken, een echtscheiding regelen, een euthanasie regelen, baby’s krijgen. Het is veel geweest de laatste jaren, maar nu is er alleen maar rust. Mijn huis en mijn leven zijn op orde. (Don’t jinx it, Sofie.)

Gewoon een beetje bestaan …

Ik voel me ook minder moe. Ik doe al een tijdje aan intermittent fasting, dus binge-eet niet meer in de zetel ’s avonds, ben bezig met een geen-alcohol-experiment (na een periode van ‘quarantiny gaat naar de glasbak’) en ik ga vaker op tijd slapen, omdat ik beter voel dat ik moe ben, doordat er weinig afleiding is daarbuiten, en ik dus alleen maar mezelf heb om op te letten.  

Ik ben onthecht van het werk doordat ik de collega’s met wie ik niet samenwerk al een jaar bijna niet meer hoor. We hebben te veel werk om elkaar ‘zomaar’ te bellen, maar daardoor kunnen we elkaar ook al een jaar niet meer opjutten met allerlei kleine en grote frustraties. Inhoudelijk doe ik mijn job graag, maar wat ik normaal meeneem naar huis, wat me normaal mijn slaapt kost, is een slechte sfeer, ongelukkige collega’s. Die dingen blijven nu al een jaar op veilige afstand.

Dat alles brengt me in een staat van kalmte en rust, waarvan ik soms bang ben dat het apathie of gelatenheid wordt. Of is het onthecht zijn en is dat net goed? Gewoon een beetje bestaan, zoals Peter De Graef het zo mooi zegt?

Hoe mijn hart van liefde overloopt

Maar soms, wanneer ik me zorgen begin te maken of ik nog wel genoeg vóel, kijk ik naar mijn kinderen. Martha, net 8 jaar geworden, van wie ik me afvraag hoe het toch mogelijk is dat ze zo hard lijkt op het kindje dat ik droomde dat ze zou worden toen ze nog in mijn buik zat, een soort van Hermelien-Matilda-meisje, maar toch gewoon mijn Martha, mijn kleine wijsneus (“Ik ben geen betweter, want betweters dénken alleen maar dat ze het beter weten.”).

Thomas, net 6 jaar geworden, en dus geen kleuter meer, zo groot al, maar tegelijk zo schattig, en zo lief, die de mond vol heeft van allerlei superhelden en me verontwaardigd aankijkt wanneer ik vraag of guardians of the galaxy en avengers niet dezelfde zijn, dan.

Ik kijk naar hoe ze samen spelen, hoe ze overleggen en debatteren, hoe ze samen in hun fantasiewereld kunnen verdwijnen, hoe dol ze op elkaar zijn, hoe veel ze aan elkaar hebben.

En dan lees ik Herman de Coninck, die schrijft

“mijn miniatuurmensje, mijn zelfgemaakt verdrietje”

of

“En allemaal samen hebben we dat zootje van zes.
(Zoontje bedoel ik, maar de schrijffout mag blijven staan.)
Vaak kan ik niet slapen
van het denken eraan.”

Dan springen de tranen in mijn ogen en voel ik hoe mijn hart van liefde overloopt.

De kracht van luisteren – over mijn nieuwe Clubhouseverslaving

Mijn dochter kan goed luisteren. Dat is haar talent. Ze luistert met een aandacht die ik lang niet meer gezien heb bij iemand. Of het nu het radionieuws is, een ambachtelijk voorgelezen verhaal, een luisterboek of gesprekken tussen volwassenen (mijn zus en ik) waar ze eigenlijk geen zaken mee heeft. Ze mist geen woord en onthoudt het bovendien. Ik heb daar bewondering voor. Door haar bezig te zien, wilde ik dat ook weer kunnen. Mijn hoge leestempo zorgde ervoor dat ik geen geduld meer had om te luisteren. Voorlezen gaat zo tenenkrommend traag in vergelijking met zelf door een tekst racen. 

Maar ik heb het mezelf opnieuw aangeleerd, geïnspireerd door mijn dochter. Het begon met podcasts, enkele jaren geleden, omdat ik die kon opzetten bij het wandelen of de afwas. Het maakte wandelingen minder lang en het huishouden minder hersendodend. Daarna ontdekte ik Storytel. In plaats van previews te lezen, luister ik nu geregeld stukjes audioboek. 

Maar nu heb ik een heel nieuwe luisterverslaving: Clubhouse.

Wat is Clubhouse?

Clubhouse is een nieuw socialemediaplatform gebaseerd op audio, alleen audio. Je kan in elke room binnenwandelen en mee luisteren naar gesprekken, die soms heel inhoudelijk zijn, en soms gewoon toogpraat. Als je zelf iets wil vertellen, steek je je handje op en kan je op het podium gaan staan. De app is verbazend intuïtief. Ik vond er ogenblikkelijk mijn weg. Clubhouse is een zeer laagdrempelige manier om sociaal contact te hebben en nieuwe stemmen te horen. Er is geen video. Er zijn alleen een profielfoto, een bio met een beetje tekst en de stem. Ik heb al verschillende mensen met telefoonangst horen zeggen dat ze Clubhouse onverwacht keitof vinden. Ik ook. Hoewel ik dat eerst niet van plan was, heb ik al verschillende keren op een podium gesproken.

Waarom ben ik zo enthousiast over Clubhouse? 

Ik ben al een jaar grotendeels alleen. Ik werk voltijds thuis en woon halftijds met en halftijds zonder mijn kinderen. Ik zie elke week dezelfde mensen (die ontzettend tof zijn, daar niet van), ik heb nog bitter weinig spontane ontmoetingen, hoor geen andere visies op het leven meer aan tafel in de middagpauze of tijdens een babbeltje aan de koffiemachine. Ik loop wat verloren in mijn eigen hoofd. Ik ben elke dag dankbaar dat ik goed alleen kan zijn, maar mijn manier van naar het leven kijken wordt nooit meer uitgedaagd. 

Nu hoor ik weer stemmen, andere stemmen, met andere levens, met andere visies. Ik hoor verhalen zonder ze te hoeven lezen. Ik praat met mensen (al blijf ik meestal in het publiek zitten. Maar dat is oké. Een publiek is altijd nodig. Ik ben graag het publiek). Ik leer bij, aan de lopende band. Omdat we nog met zo weinig zijn, kan ik mijn vragen rechtstreeks stellen aan mensen van wie ik vroeger naar lezingen ging of van wie ik boeken las. Ik moet vaak lachen. Ik ben vaak ontroerd. De verhalen die je op CH hoort, zijn echt en puur. De trollen zijn nog niet gearriveerd, dus mensen verschillen er meestal constructief en respectvol van mening. Op Clubhouse luisteren mensen naar elkaar en dat is zo ontzettend fijn. 

Stemhonger

Ik moet toegeven dat ik het ook wel fijn vind om nog eens ergens deel van uit te maken. Er zitten nog niet zo heel veel Belgen op. Het is een beetje als Twitter in het begin, toen het daar nog gezellig was en niet een arena van over elkaar vallende ego’s die om ter luidst roepen. Ik ben erbij, ik vind dat tof, en ik merk dat de meeste mensen in de Club dat enthousiasme over dit nieuwe dingetje delen. Een journalist van De Tijd bedacht het mooie begrip stemhonger. Wel, blijkbaar ben ik niet de enige met een enorme stemhonger na één jaar corona. 

Ik weet niet wat er met Clubhouse gaat gebeuren eens we weer naar échte cafés mogen en er met échte mensen mogen praten. Ik weet niet wat er met Clubhouse gaat gebeuren eens de trollen de app ontdekken. Maar for now is het reuzegezellig. Kom er gerust bij. Ik heb nog enkele invites staan voor wie wil (voorlopig alleen iPhone weliswaar). Opgelet, het is ontzettend verslavend, ge geraakt er niet meer weg …

Van witte mannen en boeken van vrouwen om niet aan voorbij te gaan – Mijn leesjaar 2020

Dit jaar heb ik 54 boeken (uit)gelezen, ondanks enkele langere leesdips. Daar zat heel wat schoons bij. Enkele hypes heb ik schaamteloos aan me laten voorbijgaan, omdat ik beslist heb om nog zo weinig mogelijk witte mannen te lezen. Ik let daarop, om de simpele reden dat je, als je er niet op let, alléén maar witte mannen leest. Heus waar. Je kan niet alles lezen, en als ik dan kan kiezen, lees ik liever een meesterwerk van een mij tot nog toe onbekende schrijfster dan van bepaalde gevestigde waarden die 20 jaar geleden al op mijn leeslijsten op school stonden. Ik heb overigens, vóór ik hier aandacht voor had, genoeg witte mannen gelezen voor een heel leven.

Girl, Woman, Other – Bernardine Evaristo *****

Zo kwam het dat ik tijd had om Girl, Woman, Other van Bernadine Evaristo te ontdekken, voor mij het Absoluut Allerbeste Boek dat ik dit jaar las. Volgens mij een klassieker in wording. Een heel belangrijk boek. Ik schreef een review van dit boek op Antwerpenleest, nu ik ook stadslezer ben.

Badass woman ook, die Bernadine. Ze heeft Martin Amis, wiens Time’s Arrow ik nog altijd tot mijn lievelingsboeken reken, condescending genoemd, omdat hij vond dat haar boek een prijs won uit politieke en niet uit literaire overwegingen. Als je meer wil weten over het relletje, Google it. Ik ben het eens met Evaristo en beslist niet met Amis. Dit boek is echt Literatuur, neem het maar aan van een kenner.

The Appointment – Katharina Volckmer *****

Dit boekje kwam op mijn radar door mijn favoriete FB-groep Iedereen Leest. Ik beluisterde het op Storytel, maar zal het nog eens moeten herlezen met het potlood erbij. Cynisch, grappig, wreed, choquerend, intelligent, schaamteloos, compromisloos. Hoeveel briljante gedachten kan je in een novelle van een slordige 100 blz. proppen? Ontzettend vaak hardop gelachen met dingen die ik zelf in geen 1000 jaar zou durven uitspreken, laat staan opschrijven. Heerlijk schandaalboek.

Varkensribben – Amarylis De Gryse ****

Een speciale vermelding voor het debuut van mijn oude vriendin Amarylis, waarover ik hier al schreef. Ik ben nu al benieuwd naar haar volgende boek!

Middlemarch – George Eliot (Mary Anne Evans) – nog niet uitgelezen 

Het fijne aan mijn leestempo van dit jaar is dat ik tijd had om zowel mee te zijn met wat dit jaar verscheen als om enkele klassiekers te (her)lezen. Vreemd genoeg kan eens aan een ambitieuze klassieker beginnen me soms uit een dramatische leesdip sleuren. Dit jaar had ik dat bijvoorbeeld met Middlemarch, dat ik nog lang niet uit heb en dat me dus nog vele uren plezier zal bezorgen in 2021. Ik beluister het boek op Storytel, voorgelezen door Juliette Stevenson, die stemmetjes doet zonder dat het ooit grotesk wordt. Hoe ze die vervelende Casaubon laat praten: geniaal gewoon. Ik begrijp helemaal waarom Virginia Woolf dit één van de enige boeken geschreven voor volwassenen noemde en kijk ook erg uit naar de aflevering van Boeken FM die eraan gewijd zou worden. 

De opwindvogelkronieken – Haruki Murakami ****

De opwindvogelkronieken is gedurende 1,5 jaar zo’n beetje mijn ‘safe place’ geweest, mijn favoriete (en minst destructieve) vorm van escapisme. Even vluchten naar die vreemde wereld van vermiste katten en opgedroogde waterputten gaf me altijd weer een beetje adem om met het echte leven om te kunnen. Zelfs wanneer ik er soms een maand niet in gelezen had, zat ik meteen weer in het verhaal als ik het opnieuw oppakte.  

Jane Eyre – Charlotte Bronte *****

Ik herlas ook Jane Eyre, ongeveer een half leven nadat ik het de eerste keer las. De eerste keer was ik de leeftijd van Jane, inmiddels ben ik even oud als de ‘oude man’ Rochester. Dat zorgt ervoor dat ik heel anders naar dit verhaal kijk als toen, maar het blijft absoluut één van mijn lievelingsboeken. Een iets uitgebreidere review schreef ik hier. Aan het schrijven van die review heb ik zelf veel plezier beleefd en dat is eraan te merken.

De meeste mensen deugen – Rutger Bregman *****

Ik heb dit jaar ook best boeiende non-fictie gelezen. Dit boek van Rutger Bregman was een terechte hype begin dit jaar. Ik heb het heel graag gelezen, want het bevestigde mijn mensbeeld. Joepie, ik ben niet naïef. De meeste mensen deugen echt.

Why we can’t sleep – Ada Calhoun ****

Dit boek maakte me erg opstandig, zoals je hier kan herlezen. Opnieuw een review die ik héél graag geschreven heb.

Notes to self  – Emilie Pine ****

Dit boekje zit in de categorie ‘boeken waarvan ik wilde dat ze al bestonden toen ik 14 was’, en ‘boeken die ik al in gedachten hou voor wanneer mijn dochter oud genoeg is’. Mijn dochter, die nu zelf ook leest, overigens. Zien lezen, doet lezen, zeggen ze. Dit beeld is letterlijk hoe ik me het moederschap gedroomd heb voor ik kinderen had:

Hamnet – Maggie O’Farrell – nog niet uitgelezen

Momenteel lees ik een boek dat in heel veel eindejaarslijstjes opduikt en ook bij mij kans maakt om het laatste vijfsterrenboek van dit jaar te worden. Ik zit bijna in de helft en voel nu al dat er traantjes gaan vloeien.

Ik heb natuurlijk nog veel meer goeie dingen gelezen dan wat ik hierboven heb opgesomd. Ik schrijf het hele jaar door reviews op Goodreads en nu en dan ook op Antwerpen Leest. Als je inspiratie zoekt, kan je me daar dus volgen. 

2020 was een goed leesjaar, zoveel is zeker. Naast de mooie momenten met mijn knuffelcontact en de talrijke wandelbabbels met vriendinnen zal ik me van 2020 toch vooral die heerlijke leesuren, in de tuin, in de zetel, in bed, in bad, … herinneren en dat mijn kinderen me soms mijn Kobo komen brengen als ze zien dat ik gewoon ergens zit zónder te lezen.

Op naar een even goed leesjaar 2021 …

De dreiging van normaal

Mijn zoontje kijkt naar de roze wolken en de ondergaande zon: “Wij zijn gelukzakken hé, mama, dat wij dat kunnen zien.” 

Het is eind november. Ze hebben weer een woensdagnamiddag zonder jas kunnen buiten spelen en in de bomen klimmen. We kunnen van 2020 veel zeggen, maar ‘t is heel vaak heel schoon weer geweest. De zon is vele malen prachtig op- en ondergegaan en ik heb er vaker bij stilgestaan. Terwijl ik dit schrijf, valt er weer een magistraal licht op de bomen in de tuin. Zolang de zon blijft shinen zoals ze dat al miljoenen jaren doet, komt alles goed. 

Winterslaap

Mijn jaarlijkse herfstvermoeidheid is erger dan ooit. Ik heb dit jaar te hard gewerkt, me te veel in haarspeldbochten gewrongen om al mijn rollen te combineren. Corona heeft mijn leefritme niet vertraagd, integendeel. Als de village to raise a child helemaal wegvalt, is de druk op de gezinnen hoger dan ooit. We combineren ons een ongeluk, maar alle leuke dingen die de druk van de ketel kunnen halen, zijn geschrapt. Dat eist zijn tol, en dan spreek ik zeker niet alleen voor mezelf.  

Ik wil in winterslaap en niet meer moeten buitenkomen. Dit jaar is het nog verleidelijker om me in de allenigheid te wentelen dan andere jaren. Ik begrijp niet veel van fysica, maar wel dat een lichaam dat in rust is in rust wil blijven en dat een lichaam dat ligt te vegeteren in de zetel, wil blijven vegeteren. Hoe langer de eenzaamheid duurt, hoe moeilijker ze te verbreken. 

Silver blessings …

Het sociaal contact dat ik kan krijgen, grijp ik met beide handen. Ik ben blij dat mijn vriendinnen me naar buiten sleuren, ook als het regent, en dat een avond wandelen, giechelen en schaterlachen me toch weer energie geeft om de volgende dag aan te kunnen. Ik ben blij met mijn wijs gekozen knuffelcontact en de zalige dagen die we al samen hebben doorgebracht. Silver blessings, count your linings … Of zoiets. 

2020 heeft me geleerd om de kleine dingen meer te appreciëren: speeltuinen die open zijn, een glas rode wijn op café, dat soort dingen. Ik dacht dat ik dat al geleerd had door de afgelopen jaren: het verliezen van mijn mama, mijn scheiding en het verliezen van een kerngezin … Maar die zaken zijn individueel, en je kan daar wel dingen uit leren, maar je moet ook gewoon blijven functioneren in een wereld die die wijsheid nog niet verworven heeft. 

Moral fatigue en de dreiging van normaal

2020 is anders. We zijn allemaal collectief en mondiaal in rouw. We zijn allemaal collectief en mondiaal tot in elke vezel vermoeid. Op een podcast hoorde ik een uitstekende uitleg over moral fatigue. Dat pakweg een brood gaan kopen nu veel meer denkwerk vergt dan vroeger: heb ik mijn mondmasker bij, zijn mijn handen ontsmet, hoe lang zal de rij bij de bakker zijn … Wanneer we thuiskomen met ons brood zijn we uitgeput. Dat is normaal, dat hebben we allemaal. De gewone dingen zijn niet meer gewoon. 

De zon die opkomt boven de luchthaven op een willekeurige schoolochtend …

Waar ik het bangst voor ben, nu, is dat we uiteindelijk niks geleerd zullen hebben. Dat we de speeltuinen en dat glas rode wijn op café binnen de kortste keren weer for granted zullen nemen eens dat vaccin er is. Dat we collectief zonder nadenken weer in die rush zullen stappen en de op- en ondergaande zon niet meer zullen zien. Hoezeer ik ook verlang naar een leven waarin ook de leuke dingen weer kunnen en waarin de dreiging van dat virus weg is, ik voel nu ook een enorme dreiging van normaal. En ik heb geen idee wat ik daar als individu tegen kan beginnen. 

Ik neem me alvast één iets voor: blijven kijken naar de roze wolken en de ondergaande zon. 

Wij zijn gelukzakken hé, dat we dat kunnen zien!