Categorie archief: Uncategorized

Columnwedstrijd This is how we read

IMG_20160718_215631

Kort bericht: ik ben genomineerd voor een columnwedstrijd en ik kan er boeken en een spectaculaire taart mee winnen. Did I die and go to heaven? Nee, ik denk het niet, want in de hemel valt er alleen rijstpap te bikken, en bovendien is er no way dat ik daar terechtkom. Al is het maar omdat ik mensen soms slechte dingen toewens. Welke dingen dan? Dat lees je in mijn column die genomineerd werd voor de zomerse columnwedstrijd van de boekenblog This Is How We Read. Hierzo: http://thisishowweread.be/column-op-woensdag-spoorligster/

Een diepdroevig verhaal over boterkoeken (Hashtah West-Vlams vor Antwerpenoars)

“Ik ben niet van West-Vlaanderen. Ik ben nooit van daar geweest. Maar wanneer ik in West-Vlaanderen kom, dan is het altijd feest.”
(In mijn herinnering is dat een citaat van Herman Brusselmans, maar ik vind er online geen spoor van terug. Iemand?)

Liese schreef een blogpost over haar West-Vlaams. Ik volg graag haar voorbeeld. Je moet weten dat ik me soms erg onderdrukt voel ten huize Picnic. Helukkig neemt mijn dochter nu en dan mijn West-Vlaamse tongval over. Vooral tegen het einde van een schoolvakantie merk ik een duidelijke invloed. Ging het bij het begin van de Paasvakantie nog van:
Iek wil een ijsje (met open tweeklank)
klonk het tegen het einde van de vakantie al:
Ek wil een ijsje (met gesloten tweeklank)

Ze is al slim genoeg om te horen dat er elders anders wordt gesproken. Fragment uit een dialoog met haar grootvader.
– Opa, mag ik een stukje kiep.
– Martha, hier is er geen kiep. Wat eten we hier?
– Kep.

Soit, ik maak me weinig illusies over de overlevering van mijn dialect of zelfs mijn tongval. Het zijn en blijven Antwerpse kindjes. Zelf pas ik me ook aan, uiteraard. Ik ben ingeburgerd hoor, of ik probeer het toch, met wisselend succes. Behalve wanneer ik pas naar Bevergem of Eigen kweek heb gekeken. t’ Ku zukke deuhd doen an men ertje, voe noh e kir e muultje West-Vlams te klapn.

Enkele woordjes liggen me nauw aan het hart. Ik kan me wel voor de kop kloppen wanneer ik mezelf iets over ‘nicnacjes’ hoor zeggen. Het zijn piknikken. Ik heb er mijn blog zelfs naar genoemd. Pimpampoentjes blijf ik hardnekkig pimpampoentjes noemen, hoe vaak M. ook zegt dat het lieveheersbeestjes zijn. Overigens, mijn schoonmoeder noemt ze ‘lievevrouwebeestjes’. Ge zijt een feministe of ge zijt het niet.

En dan zijn er nog die woordjes die in West-Vlaanderen totaal iets anders betekenen dan in de rest van het land. Wanneer ik Thomas ‘e droef vintje’ noem, of ‘kleine droevaard’, betekent dat niet dat hij verdrietig is. De eerste keer dat mijn vader bij mijn schoonouders ging eten, vroeg mijn schoonmoeder of hij het lekker vond. ‘Ja, maar kzien nie zindelijk we’, zei mijn vader. De blik in haar ogen, ik lig nog altijd plat als ik eraan denk.

(droef = stout; zindelijk = kieskeurig.)

Boterkoeken

Ik heb wel één klein woordtrauma opgelopen in Antwerpen. Boterkoeken (beuterkoekn) schijnen hier namelijk koffiekoeken te heten. Volstrekt niet logisch, natuurlijk. Koffiekoeken zijn koeken voor bij de koffie zoals daar zijn: rachellekes of speculoosjes. Of café noirs, die hebben zelfs koffiesmaak. Boterkoeken zijn koeken met heel veel boter, zoals daar zijn: croissants of lange suisses. Daar dachten die Antwerpenaren duidelijk anders over, dus ik paste me aan. Maar ik leefde in de overtuiging dat zelfs in Antwerpen één bepaald soort koffiekoeken ‘boterkoek’ heet. In de Panos had ik namelijk altijd zonder problemen boterkoeken met rozijnen kunnen bestellen.

Tijdens onze verhuis wilde ik voor mijn moeder boterkoeken met rozijnen kopen. Dat waren haar lievelingsboterkoeken. Ik vroeg dus bij de bakker of ze ‘boterkoeken met rozijnen’ had. Ze keek naar me zoals er normaal alleen in Gent naar West-Vlamingen gekeken wordt, met ogen die lijken te schreeuwen: ‘Ga terug naar uw eigen land’. Onvriendelijk, op het agressieve af, zei ze: ‘Boterkoeken? Dat hebben we hier niet. Dat bestaat alleen in West-Vlaanderen.’ Ze zou dat West-Vlaamse gevalletje dat hier pas kwam wonen wel eens uitleggen hoe het in elkaar zit in Antwerpen. Haar bakkerij zat dan nog op de Diksmuidelaan, godbetert.

Ik schrok van haar onvriendelijke reactie, slikte even en bestelde braaf verder. Enkele ogenblikken later stond ik op straat, met een zakje croissants in de hand, en in mijn hoofd honderd gevatte tegenreacties op haar onvriendelijkheid. Zo vergaat het een brave West-Vlaming in assertief Antwerpen. Ik heb nooit meer boterkoeken durven bestellen aan deze kant van ’t water.

 

Heb je ook al eens zo’n dialecttrauma opgelopen? Of een grappige spraakverwarring?

 

 

We zitten ook nog steeds op Facebook en wel hier.

Dat was 2015.

“It’s a long december and there’s reason to believe maybe this year will be better than the last … “

2015, ik kan je niet samenvatten.

Plus 1 kind. Min 1 ouder. Dat zou een goede samenvatting kunnen zijn, ware het niet dat ik daarbij al die andere ‘kleinere’ gebeurtenissen vergeet: het tandje, de inbraak, de ontslagen op het werk, de slapeloze nachten, de keer dat ik bont en blauw stond nadat ik middenin de nacht kei-hard met Thomas in mijn armen tegen de kast knalde, de vermoeidheid, de talloze keren dat ik uit het dal kwam gekropen, om enkele moeilijke nachten later terug te vallen. Nee, 2015 was niet mijn beste jaar.

The one where I didn’t sleep. Ook dat is een uitstekende samenvatting. De goede nachten sinds Thomas geboren werd, zijn nog altijd op de vingers van twee handen te tellen. Een tantaluskwelling was het. Elke keer dat ik mijn ogen sloot, begon er een baby te huilen, ging de telefoon of de deurbel. Every single time, maanden aan een stuk. Mijn kinderen slapen nooit, en zeker niet tegelijk. Nee, ik heb nog nooit zo weinig geslapen als in 2015.

Maar laten we focussen op het positieve. Want er zijn dit jaar natuurlijk ook goede dingen gebeurd, en niet alleen in de marge, integendeel.

1. Thomas werd geboren.

Dat is de enige reden dat 2015 in mijn herinnering niet alleen zal voortbestaan als een ongelooflijk kutjaar. Plots waren we een heus gezin van vier. Het was moeilijk zoeken naar een nieuw evenwicht. Ik donderde van mijn roze wolk en er kwam een grijze voor in de plaats. Maar hij is zo lief en knap, mijn klein ventje. Hij lacht áltijd, maar nog het meest wanneer hij mij of Martha ergens ziet binnenkomen. Met alle kracht die hij in zijn kleine lijfje heeft, komt hij vrolijk lachend naar ons toegeslopen. Zelfs in zijn slaap glimlacht hij gelukzalig wanneer ik hem kusjes op zijn zachte babywangetjes geef. Hij giechelt wanneer ik hem kietel.

In slaap vallen is keer op keer een gevecht. Hij spartelt en kreunt en vecht tegen de slaap. Maar wanneer hij eindelijk toegeeft en zachtjes begint te snurken in de draagzak, dan wil ik dat moment bevriezen. Honderd jaar worden met een slapende baby op mijn buik. Sinds een week of vier brabbelt hij. Veel bababababa, maar vooral heel vaak: ‘Mama’! Hij weet hoe hij zijn moeder kan inpalmen. Dat klein ventje compenseert in zijn eentje de algehele miserabiliteit van het leven.

2. Martha gaat naar school

Martha was begin dit jaar de schattigste peuter ter wereld, nu een heuse kleuter. Ook voor haar was het zoeken naar een nieuw evenwicht na de geboorte van haar broertje. Na twee jaar hield de symbiose tussen moeder en dochter op, en kwam er een kleine kaper op de kust. Ze moest het dit jaar doen met een moeder met een kort lontje. Maar ze groeide en bloeide. Niet in het minst sinds ze naar school gaat en gretig elke dag nieuwe dingen leert. Het is een plezier om dat kind naar school te zien gaan. Ze kent versjes en liedjes die ik nog nooit gehoord heb. Ze blijkt de dagen van de week te kennen. Ze vertelt honderduit over haar klasgenootjes. Heerlijk, zo’n kind waar je gesprekken mee kan voeren.

3. Mijn blog

Bloggen doe ik al sinds 2007. Maar nu pas heb ik het sociale karakter van bloggen ontdekt. Ik heb dit jaar veel mensen leren kennen via mijn blog. Ik heb zo veel steun en troost van jullie gekregen. Het blogweekend van Femma was één van de fijnste dingen die ik dit jaar heb gedaan. Het smaakt naar meer. Volgend jaar wil ik er werk van maken om minstens enkele van jullie te ontmoeten.

4. Femma

In het midden van mijn kraam/rouwperiode werd ik verkozen in de Raad van Bestuur van Femma. Sindsdien sta ik ook officieel mee op de barricaden voor een betere balans tussen arbeid en zorg. Elke keer dat Femma ergens te lande komt vertellen over het combinatiedossier ben ik ongelooflijk trots dat ik lid ben. Elke keer dat ik iemand kan overhalen om ook lid te worden ben ik helemaal in de wolken. Volgend jaar gaan we verder met stukje bij beetje de wereld te veranderen. Wil je meedoen? Graag!

2015: een jaar waarin verwachtingen uitkwamen (helaas)

Vorig jaar deze tijd noemde ik 2015 een jaar met veel potentieel.

Dit schreef ik ook, maar dat durfde ik niet op mijn blog te zetten:

“2015 kan alleen maar beter worden dan 2014, zeg ik overtuigd. Maar ik kan de gedachte niet van me af schudden dat dit jaar ook wel eens het jaar zou kunnen zijn dat ik mijn mama definitief verlies. Toen het pas gebeurd was, spraken we er zo open over: euthanasie. Nu durft niemand het nog goed ter sprake te brengen. Ik ga er in een grote bocht om heen. Ik heb tegen mama gezegd dat ze nog altijd zelf mag kiezen, dat ze eruit mag als ze wil. Maar het woord zelf uitspreken durf ik niet. Uit angst dat het iets in gang zal zetten waar ik later spijt van krijg. Maar spijt hebben we sowieso. Spijt dat het niet beter is. Spijt dat ze nu zo moet leven, terwijl we wisten dat ze net dat niet wilde. Spijt dat we de klok niet kunnen terugdraaien. Spijt dat het zo is moeten lopen. Mijn mama zo te moeten zien, doet mij meer verdriet dan ik me ooit had kunnen inbeelden. Hoe zeg je tegen je moeder dat je haar wil helpen zoeken naar iemand die haar wil doen sterven zonder dat je de indruk geeft dat je haar dood wil? Ik wil haar niet dood, maar ik wil ook niet dat ze tegen haar zin moet verder leven.”

Ik had vrij goed ingeschat wat dit jaar zou brengen. Maar de emotionele ravage die 2015 zou aanrichten, heb ik een beetje onderschat.

2016: een jaar van gelijkmoedigheid?

En nu, een nieuw en beter jaar?
Eigenlijk durf ik niet te veel te verwachten van 2016.

Mijn grootste wens voor 2016 is dat het een jaar van gelijkmoedigheid wordt. Ik wens geen grote pieken. Ik wens geen diepe dalen. Eenvoud en gelijkmoedigheid. En ook een beetje slaap alstublieft.

Een fijn eindejaar, iedereen! En tot volgend jaar.

Poffie wordt Perfect Day for a Picnic

Lieve lezers, ik speel een kat-en-muisspelletje met jullie. Ik schrijf weken niets en dan weer twee posts na elkaar. En dan weer weken niets. Zo hoort het helemaal niet in blogland.

Nu ben ik ook nog van naam veranderd. Dat kwam zo. De afgelopen maanden kwam ik enkele keren op plekken waar ik de volgende conversatie had:
– En van welke blog ben jij?
– Poffie
– Euh watte?
– Poffie, maar misschien moet ik toch maar eens een andere naam kiezen

Na het blogweekend zag ik Martha een tetradoek uitspreiden op de grond en zeggen: “kom mama, we gaan picknicken”. En toen had ik ‘m, mijn nieuwe blognaam. Perfect day for a picnic. Net als ‘damngoodsoffie’ is dat een citaat uit Twin Peaks dat ik verkeerd onthouden heb. Ik dacht: vanaf nu moet elke dag de perfecte dag voor een picknick zijn. Voor minder doe ik het niet.

Over twee weken is het Sinterklaas. Van een perfecte dag voor piknikken gesproken. Als je begot niet begrijpt wat de link tussen Sinterklaas en piknikken is, dan spreek je vast geen West-Vlaams.

Piknikjes

En gaat er nu ook iets veranderen, poffie?

Wel, ik weet het nog niet.

Zoals ik schrijf op mijn about, schreef ik aanvankelijk voornamelijk voor enkele vrienden en mijn moeder. Dat was een duidelijk afgelijnd doelpubliek. Toen verloor mijn moeder haar taal en anderhalf jaar later stierf ze. Sindsdien ben ik zoekende: naar een stem, een verhaal, een stijl. In haar plaats kwamen heel veel nieuwe lezers. Ik hou jullie in gedachten bij het bloggen. Maar dat is moeilijk als ik niet weet wie jullie zijn en waarom jullie hier komen lezen. Daarom volg ik het voorbeeld van Prinses en Liese en vraag ik het jullie gewoon. Je mag antwoorden in de comments, maar als je het liever privé houdt, kan je ook mijn contactpagina gebruiken of mijn pagina op Facebook, want daar vind je me nu ook.

(Ik beloof ook plechtig dat ik niet altijd rekening met jullie ga houden, want ik vind dat bloggers in eerste instantie voor zichzelf moeten bloggen.)

Mijn vriendenboekvraagjes:

1) Wie ben je?
2) Wat doe je?
3) Wat is je grootste droom?
4) Wat is je lievelingsboek (en waarom)?
5) Schrijf of blog je zelf, en waarom wel/niet?
6) Hoe kwam je hier terecht?
7) Kom je hier vaak? Waarom wel/niet?
8) Wat wil je graag van mij lezen?
9) Waar denk je dat het naartoe gaat met deze wereld?

Mijn broer die een wordpress-genius is, heeft ervoor gezorgd dat al mijn wordpressvolgers meekwamen naar mijn nieuwe site. Dank u, broertje!

Tijd & Geluk op de #femmablogschool

blogschool

Dit najaar kreeg ik tijd om voor mezelf te zorgen. Het is pas wanneer je durft toegeven dat je die tijd nodig hebt, dat je voelt hóe nodig het eigenlijk was. Rusten, zei de dokter. Rusten deed ik. Door te slapen overdag, nu en dan niets te doen (blijft moeilijk) en te bewegen. Daarover schrijf ik nog wel eens.

Maar het werd ook tijd om mijn energiereserves een boost te geven door bezig te zijn met wat ik echt graag doe, nl. schrijven en bloggen. Ik heb me daarom ingeschreven voor de #femmablogschool. Ik heb een verhaal te vertellen. “Momenteel is het bloggen of in therapie gaan”, zoals Joke het zo mooi zei. Maar het is me niet zo duidelijk welke richting ik uit wil met mijn blog. Ik deed mezelf een weekend cadeau om daar eens goed over na te denken en van gedachten te wisselen met enkele van de vele fijne mensen die de blogosfeer rijk is.

De blogschool richt zich voornamelijk op DIY-bloggers of zo wordt het toch gecommuniceerd. Ik was niet zeker of ik daar met mijn twee linkerhanden en chaotische hoofd op mijn plaats zou zitten. Maar ik kon het toch niet laten. Mijn blog to the next level tillen, andere bloggers ontmoeten en even tijd voor mezelf nemen terwijl mijn man het ploeteren voor zijn rekening neemt. En wat ben ik blij dat ik het toch gedaan heb. Ik heb mijn rugzakje vol inspiratie, energie en leuke tips geladen om verder aan de slag te gaan.

3 dingen die ik geleerd heb op de #femmablogschool

1. Call to action.
Ik krijg steeds meer reacties op mijn blogs, maar eigenlijk vind ik het jammer dat heel veel mensen niet reageren. Ook mensen die me in real life tegenkomen durven niet altijd toe te geven dat ze mijn verhaal volgen. “Waarom vraag je het hen dan niet”, vroeg Liesje. Inderdaad, waarom? Dus, lieve mensen, laat mij gerust weten dat je hier komt lezen. Ik ben benieuwd wat je ervan vindt.

2. Blogland is een positief land.
Mijn eigen verhaal is niet altijd een happy happy joy joy verhaal. Maar ik krijg zoveel warmte van mijn medebloggers. Dat schreef ik al eerder. Bloggers zijn warme, lieve en mooie mensen.

3. Er is veel talent in ons klein landje.
Maar echt. Heel veel talent.

Live it. Blog it. Share it.

Mocht je nog twijfelen om mee te gaan op de #femmablogschool kan ik het zeker aanraden. Zelfs als je echt geen DIY-er bent. Het is gewoon heel leuk. Een weekend lang geïnspireerd worden, fijne mensen leren kennen, gezichten achter de blog ontmoeten, ontdekken dat veel mensen een verhaal te vertellen hebben.

En de belangrijkste conclusie: eigenlijk moet ik dat meer doen. Een weekendje weg. Sofie zijn en niet alleen mama. Toen M. nog een baby was en ik nog op mijn felroze wolk zat, vond ik het ondenkbaar dat ik hier ooit nood aan zou hebben. Nu besef ik dat mijn kinderen er alleen maar baat bij kunnen hebben als ik straks opgeladen en geïnspireerd weer thuiskom.

3 belangrijke levenslessen die ik geleerd heb

Het leven heeft me de laatste tijd veel geleerd. Ik haal er drie lessen uit die ik met jullie wil delen. Ik schrijf wel dat het dingen zijn die ik geleerd heb, maar de waarheid is dat ik ze nog volop aan het leren ben.

1. Maak je niet te veel zorgen

Ik maak me altijd te veel zorgen. En wat zie je dan? De dingen waarover je je zorgen maakte gebeuren niet. De dingen waar je geen benul van hebt gebeuren wel. Zo wist ik niet dat melktandjes zo gemakkelijk loskomen en dat 1 op 6 Belgen getroffen wordt door een beroerte. Maar ik heb wel het geluk gehad om twee keer heel snel zwanger te worden en twee heel gezonde mooie kinderen te krijgen. Ik ben daar dankbaar voor.

Ik heb minstens 50 dingen om dankbaar voor te zijn. Ik heb hier en daar wat pech gehad, maar het heeft geen zin om mezelf te laten verlammen door angst voor alles wat nog zou kunnen gebeuren. Als slechte dingen moeten gebeuren, gebeuren ze toch. Het beste wat je kan doen, is geloven dat ze niet zullen gebeuren.

Ik probeer me minder zorgen te maken, want veel dingen lossen zichzelf uiteindelijk wel op.

2. Wees mild voor anderen

Everyone you meet is fighting a battle you know nothing about. Be kind. Always.

Ik vind van mezelf dat ik vroeger nogal snel een oordeel klaar had. Nu heb ik aanvaard dat ik niet altijd kan weten waarom iemand zus of zo in elkaar zit. Ik ben opener. Ik probeer andere mensen te nemen zoals ze zijn. Ik probeer niet te oordelen als ze keuzes maken die ik niet zou maken. Ik probeer altijd het grotere geheel te zien.

Empathie kost geen geld, alleen een beetje moeite. Ik probeer empathisch te zijn voor anderen. Ik probeer te luisteren. Ik zal niet beweren dat het altijd lukt, maar proberen is al het halve werk.

3. Wees mild voor jezelf

De beste raad die ik van iedereen heb gekregen de afgelopen maanden is deze: wees niet te streng voor jezelf. Het is tevens de moeilijkste.

Ik vind dat ik al niet zo streng ben als andere moeders om me heen. Ik ruim niet altijd al het speelgoed op. Ik maak de puzzels niet elke avond opnieuw om zeker te zijn dat er geen stukjes verloren gaan. Ik laat de keuken ’s avonds vaak overhoop staan, omdat mijn pijp uit is. Ik stofzuig maximum één keer per week, ook wanneer Kind 1 cornflakes eet. Ik maak niet elke dag vers eten klaar. Soms knuffel ik mijn kindjes liever dan de was te plooien. Ik ben niet altijd consequent in mijn opvoeding.

Maar toch ben ook ik nog veel te streng voor mezelf. Ik wil mijn beide kinderen heel veel aandacht geven. Ik wil sterk zijn en er staan voor hen, ook al ben ik oververmoeid. Ik kan moeilijk nee zeggen.

Loslaten, we moeten het allemaal leren. Loslaten en mild zijn voor onszelf.
Toen ik dit filmpje zag, moest ik slikken. Watch and learn.

Welkom herfst, ik heb op je gewacht

Ik ga slapen. Ik heb morgen wel pijn.
(Herman de Coninck)

Enkele jaren geleden schreef ik – op de verjaardag van mijn mama zie ik nu – deze ode aan de herfst. Dit jaar ben ik opgeluchter dan ooit dat het bijna zover is. Bijna herfst. Het regent al. Het was een broeierige zomer. Four funerals and a wedding. Behalve dat trouwfeest is er over deze zomer niet veel goeds te vertellen. Ik vind dat hitte verdriet zwaarder maakt dan het al is.

Veel mensen associëren zomer met rust. Het is vakantie, niets moet. Bij mij werkt dat niet zo. In de zomer heb ik het gevoel dat ik vanalles moet. Ik moet van de zon genieten en altijd buiten zijn, maar tegelijk is er binnen zo veel te doen. Daar word ik dan ongelukkig van omdat ik niet genoeg tijd heb om het allemaal te klaren. Nu het herfstig weer is, kan ik rustig in de zetel blijven zitten, een theetje drinken en genieten van de voorgeschreven rust. Als het regent en koud is buiten, kom ik tot rust.

Wake me up when september ends

Wake me up when september ends. Dat zet ik elk jaar op facebook. Want sinds mijn onnoemelik verdriet is september ook niet bepaald mijn lievelingsmaand. Dit jaar neem ik het letterlijk. Op voorschrift van de dokter blijf ik nog een maand thuis. Overdag bijslapen wat Kind 2 me ’s nachts niet gunt.

En dan hoop ik dat ik er in oktober weer sta. Dat ik mijn prikkels weer kan verwerken en het gewone leven weer aankan. Dat ik weer kan slapen zonder elke nacht te dromen dat onze kinderen uit een rubber bootje vallen op volle zee, in de auto vergeten worden tijdens een hittegolf, of kwijt geraken in Planckendael. Dat ik weer gesprekken kan hebben zonder achteraf te liggen woelen om de losse eindjes te reconstrueren. Dat ik weer naar een onnozele film als ‘The queen’ kan kijken zonder de rest van de nacht aan Diana te liggen denken. Dat in slaap vallen niet meer zo letterlijk aanvoelt, alsof ik in een diepe diepe put val.

Ik schrijf dit op en merk hoe triestig het weer allemaal moet klinken. Maar ik ben niet pessimistisch. Ik geloof erin. ‘Na regen komt kracht’, schreef Prinses. Ik heb in mezelf een kracht ontdekt die ik voorheen niet kende. Als ik nu nog een beetje kan rusten, weet ik dat ik daarna met die kracht heel veel zal kunnen doen.

Het is een luxe dat het enige medicijn dat ik nodig heb om beter te worden slaap is. Het is een luxe dat ik in september mijn kindjes drie dagen per week naar de crèche kan sturen, zodat slaap niet langer een onbereikbare droom is, zoals de afgelopen maanden. Het is een luxe dat ik dat mag en dat ik dat kan.

Dus: wake me up when september ends.
Welkom herfst, ik heb op je gewacht.

Generation Flink

‘Ik ga niet zeggen dat je sterk moet zijn, want je moet niets, je moet helemaal niets. De zon komt elke dag op en gaat elke dag onder en jij moet daar helemaal niets voor doen. Gewoon jezelf zijn, dat is al goed genoeg.’ Ik heb mijn vroegere onthaalmoeder aan de lijn, maar bovenal is ze de mama van Meggie, mijn beste vriendin. Ik neem het van haar aan. Ze is haar ouders jong verloren, maar veel erger nog, in één klap twee kinderen. Ze heeft moeten meemaken dat mensen over haar zeiden: ‘ach, maar ze heeft er toch nog drie’. Alsof dat haar verdriet minder groot maakt. Ze weet als geen ander wat verdriet is, hoe je toch nog de kracht kan vinden om verder te leven en ze kent mij van voor ik me van mezelf bewust werd.

‘Ik wil je nu niet meer zien huilen, je moet flink zijn‘, zei madame Q. twee dagen nadat Meggie en Wendy verongelukt waren. Alsof ik godverdomme mijn knie pijn gedaan. Nee, ik was net mijn beste vriendinnetje verloren, dat als een soort van zus voor me was. En ik moest flink zijn van dat mens. Hoe jong ik ook was (11), ik was al wijs genoeg om te weten hoe dwaas het was om zoiets te zeggen tegen iemand met verdriet. Ik ben het nooit vergeten. Ik heb het haar ook nooit vergeven. Natuurlijk mocht ik wel huilen. Ik moest huilen! Wat voor mens zou ik anders zijn.

‘Flink zijn’. Ik ben blij dat ik deel uitmaak van een generatie die stilletjes aan heeft besloten dat flink zijn niet hoeft, dat je ook wel gewoon kwetsbaar mag zijn. Ik heb al eerder een pleidooi voor kwetsbaarheid gehouden. Ik blijf het griezelig vinden om mezelf hier zo kwetsbaar op te stellen. En op één of andere manier vind ik het zelfs comfortabeler om te denken dat ik alleen voor wildvreemden schrijf dan voor pakweg mijn tante die aarzelend bekent dat ze dit ook leest. (Dat mag, uiteraard, anders zou ik het niet schrijven.)

Ik schrijf hoewel ik er geen tijd voor heb. Omdat het mijn manier is om met mijn pijn om te gaan. Omdat ik zelf ook troost vind bij andere bloggers* en omdat het deugd doet dat we elkaar harten onder riemen kunnen steken. In de hoop dat ik ergens een lotgenoot bereik die zich herkent in mijn verhaal. Daarom probeer ik nu en dan een momentje te stelen om te schrijven en te delen en lieve woorden terug te krijgen van andere mensen.

Door hier te schrijven heb ik al zo veel mooie, troostende woorden gekregen uit onverwachte hoeken. Het verandert niets aan het feit dat ik mijn verdriet alleen moet dragen, maar elk bericht geeft me weer een nieuwe adem om het verdriet mijn leven niet te laten overnemen. Hoewel ik jullie berichten niet altijd beantwoord, betekenen ze heel veel voor me. Bedankt.

* De twee schoonste o zo kwetsbare maar o zo troostende en o zo sterke blogs vind ik deze:
https://prinsesopdekikkererwt.wordpress.com/
https://lecoeuramareebasse.wordpress.com/

Dag mama

mama

Ze heeft zich niet bedacht. Dat wisten we natuurlijk. Mama is gisterenavond gestorven. Ik kan het nog steeds niet geloven.

Vlak voor ze stierf, vroeg ik me af waarom ze dit in godsnaam ‘de goede dood’ noemen. Het afscheid was gruwelijk, en bleef maar duren. ‘We kunnen niet blijven afscheid nemen’, zei ik zaterdagavond. En zondag begonnen we gewoon opnieuw. Het was de langste dag.

Toen ze stierf, begreep ik het wel. Elk mens zou zo moeten kunnen sterven. Zachtjes inslapen, eerst een beetje en dan voorgoed. Niet meer wakker moeten worden. Maar om zo zacht te sterven, moet je eerst door een hel gaan, en die hel wens ik niemand toe.

Als jullie een rouwbericht willen achterlaten, kan dat op deze website: http://www.marleenkeirse.be/

Als ik er niet meer ben

Er zijn mensen die plots sterven en er zijn mensen die na een lange ziekte sterven. Ik weet niet wat harder is. Geen afscheid kunnen nemen en van het ene op het andere moment iemand kwijt zijn die je liefst altijd bij je had gehad is hard. Wel afscheid kunnen nemen maar iemand die je graag ziet pijn zien hebben is hard. Het is allebei verschrikkelijk hard.

‘En bij ons moet dat weer iets helemaal anders zijn‘, zegt Mattias.

We waren mama op slag kwijt, vorig jaar in februari. Maar toch was ze er nog. De harde klap van iemand plots kwijt zijn en geen tijd hebben om afscheid te nemen, daar worstelen we al maanden mee. En tegelijk krijgen we nu toch de kans om afscheid te nemen.

Alleen, hoe kan je afscheid nemen van iemand die je geen bagage meer kan meegeven voor de rest van je leven. Ik lees in mama’s ogen de frustratie om alle duizenden dingen die ze nog wil zeggen tegen ons, maar niet kan. In die zin is het contrast met de laatste maanden van haar moeder, mijn grootmoeder zo groot. Manu schrijft dat ze in die laatste maanden al haar hardheid kwijtraakte. Het afscheid zoals Manu het beschrijft is sereen, vredig, rustig. Hun moeder kreeg de kans om het leven af te ronden. Onze mama moet erin berusten dat ze het leven nooit heeft kunnen afronden. Dat het op slag gedaan was en toch ook niet.

De onzekerheid van leven met een terminaal zieke vind ik niet benijdenswaardig. Maar je agenda pakken om een datum te prikken waarop je moeder zal sterven is dat toch ook niet. Er zijn twee dingen die je niet kan plannen in het leven: geboorte en dood. Eerder dit jaar heb ik mijn agenda gepakt om te bekijken wanneer mijn zoon best geboren kon worden. Nu zaten we rond de tafel om een datum te prikken voor mama haar dood. 

Voor het eerst in jaren zaten we met zijn vijven aan tafel. Allemaal samen en zonder de schoonkinderen. Voor het eerst in jaren en waarschijnlijk ook voor het laatst. Een datum kiezen bleek niet zo evident. Mama wil er zo snel mogelijk vanaf maar wil ook rekening houden met onze agenda. Maar we zitten in de spits van ons leven. Onze agenda staat bomvol met dingen die allemaal triviaal worden als het gaat over de dood van onze mama. Dat moment was zo onwerkelijk dat we niet anders konden dan er grapjes over beginnen maken.

– Julie: “Moeten we nu suggesties doen? Dat is toch raar. We kunnen toch moeilijk zeggen: ‘Mama, zou je anders dan eens doodgaan'”
– Mattias: “Moeten we anders zelf een dag kiezen en je gewoon een half uur op voorhand wakker maken?”
– Papa: “Ja, sorry, ’t zal niet meer voor dit jaar zijn, ’t past niet in onze agenda.”

De datum staat zo goed als vast nu, maar ik krijg hem niet over mijn lippen. Ik heb de hele avond buikpijn als ik heb moeten zeggen: die dag zal mama doodgaan, die dag is het haar begrafenis.

Het komt razendsnel dichterbij. Veel mensen willen nog afscheid van haar nemen. Maar het doet haar zoveel pijn. Iedereen komt haar met tranen in de ogen vertellen dat ze zoveel begrip en respect hebben voor haar beslissing. Maar voor haar blijft het ongelooflijk frustrerend dat deze keuze de enige is die ze nog heeft. Ze heeft zoveel verdriet om haar beperkingen, omdat ze niet langer kan leven, omdat ze nu al, veel te vroeg, afscheid van ons moet nemen. Dat verdriet en die frustratie is niet weg. Ze kan het ook niet weg-praten.

Ze wil eigenlijk niet dat mensen nog komen. Ze zoekt afleiding in haar puzzels en ’s avonds bij de televisie. Als we in haar bijzijn praten over praktische zaken als ‘wie gaat wanneer naar de begrafenisondernemer’ of wat ik met mijn kinderen ga doen op de bewuste dag of op de dag van haar begrafenis, zucht ze en doet ze teken dat we het moeten stoppen. Niet meer over praten waar ze bij is. Na het bezoek van de LEIF-arts die zich nog eens komt vergewissen of ze het echt zeker is, die datum, nog steeds, huilt ze de hele dag. Ze huilt en huilt en dan staat ze op en zegt ze ‘puzzel’. Als ze puzzelt, hoeft ze aan niets anders te denken dan aan het zoeken van waar dit of dat stukje moet komen.

We kunnen niets zeggen dat helpt. ‘Binnenkort heb je geen pijn en verdriet meer, mama’. ‘Jah’, zegt ze. Dat wij wel nog verdriet gaan hebben. En dat het toch niet de bedoeling was dat ze nu al zou sterven, zo verschrikkelijk jong. Die woorden leg ik in haar mond en ze knikt.

Wat Mattias grappend zei, zit overigens heel dicht bij de waarheid. Ze zou het liefste willen dat het in haar slaap gebeurt, dat ze het niet bewust moet meemaken. Ze wil niet ’s ochtends opstaan en weten dat ze die dag zal sterven. Ze wil niet in onze ogen kijken en weten dat het de laatste keer is dat ze ons ziet. Dat het de laatste keer is dat ze haar ogen sluit. Ze is niet bang voor de dood, maar wel voor het sterven, of toch zeker voor wat vlak voor het sterven komt: het definitieve afscheid. Ze wil wel dood zijn, maar ze wil niet doodgaan.

(Ook dat klopt niet, want wat ze echt wil is: leven. Elke dag 70 km fietsen langs de knooppunten, bridgen, spelen met haar kleinkinderen, praten met haar kinderen, vrienden en familie, gaan werken en als délégué opkomen voor haar collega’s, veel te laat gaan slapen en veel te laat opstaan, steevast als laatste naar huis gaan op familiefeesten, onze te lange broeken inleggen en zich hardop afvragen: wat gaan jullie toch doen als ik er niet meer ben.)