Auteursarchief: Sofie

Er zijn geen hokjes in mijn hoofd

Soms is het leven overweldigend. Het kan zomaar gebeuren. Enkele nachten te weinig geslapen, te veel gepiekerd, en enkele dagen te weinig alleen geweest met mijn gedachten, en plots begin ik onbedaarlijk te huilen, de hele autorit van Brugge naar Antwerpen, om maar een voorbeeld te geven. Als iemand me zou vragen: waarom huil je nu, kan ik alleen maar zeggen: om alles. En zo is het ook. Ik huil dan omdat mijn moeder dood is, omdat Meggie dood is; ik huil omdat ik eenzaam was als kind, en ik huil van ontroering omdat ik later wél verwante zielen tegenkwam; ik huil omdat de muziek die ik hoor zo schoon is, en ik huil omdat de Kennedytunnel zo lelijk is. Ik huil omdat ik mijn kinderen doodgraag zie, maar dat ik ze evengoed achter het behang wil plakken. Ik huil, omdat het leven een rommeltje is (maar de meest wonderlijke rommel). Ik huil omdat ik het moederschap zonder moeder zo zwaar vind, en had ik dat nu echt niet op voorhand kunnen weten? Ik huil omdat het leven te veel is voor me, en tegelijk niet genoeg. Ik huil, omdat ik niet weet waar eerst te beginnen. Ik huil omdat ik niet weet waar het ophoudt. Ik huil, en dan stop ik, en dan begin ik opnieuw. Alles komt ongefilterd binnen. En ’s avonds ga ik naar het zesde metaal en ik huil nog wat, want de kraan stond toch al open en ook Wannes komt ongefilterd binnen. Mijn zenuwen liggen bloot. Alles valt over elkaar heen. Mijn hoofd is gelijk een kuip mortel die van een stelling valt. (Of als mijn living nadat mijn kinderen gepasseerd zijn.) Er zijn geen hokjes in mijn hoofd om dingen in weg te duwen. Het is zo verschrikkelijk vermoeiend om zo intens te voelen, maar ook zo verschrikkelijk schoon.

een kwestie van organisatie #2

Mijn droogkast is uiteindelijk geleverd. Dat heeft nogal wat voeten in de aarde gehad en de nodige assertiviteit vereist, maar hij staat er! Hoera. Helaas is in de tussentijd mijn wasmachine kapot gegaan, uiteraard. Ik heb een abonnement op Alanis Morissette. Het hele huis davert op zijn grondvesten tijdens het centrifugeren, foute boel. De hersteller komt woensdag, en zodoende staat mijn kelder nog steeds vol vuile was. Die lakens en handdoeken van nieuwjaar heb ik echt niet zo dringend nodig. Als ze tegen december gewassen zijn, zit ik op schema. Maar een week zonder proper ondergoed, dat is zelfs voor mij een brug te ver. Dus ik heb mijn zaterdagochtend toch maar in de wasserette doorgebracht. Er zijn weinig plekken die zo ongenuanceerd lelijk zijn als de wasserette. Er hangt een nadrukkelijke eenzaamheid in de lucht. Het is een plek waar je niet wil zijn. Tenzij … je moeder bent van twee kleuters, die je thuis in het lawaai en de rommel kan achterlaten om een uur op een stoel te gaan zitten met je Kobo, een croissantje en Tom Waits. Ja, het is er koud, maar je hebt een dikke jas aan. Ja, die stoel is hard, maar je kan erop blijven zitten zonder dat iemand ‘mama’ roept. Me-time! Ik ga die hersteller afbellen denk ik.

een kwestie van organisatie

Ik heb al een tijdje het gevoel dat één van mijn bestaansredenen is dat ik andere mensen een goed gevoel kan geven over hun huishoudelijke skills. Die van mij zijn sowieso slechter. Dan die van iedereen. Echt. Bijwijlen verbaast het me dat we hier met zijn vieren levend blijven onder mijn gebrek aan organisatie.

Vandaag zou mijn nieuwe droogkast geleverd worden. (De vorige heeft het stopcontact doen smelten, twee weken nadat ik aan vriendinnen vertelde dat ik het erg zou vinden als er iets met mijn machine was, want ik had dat nog van mijn moeder gekregen. Insert Alanis Morissette.) De levering van die droogkast kwam niets te vroeg, want doordat we op nieuwjaarsvakantie in panne zijn gevallen met de auto, die auto inclusief de vuile was naar de garage lieten slepen, en hem pas vorig weekend konden ophalen, maar ik inmiddels dus zonder droogkast zat, staat mijn kelder bomvol nog te wassen lakens en handdoeken.

Twee sympathieke kerels arriveerden op het afgesproken tijdstip, haalden mijn oude toestel uit de kelder en … kregen het niet door de schuifdeur, want daar zit een rem op. De deuropening is 59,5 cm, de machine 59,8 cm. Ik verzin dat niet. Ze probeerden die rem los te krijgen (wat ze eigenlijk niet mogen, maar ik zei het al, ze waren aardige jongens). Helaas lukte het niet. Ze moesten te onverrichter zake terugkeren, met mijn nieuwe machine in hun camion. Zodoende heb ik nog altijd mijn handdoeken en lakens van nieuwjaarsvakantie niet gewassen en MORGEN IS HET FEBRUARI!

Adulting is hard. Ik wil mijn mama.

 

(Intussen kwam de klusjesman al langs om die rem los te maken, heb ik een nieuwe leveringsdatum voor mijn droogkast geregeld, hangt er her en der in huis was te drogen, en heb ik zelfs een chocoladetaart gebakken, dus hé, totally on top of things!)

As we speak #6

Adulting is hard

Ik verzuip. Ik prijs mezelf nog steeds gelukkig omdat ik eindelijk een job vond waar ik zelfs op maandagmorgen maar een beetje tegenop zie. Maar het is wel veel: 90 procent werken, twee kinderen, een huishouden dat voortdurend uit zijn voegen barst, auto’s die in panne vallen, stekkers van droogkasten die smelten in het stopcontact. Adulting is hard, and as it turns out, I’m not equipped for it. Ik ben en blijf de überchaoot. Dat neemt soms problematische vormen aan. De weekends zijn te kort om mijn zaakjes op orde te krijgen. Als ik een manier vond om de dingen gestructureerder aan te pakken, zou ik minder verzuipen, maar ik weet niet hoe dat moet. Ik had beter naar mijn moeder moeten luisteren toen dat nog kon. Ik heb wel oren naar wat de prinses schreef over een planningsondersteuner, dus als iemand ambities in die richting heeft en een testchaoot zoekt om op te oefenen, I’m your woman.

(Sommige andere momenten vind ik mezelf echt superwoman. Wanneer mijn zaterdag om 5u30 begint, en ik er toch in slaag om mijn kinderen levend te houden, ‘grote commissies’ te doen met de fietskar, te wassen en te plooien en superefficiënte lasagne te maken van de spaghettisaus van de dag voordien, en er tussendoor nog in slaag om een boek te lezen, dan steek ik een dikke pluim op mijn hoed. Nailed it.)

(Of wanneer ik op zondagavond mijn plots ziek geworden zus met haar kinderen naar huis breng met haar auto, en dan vanuit Brugge de braintrain richting Antwerpen neem, een enkeltje melancholie, want de laatste keer dat ik op zondagavond die trein nam, zwaaide mijn moeder me nog uit, ze zwaaide tot het gênant werd, liep zelfs nog een stukje mee toen de trein vertrok, en nu was ik daar dus weer, op zondagavond in het station van Brugge, en ik vroeg een ticket naar Antwerpen, en de man aan het loket vroeg, ik weet niet of het uit vriendelijkheid was of dat hij het meende: “jonger dan 26 neem ik aan?”, en ik lachte luid, en zei: “euh. nee. maar bedankt”.)

Lezen

Oké, ik geef toe dat ik mijn huishouden soms ook wel moedwillig verwaarloos, omdat ik lezen leuker vind dan stofzuigen. Ik ben momenteel een alomvattend boek aan het lezen, het soort van boek waarmee je om half negen ’s avonds in bed kruipt: ‘Max, Mischa en het tet-offensief’. Ik schreef er hier ook al over. Het gaat over … alles. Over Beckett, Ionesco, muziek, fotografie, kunst, andere boeken, over de liefde, over heimwee, nostalgie, over de Vietnamoorlog, over Apocalypse now. Er staan prachtige, lange zinnen in, maar soms ook hele korte – “Mens zijn is een fulltime baan, Max” – en briljante ideeën. Dit boek bestaat, dus ik hoef er nooit meer één te schrijven: dat gevoel.

Verder ben ik ook bezig in ‘Riskante relaties’, de nieuwe vertaling van ‘Les liaisons dangereuses’, want dat is een boek dat je toch ooit gelezen moet hebben. Het is amusant, maar ook om de muren van op te lopen, zeker in tijden van #metoo.

Kijken

Ik heb eindelijk Twin Peaks uitgekeken, en heb ervan genoten. De voorlaatste aflevering was subliem. Ik hield mijn adem een uur lang in. Ook in andere afleveringen zaten prachtige scènes. I cried actual tears for Ed & Norma. Emotioneel kieken, ik?

Nog zoiets emotioneels: ik zag ook ‘Me before you’. Spoiler alert. Ik las het boek in december 2013, twee maanden voor mijn moeder verlamd werd en anderhalf jaar voor ze euthanasie kreeg. Ik heb de link nooit gelegd. Toen ik begon te kijken, had ik dus ook niet door dat dit voor mij misschien niet de beste film was. Toen het me eindelijk weer begon te dagen waarover dit verhaal eigenlijk gaat, was ik al te lang aan het kijken om er nog mee op te houden. Tranen met tuiten. Maar dat kan ook al eens deugd doen.

Fietsen beats pendelen

Zelfs wanneer het stormt en de regen valt in dikke druppels op mijn blauwe helm, zelfs wanneer ik platte band heb, mijn fiets moet achterlaten aan het fietspunt en op mijn hakken te voet naar huis moet, zelfs wanneer ik al twee keer op dezelfde plek ben uitgegleden (verraderlijk bochtje, daar in de Molenstraat) en me stilaan afvraag of ik niet beter kniebeschermers dan een fietshelm zou dragen, zelfs dan vind ik het nog steeds heerlijk dat ik elke dag met de fiets naar het werk mag. De fiets is beter dan de trein, sowieso. De enige treinvertraging waar ik nu nog last van heb, is wanneer de bareel aan het station van Mortsel naar beneden is. Ik kijk dan naar de mensen in de trein die voorbijrijdt, en ik denk: jullie zitten daar en ik sta toch maar lekker hier. Dat denk ik zelfs wanneer de hagel intussen in mijn gezicht striemt. Ik had gedacht dat de gewoonte het inmiddels wel zou hebben overgenomen van de euforie, maar misschien heb ik daarvoor net iets te lang gependeld. Fietsen naar het werk, dat is voor mij de definitie van klein geluk.

Het station van Brugge in de regen op zondagavond

Klein geluk #7 – Max, Mischa & het tet-offensief

“Mens zijn is een fulltime baan, Max.”
(Max, Mischa en het tet-offensief)

Het is zaterdag, twee uur. Zoon slaapt in het grote bed. Dochter speelt in haar kamer met een vriendinnetje. Ze zijn inmiddels op een leeftijd gekomen dat het gemakkelijker is wanneer er iemand komt spelen, dan dat ik de hele dag dingen moet verzinnen om hen bezig te houden. Ik zit in de zetel, lees ‘Max, Mischa en het tet-offensief’ en luister naar de bijbehorende soundtrack op Spotify. Buiten vallen dikke regendruppels op het terras dat, hoewel het al januari is, nog steeds bedolven is onder herfstbladeren. Andere volwassenen hadden dat vast al opgeruimd, bedenk ik me, wanneer ik van mijn boek opkijk en naar buiten staar. Maar het is zo mooi: die bruine bladeren op ons terras en in het groene gras, de regen en de droevige gloed die over de tuin hangt … De muziek die door de boxen klinkt, raakt me, past bij het boek en de regen. Het zijn Charles Mingus en Cannonball Adderley. Mooi, zo mooi. Dit boek gaat over alles, en het gaat diep. Ik geniet. Eigenlijk zou ik moeten: de was ophangen, de was plooien, de tafel afruimen, de boodschappen in de kasten leggen, opzoeken welke droogkast we gaan kopen en waar, het speelgoed opruimen … Maar eigenlijk moet ik ook niets. Ik moet niet meer naar buiten vandaag en alles wat ik zou moeten, kan ook wachten tot morgen. Het is zaterdag. Zoon slaapt. Dochter speelt. Ik lees. En dat mag.

Metamelancholie

Meer dan tien jaar geleden zat ik elke zondagavond zwijgend naast mijn vader in de auto. Hij bracht me naar mijn kot in Gent, in de koffer zaten doosjes met eten, propere was en boodschappen. Tijdens de rit, die vaak meer dan een uur duurde, droomde ik over de jongen die op dat moment mijn hart beroerde of dacht ik na over wat ik in hemelsnaam zou aanvangen met mijn leven eens ik mezelf echt germaniste mocht noemen. Ik keek door het raam, maar zag de weg niet. We luisterden naar ‘Vragen staat vrij’ op Radio 2, honderden mensenlevens verpakt als verzoeknummers. De cadans van de stem die de brieven voorlas, bracht me in andere werelden die stuk voor stuk even banaal waren als de mijne. Na vier jaar verbaasde mijn vader zich erover dat ik nog steeds niet wist langs welke weg we reden. Hij wist niet hoeveel levens ik beleefd had tijdens die autoritten. Wanneer ik op mijn kot aankwam, luisterde ik naar Duyster, zoals melancholische zielen in die tijd hoorden te doen, terwijl ik de koelkast met eten en de kleerkast met propere was vulde, en met mijn beste vriendin over Uiteindelijke Geliefdes praatte. We dachten dat onze dromen groots waren, maar ze waren zo klein.

De banaliteit waarmee ik in mijn huidige huisvrouwenbestaan op zondagavond brooddozen vul en rommelige hoopjes kleren voor de volgende dag klaarleg, heeft nog weinig te maken met de romantiek van die eindeloze avonden op kot in Gent. Voor de propere was, de boodschappen en het eten zorg ik nu zelf, en niemand brengt me nog ergens naartoe. En ik dacht dat ik het ontgroeid was, maar blijkbaar kan je dat niet ontgroeien, romantiek is als een basilicumplant: ze laat haar hoofdje heel snel hangen, maar zodra ze één druppel water krijgt, springt ze veerkrachtig terug tot leven. Mijn neiging tot onbestemde melancholie kreeg de afgelopen tijd vele druppeltjes water: ik herlas De ondraaglijke lichtheid van het bestaan (Es muss sein!), bekeek het derde seizoen van Twin Peaks (damn good coffee), hoorde mijn moedertaal op zijn schoonst in De Roma (’t is nog al nie na de wuppe), en om het allemaal nog wat meer gewicht te geven, dook ik in oude, onverstuurde liefdesbrieven aan onbeantwoorde liefdes, terwijl Spotify de Duyster-playlist afspeelde. Van de weeromstuit was ik weer zeventien, zat ik op zondagavond op dat kot in Gent, toen het leven nog simpel was en we niet hoefden na te denken over eten en propere was, maar gewoon door het raam konden staren en dromen van liefdes waar toevalligheden naartoe zouden vliegen als vogels naar de schouders van Franciscus van Assisi. Ik werd er zowaar melancholisch van, en vraag me af: kan je melancholisch zijn naar toen je nog melancholisch was?

As we speak #5

 ’t Is winter en ik ben wreed content. Meestal toch.

 

Op een dag vind je de job van je leven
Mijn post over ongelukkig zijn op het werk van vorig jaar wordt nog steeds elke dag gelezen, maar inmiddels is me overkomen wat ik niet meer voor mogelijk hield: ik heb een leuke job gevonden. Na een korte maar ontnuchterende passage in het middenveld ben ik toch maar teruggekeerd naar het boekenvak, en ik heb het gevoel dat ik thuisgekomen ben. Mijn dagen zijn gevuld met boeken lezen – en daarvoor betaald worden hé mensen – en my inner girl geek herontdekken. Ik zit daar op mijn plek. En mijn plekje is bovendien te midden van het groen en op een kwartier fietsen van thuis, ik ben met mijn gat in de boter gevallen.

 

A chaotic mind is a burden forever
Maar het blijft een enorme uitdaging natuurlijk. Ik werk nu 90 procent, en met 100 procent gedrevenheid, wat oneindig veel meer is dan de afgelopen jaren. Als ik mijn werkweken maximaal voorbereid in het weekend – door kleren klaar te leggen, weekmenu’s te maken, collect-and-go’s te bestellen en te plannen wie wanneer brood gaat kopen – krijgen we het allemaal net gecombineerd. Maar laat dat plannen nu net de hele moeilijkheid zijn als je zo’n chaotisch hoofd hebt als het mijne. Dus nu en dan is het pompen of verzuipen, en nu, twee weken voor de vakantie is het gewoon verzuipen: zieke kinderen, te veel werk, te veel rommel in elk hoekje van mijn huis, en alleen maar sokken zonder compagnon. Het is tijd dat het vakantie is, tijd om te herbronnen, tijd om even pauze te nemen, prioriteiten te herschikken, planningen te maken en er daarna weer tegenaan te gaan. En misschien toch eens die cursus mindfulness bij Dorine inplannen …

 

Leeslust
Ook na een dag te midden van de boeken kruip ik ’s avonds wat graag in  bed met een … boek. Meestal wel in een ander genre dan wat ik overdag lees, met minder voetnoten vooral. Ik heb enkele maanden geleden besloten om geen tv meer te kijken (op enkele uitzonderingen na), en ik heb daar nog geen spijt van gehad. Mijn goodreads challenge ga ik maar net halen, maar dat is omdat goodreads halve boeken niet meetelt voor de challenge. Ik begin vaak in boeken om ze niet uit te lezen. Mijn aandacht heeft wat last van Wanderlust.

 

Wanderlust
Niet alleen mijn aandacht heeft last van Wanderlust. Ik ben zelf ook veel op pad tegenwoordig. Na vijf jaar onder de steen van het nieuwe moederschap te leven heb ik plots weer goesting om mijn kopje buiten te steken en de stad te herontdekken. En wat blijkt, de wereld is niet opgehouden met draaien omdat ik even met iets anders bezig was. De terrassen van de Dageraadplaats zitten nog steeds elke avond afgeladen vol, winters en zomers, in de week en in het weekend. In De Roma hebben ze deze maand alle muziek geprogrammeerd die ik grijsdraaide op mijn allereerste MP3-speler, dus ik ging al naar het zesde metaal en naar DAAU (hoe mooi was dat!), en volgende week gaan we naar Spinvis. Het is genieten, en tegelijk word ik er zo klotemelancholisch van.
 
Twin Peaks
Ik schreef al dat er uitzonderingen zijn op mijn geen-tv-meer-regel. En voor Dale Cooper maak ik met plezier een uitzondering, al is ook dat geen goede zaak voor mijn neiging tot onbestemde melancholie. Ik kijk naar dat derde seizoen van Twin Peaks met een glimlach die even breed is als die van the one and only Coop himself. Twin Peaks plus combistress equals coffee, dus ik drink tegenwoordig sloten koffie, alsof het zou helpen. En om me daarbij te helpen heb ik als vroeg kerstcadeau deze fantastische tas gekregen. En als je niet begrijpt wat zo fantastisch is aan die tas, dan moet je dringend naar Twin Peaks beginnen kijken.

Helden: Tom Lanoye – Solo Ten Oorlog

Tom Lanoye bracht Solo Ten Oorlog. Ik heb er al tien jaar spijt van dat ik twintig jaar geleden de oorspronkelijke voorstelling niet zag, en wacht al even lang op een herneming. Toch had ik aanvankelijk geen tickets voor deze solo besteld, omdat ik niet echt geloofde dat het goed ging zijn. Maar toen mijn schrijfcollega Kantlijne liet weten dat ze kaartjes over had, kon ik daar toch geen nee tegen zeggen. En man, hoe goed was dat!

Lanoye is een performer en taalvirtuoos pur sang. Zijn ode aan de taal – die van Shakespeare en die van Lanoye – was machtig. Het ging over schrijven, in vijfvoetige jamben, al dan niet op tweeregelig rijm. Het ging over registers en over hoe de taal van elk personage zijn karakter bepaalt. Hij vermengt Engels met Nederlands, hoge met lage registers zoals niemand anders dat kan. Hij sneerde naar Guido Gezelle – ‘knapenschender par excellence’ – en de zeemzoete verzen van Alice Nahon. Hij mag dat. Zijn humor is subliem. Lanoye zet zichzelf graag in de spotlights, maar is niet te beroerd voor zelfspot. Terwijl hij in zijn eentje allerhande wufte danspasjes te berde bracht op het podium, mompelde hij: ‘Wat een mens allemaal niet moet doen vlak voor die boekenbeurs. Ziet dit eruit alsof het boekenvak dood is dan?’ Ik heb er tonnen bewondering voor dat iemand die zichzelf wel graag moet zien om zo’n show te verkopen en zo’n pen te hanteren, toch zo graag de spot drijft met zichzelf.

Ik moet wel toegeven dat het me ontzettend onzeker maakt, en dat ik na de voorstelling meteen de handdoek in de ring wilde gooien met dat hele schrijven van mij dat sowieso al maanden in het slop zit. Als ons taalgebied al een Lanoye heeft (wiens beste boek ook nog eens ging over zijn moeder die een beroerte kreeg en haar taal verloor, damn you Lanoye) wat zou om het even wie anders dan nog voor meerwaarde hebben? En als die Lanoye zo van ’t kieken durft te geven op een podium, wat zou een middelmatige schrijver met podiumvrees dan ooit kunnen bereiken?

Ach, waarom zou je schrijven als je ook kan lezen? Ik ga van deze feestdag profiteren om verder te lezen in Zuivering. Leve Lanoye!

© Filip Van Roe

Opruimen: tip van de dag

Mensen die mij een beetje kennen, fronsen voorzeker de wenkbrauwen wanneer ze de titel van deze post lezen. Gaat Sofie opruimtips delen? Er zijn geen zekerheden meer! Wees gerust, het is hier nog steeds een rommel van jewelste. Maar wanneer ik niet naar mijn sleutels aan het zoeken ben, schrijf ik wel eens een verhaal. David Troch koos mijn handpalmverhaal ‘Opruimen‘ uit als tip van de week op Azertyfactor, een schrijfplatform van Creatief Schrijven. Dit schrijft hij:

“Openingszinnen. Ik heb iets met openingszinnen. En zonder twijfel vele andere lezers met mij. Van meet af aan wil ik verrast en meegezogen worden. Dat effect heeft de eerste zin van ‘Opruimen‘. Bij het opruimen gooi je allerlei rotzooi weg, maar je oma? Heerlijke verrassing! Lekker ongewoon. Al zie ik Pipi Langkous het zo doen. De tweede zin vergroot de absurditeit alleen maar. Met overdrijvingen kun je in dit soort verhalen niet te veel overdrijven. Sofie trekt de lijn in het hele flitsverhaal dusdanig goed door dat ik haast geloof dat het allemaal waargebeurd is. Geloofwaardigheid, minstens net zo belangrijk als een openingszin die de lezer het verhaal inzuigt.”

En als je een half minuutje tijd hebt, kan je mijn verhaal hier lezen:

Opruimen

Nadat ik een boek over opruimen las, waarin stond dat ik alleen moest houden waar ik blij van werd, gooide ik per ongeluk mijn oma weg. Het duurde wel twee weken voor we het merkten. Papa was niet blij. Hij zei dat ik oma moest gaan zoeken. In de kringwinkel en het containerpark herinnerden ze zich niets van een binnengebrachte oma. ‘Maar eigenlijk missen we haar toch ook niet,’ zei ik. ‘Daar heb je gelijk in’, zei hij. ‘Zie je wel dat je van opruimen blij wordt’, zei ik, en ik gooide hem bij het grofvuil.

Peter De Graef, ik verklaar u de liefde

Er zijn maar weinig liefdes die standhouden van je 17de tot je 32ste. Ik heb er vier: Leonardo DiCaprio, Harry Potter, Tom Lanoye en Peter De Graef. Vorige week heb ik de laatste twee live aan het werk gezien. Het was een goede week. Op dinsdag zag ik mijn favoriete taalvirtuoos Lanoye bezig op de voorstelling van zijn nieuwe boek. Die man horen spreken, is een genot. Wat hij vermag met taal … het is weinigen gegeven. En vrijdag ging ik naar de première van ‘Twee zielen, drie levens, zes mensen’ in CC Berchem, van die andere taalvirtuoos en misschien wel de grootste mijner oude liefdes: Peter De Graef. Ik wil al jaren iets over die liefde schrijven, maar elke keer ik eraan begin, komen er alleen krakkemikkige zinnen uit mijn vingers. Maar ik moet toch eens gezegd hebben wat ik wil zeggen, al is het dan maar in krakkemikkige zinnen.

‘Want weet ge… Principes, overtuigingen, visies, theorieën, bewijzen …. Ach, ach, ach …. Dat is allemaal maar speelgoed. Dat is voor kinderen. En speelgoed sterft als ge ouder wordt. Ge kunt op uw twintigste uwen beer nog wel’s vastpakken en hem wat recht zetten, Maar hij leeft niet meer. Hij heeft nooit geleefd. Dat hebt ge zelf gedaan. We hebben vroeger een eerste minister gehad en die zei: Principes die moet ge uiteindelijk lossen … En dan moet ge dat doen zoals ge op een receptie een wind lost. Behoedzaam. En zonder al te veel… Herrie. Dat was een wijze mens.’ (Uit Niks, Peter De Graef)

‘Niks’ moet één van de eerste stukken zijn die ik ooit zag. We moesten voor Nederlands naar het theater gaan en recensies schrijven. Als 17-jarige was het theater totaal nieuw voor mij. Net als de meeste klasgenoten koos ik ‘Niks’ uit de lijst van de leerkracht. Ik zie ons daar nog zitten in dat kleine zaaltje in De Werf in Brugge. Ik herinner me nog flarden van het stuk, maar wat me vooral nog glashelder voor de geest staat, is het gevoel dat ik erbij had. Ik was totaal overdonderd. Dat zoiets bestond. Dat iemand zoiets kon schrijven. Dat iemand zoiets op een podium kon brengen. En dat ik ernaar mocht kijken. Jaren nadien citeerden mijn beste vriendin A. en ik nog zinnen uit dat stuk. ‘Wij zijn twee zebra’s in een veld vol ezels’, werd onze persoonlijke lijfspreuk. We dweepten zoals alleen 17-jarigen dat kunnen. Nu, vooral ik dweepte. A. was altijd minder dweperig van aard.  Maar ik was een 17-jarige germaniste-in-spe. Dwepen was mijn plicht.

Voor mijn recensie kreeg ik 9,5 op 10. De lerares had een half punt afgetrokken voor een dt-fout die ik mezelf nooit vergeven heb. Ik sloot mijn recensie af met de woorden die Peter De Graef uitspraak terwijl hij zich kletsnat liet regenen: ‘Maar vanbinnen word ik toch niet nat’. En ik ben er dus in geslaagd om ‘wordt’ te schrijven, zo onder de indruk van Peter De Graef was ik. Intussen heb ik al twee keer mijn zolder ondersteboven gekeerd op zoek naar die recensie, waarvan ik zeker weet dat ik hem nog lange tijd bewaard heb, maar ik vind hem niet meer terug. Zo spijtig.

‘Waarom moeten wij allemaal ons hele leven wankelend op een overmaatse surfplank staan gillen dat we ons amuseren? Waarom mogen wij niet gewoon ademen en That’s it. Ik adem! Ik zit hier en ik adem.’ (Uit Niks, Peter De Graef)

Daarna heb ik jarenlang niets van hem gezien. ‘Niks’ was voor mij zo’n unieke belevenis dat het niet in me opkwam dat Peter De Graef misschien nóg mooie dingen maakte. Tot ik hem jaren geleden heel toevallig en ik weet zelfs niet meer hoe herontdekte, met ‘Zielsverwanten’ of ‘Stanley’, denk ik, en ik dacht: hé, was hij dat niet, en ik de tekst van ‘Niks’ terugvond en ik tranen met tuiten huilde bij de herontdekking van dat moois. Sindsdien heb ik bijna alles gezien. Ik nodigde eerst drie, dan vijf, dan tien mensen mee uit, tot ik voor ‘Onze Koen’ vergat tickets te bestellen omdat ik inmiddels vijftien mensen uitnodigde. Nu neem ik er nog maar drie en mijn man mee, op voorwaarde dat ze binnen het uur reageren wanneer ik vraag: ‘Ga je meer naar Peter De Graef, ik bestel nu tickets’. En zo zaten we daar vrijdag, met zijn vijven, in het zachte, rode pluche van CC Berchem om opnieuw totaal overdonderd te worden door woord en beeld en ideeën en muziek. En ondanks het zachte pluche zat ik ademloos op het puntje van mijn stoel tot het voorbij was. Peter De Graef raakt me nog steeds even hard als hij dat een half leven geleden deed. Die man is een genie.

Nu ben ik 32 en ik dweep nog steeds als een 17-jarige. Maar het is niet dwepen als het goed is. Als je de kans krijgt om ‘Twee zielen, drie levens, zes mensen’ te gaan zien, doe het. Ge zult er geen spijt van krijgen.

 

© www.janmarchand.be